Galerij: 3 Neruda en het verlangen naar een grote jas    67-70

Barber van de Pol

Zijn voorleesstem sleepte het leed van het leven achter zich aan, zo elegisch klonk die. Ik had hem kunnen horen, maar toen hij in 1971 op Poetry International optrad, is het me ontgaan. Dolf Verspoor vertelde later hoe weinig media-aandacht er toen was. Hij moest de Nobelprijs nog krijgen. Hij moest met zijn dood op 23 september 1973, makkelijk te koppelen aan de coup van Pinochet, twee weken eerder, nog een martelaar worden. Overigens was Neruda eerder een feestbeest dan een sombermans.

Ik liep niet voorop, maar toen ik hem eenmaal had ontdekt, was het meteen liefde. Samen met Verspoor vertaalde ik een selectie gedichten voor Poëzie Hardop, dat voordracht en zang combineerde, onder supervisie van Huub Oosterhuis. Er is een plaat van gemaakt en wie het kitsch vindt, gniffelt misschien om het licht-christelijke toontje. Atheïst of niet, ik kon het hebben. Wat die plaat uitstraalt is verlangen. Hij hoort bij die jaren. Poëzie grenst aan de liedkunst en roept de wil tot declamatie en zang vanzelf op, dat was goed bekeken.

Lees verder in de papieren Filter