Murray in de lage landen    17-20

Huub Beurskens

Het is interessant om het werk van enkele werkelijk kwalitatief vooraanstaande, grote hedendaagse dichters eens te plaatsen naast wat er in de beeldende kunst van de laatste drie, vier decennia internationaal als toonaangevend is gepresenteerd. Bij die beeldende kunst denk ik dan aan veel conceptkunst, aan de praalideeënkunst van Damien Hirst, aan de glamourkunstfirma Jeff Koons, aan painting by photographs, aan museumzaalinstallaties zoals die van Jannis Kounellis en Tracey Emin, aan van alles en nog wat dat een bezoek aan een museum voor hedendaagse kunst, waar ter wereld, zo voorspelbaar rekkerig maakt. Uiteraard zijn er hier en daar en af en toe uitzonderingen, maar de meeste musea zijn gedwongen om de pecuniaire waarde van hun in honderd jaar opgebouwde collectie zo hoog mogelijk te houden. Kunstenaars wier werk ooit werd binnengehaald als dat van wegbereiders, moeten die uitstraling blijven houden. Alleen al om kapitaalvernietiging tegen te gaan, kan zo’n museum zich nauwelijks of niet permitteren het in de collectie opgenomen werk van avantgardekunstenaars, die zelf in hun tijd de kachel aanmaakten met werk van heel wat van hun voorgangers, negatief te laten herijken door nieuwe kunstenaars.

Lees verder in de papieren Filter