‘Ik heb mijn hele leven vertaald maar ik heb niets te vertellen’    25-35

Leven en loopbaan van Nini Brunt

Cees Koster

Wanneer Nini Brunt (1891–1984) in de tweede helft van de jaren zeventig twee boekjes met memoires over haar Haagse jeugd uitbrengt, wordt daar in de literaire pers veel aandacht aan besteed. Niet alleen wordt het opmerkelijke feit besproken dat zij de tachtig al ruim gepasseerd is, ook gaat de aandacht uit naar haar reputatie. Illustratief is de opmerking van Ab Visser in de Leeuwarder Courant: ‘Niet velen zullen de naam van Nini Brunt kennen. De bekendheid die zij geniet, dankt zij aan haar voortreffelijke vertaalwerk (o.m. van Franz Kafka)’ (Visser 1977).

De huidige status van Nini Brunt als ‘vergeten vertaalster’ blijkt uit het feit dat zij in een aantal belangrijke naslagwerken wel genoemd wordt maar niet beschreven. In zowel de Digitale Bibliotheek der Nederlandse Letteren als de theaterencyclopedie van het Nederlands Theater Instituut is haar naam in de index opgenomen, maar is geen inhoudelijk lemma te vinden: haar naam is bekend, maar leidt niet tot een verhaal.

Maar hoe gaat dat met de conjunctuur van een reputatie? Wie vergeten is, moet ooit gekend zijn. Dit artikel vormt een poging het verhaal te vertellen van Brunt als vertaalster en daarmee een beeld, een profiel te geven van haar literaire leven en loopbaan. Een vertalersprofiel (zie Koster & Naaijkens 2010) omvat een aantal aspecten, relevant voor de studie van een vertalersloopbaan: het vertaaloeuvre zelf, de sociale, culturele en literaire achtergrond en opleiding van de vertaler, diens vertaalopvattingen en de receptie van de vertalingen. Wanneer voldoende materiaal te vinden is om diepte te geven aan dat profiel, kunnen we ook tot een uitspraak komen over zijn of haar positie(s) in het vertaalveld.

De reputatie die Brunt als vertaalster heeft, of heeft gehad, is vooral verbonden met haar vertalingen van het grootste deel van het verzameld werk van Kafka en van Mrs Dalloway van Woolf. Deze vertalingen maken echter maar een klein deel uit van haar oeuvre.

De actieve vertaalcarrière van Brunt beslaat een periode van ruim vijftig jaar. Haar eerst bekende vertaling dateert uit 1928 (ze was toen 37 jaar oud): Zeemans thuisvaart, van David Garnett, verschenen bij Stols in Maastricht, de eerste uitgave van haar laatste vertaling verscheen in 1980 (het jaar waarin zij de gezegende leeftijd van 89 jaar bereikte), bij uitgeverij Allert de Lange: De legende van de Heilige Drinker, van de Duitse exilauteur Joseph Roth. Een voorlopige inventarisatie van haar vertaaloeuvre laat zien dat zij tussen deze twee vertalingen nog 64 andere heeft geproduceerd, maar vermoedelijk zijn het er aanzienlijk meer. Tot 1960 gaat het vooral om kinderboeken en detectives, met een enkel boek van meer gecanoniseerde auteurs. Vanaf 1960 is het juist de laatste categorie die in de meerderheid is.

Lees verder in de papieren Filter