‘Een vrouw moet haar eigen werk hebben’    31-39

De vertalersloopbaan van Clara Eggink

Cees Koster

Voor het Nachleben van elke kunstenaar geldt: wiens graf nog bezocht wordt is niet vergeten. Gaan we van dit adagium uit dan is schrijfster en vertaalster Clara Eggink (1906–1991) verre van vergeten, maar eigenlijk vooral om één reden: haar graf ligt naast dat van haar echtgenoot, daarna ex-echtgenoot, daarna verloofde en daarna levensgezel, de dichter J.C. Bloem – die zeker niet vergeten is, zo bleek maar weer eens bij de herdenking op de begraafplaats in Paasloo van zijn zestigste sterfdag op 10 augustus jl. Toch is Eggink ook om zichzelf een gedenkwaardige vrouw, met een eigen literaire loopbaan die zo’n vijftig jaar omspande en waarin ze zich onder meer manifesteerde als dichter, schrijver, criticus en vertaler. Het dichterschap duurde eigenlijk maar tot in de Tweede Wereldoorlog, toen ze haar derde bundel publiceerde. Het kritisch werk heeft ze volgehouden tot en met het einde van de jaren zestig. Het vertaalwerk beslaat de langste periode van haar carrière, van 1937 tot 1978, waarin zij zo’n zeventig werken vertaalde. Vooral in de laatste tien, vijftien jaar van haar werkzame leven lijkt zij het grootste deel van haar tijd met vertalen bezig te zijn geweest.

Lees verder in de papieren Filter