Het vertaaljaar 2013, een inleiding    3-15

Ton Naaijkens

De eigen traditie getrouw bezie ik het afgelopen vertaaljaar en pak ik er bijvoorbeeld de lijstjes en jaaroverzichten bij waarin krantenredacties het jaar doorlichten, verklaren dat de literaire porno passé is en nu de klassiekers ‘hun weg vinden’ naar het publiek. Het was een trend die zich al enige jaren aftekende, maar ze zette in 2013 goed door: Stiller van Max Frisch (bij Van Gennep, door Margot Klaarhamer), De vreemdeling van Camus (De Bezige Bij, door Peter Verstegen), maar vooral natuurlijk Stoner van John Williams. Er werd in de jaaroverzichten weinig moderns genoemd. Je zou aan cultureel terugplooien in tijden van herbezinning kunnen denken, maar er is een plastischer verklaring voor: terugvallen op het bekende en gebruikmaken van eerdere vertalingen is goedkoper. En dan is het mooi dat er relatief snel een vertaling van The Pale King van David Foster Wallace verscheen (door Daniël Rovers en Iannis Goerlandt voor Meulenhoff) of dat de Wereldbibliotheek het aandurfde om De droom van Baudelaire van Roberto Calasso te laten vertalen door Els van der Pluijm. In 2013 domineert de herontdekking van de klassieker, je zou het het Schwobeffect kunnen noemen, naar het initiatief van het Nederlands Letterenfonds om ‘samen met vertalers, uitgevers en lezers’ op zoek te gaan naar ‘de beste onbekende boeken uit heel Europa uit de twintigste eeuw’. De Groene Amsterdammer wijdde er een special aan, verstandig en deskundig ingeleid door Pieter Steinz, die er de O-factor introduceerde: onbekend, onvertaald, onvergetelijk. ‘De exploitatie van het O-factor-boek is de zoveelste verschijningsvorm van de honger naar klassieken, die zich voor het eerst manifesteerde in de Renaissance.’

Lees verder in de papieren Filter