De voddenwinkel der vertaling, of: ‘The Circus Animals’ Translation’

Onno Kosters

13-12-2015

Op 19 en 20 juni 2015 vond het door de opleiding Engels van de Universiteit Utrecht georganiseerde tweedaags symposium plaats over de Ierse dichter William Butler Yeats. Aanleiding daarvoor was diens 150e geboortedag (9 juni 1865; Yeats overleed in 1939). Sprekers uit binnen- en buitenland hielden lezingen over diverse aspecten van het werk van Yeats, wiens carrière als dichter, toneelschrijver en politicus in al zijn veelzijdigheid aan de orde kwam. (Voor een overzicht van het programma, zie http://wbyeats.wp.hum.uu.nl/.) Een van de panels was gewijd aan ‘Yeats in Translation’. Roselinde Supheert (Universiteit Utrecht) sprak over de vertaaltraditie van Yeats in Nederland. De auteur van Yeats In Holland: The Reception of the Work of W.B. Yeats in the Netherlands Before World War Two, liet in haar bijdrage zien hoe reeds in het eerste decennium van de twintigste eeuw in Nederland de poëzie van Yeats werd besproken en niet lang daarna ook vertaald. De bekendste vertalers van Yeats in Nederland zijn ongetwijfeld Adriaan Roland Holst en (pas decennia later) Jan Eijkelboom, maar ook bijvoorbeeld P.N. van Eijk, Jan Campert en Jac. van Hattem vertaalden zijn poëzie in het Nederlands.

WBYeats

W.B. Yeats (1865-1939)

In het kader van het symposium schreef de organisatie een vertaalwedstrijd uit, waarvan de winnaar aan het eind van het vertaalpanel bekend werd gemaakt. Welk gedicht uit het omvangrijke oeuvre van de dichter zou het meest geschikt zijn om de Nederlandse vertalers aan te bieden? De jury had ervoor kunnen kiezen een nieuwe vertaling van een van de iconische gedichten van Yeats te laten maken: ‘The Second Coming’, ‘No Second Troy’, ‘Leda and the Swan’, of ‘Among School Children’. De keuze viel echter op een van de bekendste late gedichten, ‘The Circus Animals’ Desertion’ (postuum gepubliceerd in Last Poems, 1939), dat tot verrassing van de jury nog nooit in het Nederlands was vertaald. Het is een van Yeats’ belangrijkste en meest kleurrijke gedichten; een terugblik op de eigen dichterscarrière, die hij in afwisselend melancholische en ironische termen beschrijft. Het gedicht eindigt met wat een van de beroemdste regels uit het oeuvre van Yeats zou worden. In zijn einde is zijn begin, in ‘the foul rag and bone shop of the heart’:

The Circus Animals’ Desertion

I
I sought a theme and sought for it in vain,
I sought it daily for six weeks or so.
Maybe at last being but a broken man
I must be satisfied with my heart, although
Winter and summer till old age began
My circus animals were all on show,
Those stilted boys, that burnished chariot,
Lion and woman and the Lord knows what.

II
What can I but enumerate old themes,
First that sea-rider Oisin led by the nose
Through three enchanted islands, allegorical dreams,
Vain gaiety, vain battle, vain repose,
Themes of the embittered heart, or so it seems,
That might adorn old songs or courtly shows;
But what cared I that set him on to ride,
I, starved for the bosom of his fairy bride.

And then a counter-truth filled out its play,
‘The Countess Cathleen’ was the name I gave it,
She, pity-crazed, had given her soul away
But masterful Heaven had intervened to save it.
I thought my dear must her own soul destroy
So did fanaticism and hate enslave it,
And this brought forth a dream and soon enough
This dream itself had all my thought and love.

And when the Fool and Blind Man stole the bread
Cuchulain fought the ungovernable sea;
Heart mysteries there, and yet when all is said
It was the dream itself enchanted me:
Character isolated by a deed
To engross the present and dominate memory.
Players and painted stage took all my love
And not those things that they were emblems of.

III
Those masterful images because complete
Grew in pure mind but out of what began?
A mound of refuse or the sweepings of a street,
Old kettles, old bottles, and a broken can,
Old iron, old bones, old rags, that raving slut
Who keeps the till. Now that my ladder's gone
I must lie down where all the ladders start
In the foul rag and bone shop of the heart.

Meteen bij eerste lezing van het gedicht wordt duidelijk hoe sterk het is. Structuur, registers, alliteratie en assonantie, het navelstaarderige dat nu eenmaal eigen is aan een contemplatie van eigen werk, het beeld van de weggelopen circusdieren die de opgedroogde verbeelding verbeelden, de ironie van diezelfde dieren die een verbeelding opleveren van hoe de verbeelding kan opdrogen en je eindigt waar je begint, in die ‘foul rag and bone shop of the heart’. Een meesterlijk gedicht en een gedicht dat als ‘brontekst’ nogal wat obstakels oplevert. Bang om Robert Frosts tot cliché verworden uitspraak ‘Poetry is what is lost in translation’ werkelijkheid te zien worden, zou je kunnen speculeren, is voor wat het Nederlandse taalgebied dit gedicht verborgen gebleven in de brontaal – tot deze vertaalwedstrijd.

Hieronder bespreek ik de belangrijkste vertaalrelevante obstakels in het gedicht. Het juryrapport aan het slot vormt de opstap naar twee vertalingen die de jury als de beste beoordeelde. In deze twee inzendingen is de poëzie niet zoekgeraakt, maar, vrij naar Joseph Brodsky, ‘gained in translation’.

In de steek
Het eerste probleem is meteen al de titel, ‘The Circus’ Animals Desertion’. Die lijkt niet heel ingewikkeld om te vertalen, maar werpt wel degelijk vragen op. In eerste instantie wat betreft de vorm: het compacte Engels dat door de genitief apostrof wordt gerealiseerd (circus animals’ destertion) is niet zo compact over te brengen naar het Nederlands, waar we altijd aanlopen tegen ‘van de’ of, wat archaïscher, ‘der’. En dan hebben we het nog niet eens over desertion. Als lezer denk je misschien niet verder dan ‘weglopen’, maar als vertaler zul je ontdekken dat er allerlei haken en ogen aan het woord zitten. De Oxford English Dictionary is in zo’n geval een noodzakelijk naslagwerk:

Desertion: 1.a. The action of deserting, forsaking, or abandoning, esp. a person or thing that has moral or legal claims to the deserter’s support; sometimes simply, abandonment of or departure from a place.

Essentieel zijn die ‘moral or legal claims’: er is meer aan de hand dan dat de circusdieren zomaar weglopen. De dichter (of preciezer wellicht: de dompteur; de dichter als beelddompteur) claimt dat hij récht heeft op zijn dieren. Wanneer deze hem in de steek laten is dat een daad met morele, ethische consequenties. ‘Weglopen’ lijkt dan meteen minder geschikt; betere opties voor de vertaling van desert zijn verlaten, verraden, of deserteren. Maar welk woord neemt het meest precies dat morele aspect mee? Kijkt de vertaler in het Woordenboek der Nederlandse Taal bij het meest directe equivalent van desert, deserteren, wat in eerste instantie wellicht een veel te specifieke context met zich meeneemt (deserteren doe je niet uit een circus, maar uit een leger), dan ziet hij het volgende:

Deserteren: onz. zw. ww. Ontleend aan fr. déserter, (op ongeoorloofde wijze) verlaten. 1. Met eene bepaling van plaats. Zich op ongeoorloofde wijze verwijderen, wegloopen. Van militairen ten opzichte van het leger of van schepelingen ten opzichte van hun schip. Uit het leger of van zijn schip wegloopen, het leger of zijn schip onrechtmatig verlaten of in den steek laten.

Het woord is dus niet per se gebonden aan een militaire context en het morele aspect komt ook in het Nederlands sterk naar voren: op ongeoorloofde wijze / onrechtmatig verlaten of in de steek laten. En dat is wat de dichter overkomt, zo lezen we in het gedicht: de verontwaardiging omtrent de opdroging van zijn verbeelding wordt (ironisch) door de dichter omgezet in het beeld van die circusdieren die de tent de rug toekeren. ‘Het deserteren’ is dan ook de meest voor de hand liggende vertaling van desertion.

Twee andere aspecten van de titel die de vertaler moet zien (en idealiter zien te behouden) zijn de assonantie van circus en desertion en het jambische patroon van de titel als geheel. Het eerste kan gecompenseerd worden middels de alliteratie ‘deserteren’ / ‘circusdieren’, en wanneer je voor de compacte genitief ‘der’ kiest, die de alliteratie nog versterkt, lijkt ‘Het deserteren der circusdieren’ ook ritmisch de meest geslaagde vertaling.

Yeats en Byron
De formele aspecten van het gedicht zijn uiteraard ook relevant voor het kiezen van de vorm van de vertaling. Als geheel is Yeats’ gedicht regelmatig: vijf strofen, verdeeld over drie afdelingen van respectievelijk één, drie, en één strofe. Het maakt zo, maar ook wat betreft de narratieve lijn van ‘I must be satisfied with my heart’ in strofe één naar ‘the foul rag and bone shop of the heart’ in strofe vijf, een cirkelbeweging. Het gedicht is rond als een circuspiste. In het begin bevindt zich het einde, en vice versa.

Op het niveau van de individuele strofe hanteert Yeats de zogenaamde ottava rima, ook wel de Byronic stanza genoemd: de vorm die Byron koos voor het befaamde narratieve gedicht Don Juan: acht regels in meest jambische pentameters, strikt rijmend abababcc – zij het in Byrons geval vaak met de meest hilarische halfrijmen. Byron varieert bovendien met duivels genoegen tussen mannelijk en vrouwelijk eindrijm, bijvoorbeeld waar hij de ‘Lake poets’ een hak zet:

You – Gentlemen! by dint of long seclusion
From better company, have kept your own
At Keswick, and, through still continu’d fusion
Of one another’s minds, at last have grown
To deem as a most logical conclusion,
That Poesy has wreaths for you alone:
There is a narrowness in such a notion,
Which makes me wish you’d change your lakes for Ocean. (uit de ‘Dedication’)

Ook Yeats hanteert interessante afwisselingen van mannelijk en vrouwelijk eindrijm (‘play’- ‘gave it’ – ‘away’ - ‘save it’ – ‘destroy’ - ‘enslave it’ in strofe drie) en sommige rijmparen zijn op z’n minst niet helemaal precies te noemen (‘play’ – ‘away’ – ‘destroy’; ‘chariot’ – ‘Lord knows what’ in strofe één). De vertaler zal zich op dit niveau enige vrijheid kunnen veroorloven. Doordat de brontekst zelf ook niet strikt regelmatig is, is er ruimte om waar nodig mannelijk rijm te veranderen in vrouwelijk rijm, of vice versa. Sowieso is het geen wet van Meden en Perzen dat vorm altijd één op één in een vertaling moet terugkomen. ‘God save us from Homer in English hexameters’, om James Holmes te citeren – reden dat bijvoorbeeld John Dryden in de zeventiende en Alexander Pope in de achttiende eeuw ervoor kozen Vergilius respectievelijk Homerus in heroic couplets (jambische pentameter; gepaard rijm) te vertalen. Maar in het geval van Yeats’ gedicht lijkt het zo strikt mogelijk volgen van de formele aspecten in een vertaling voor de hand te liggen. Het Nederlands leent zich net als het Engels uitstekend voor de jambische pentameter (mits van voldoende metrische substituties voorzien; het Sinterklaasgedichtgegaloppeer waar strikte vertalingen van Engelse jamben in het Nederlands vaak onder lijden moet vermeden worden).

Lyriek en lexicon
Naast de formele aspecten spelen uiteraard verschillende lyrische aspecten als assonantie, alliteratie en enjambement een rol. Ze zijn niet alle even relevant voor de vertaler en al helemaal niet alle volledig na te bootsen of te compenseren. Maar zoals de twee vertalingen hieronder zullen aantonen, waar het om betekenisvolle effecten in de brontekst gaat, valt een heel eind te komen.

De vertaler zal ook moeten kijken naar sleutelbegrippen in het gedicht. Ik noemde eerder al het woord ‘heart’, waar het in de eerste twee en de laatste twee strofen om draait (en nadrukkelijk niet in de middelste: in het hart van het gedicht ontbreekt het hart). Maar er zijn meer terugkerende begrippen die van belang zijn en waarvan een consistente vertaling op z’n plaats is. Naast de tussenvoegsels, de negen ‘I’s en de zes ‘my’s zijn dat in oplopende frequentie:

bone(s) (2x) – net als ‘heart’ een van de wezenlijke onderdelen van het lijf waar de dichter naar terugkeert (en waar hij begon) nu zijn circusdieren hem in de steek hebben gelaten.
broken (2x) – met name de gerafineerde, ironische echo van ‘broken man’ in strofe één in ‘broken can’ in strofe vijf.
enchanted (2x) – de betovering van het (Keltische) verleden als kernelement in de ‘vroege’ poëzie.
ladder(s) (2x) – zeer kort op elkaar in strofe vijf.
love (2x) – opmerkelijk genoeg misschien slechts tweemaal genoemd in het gedicht; beide keren als iets waar de dichter te zeer in opging.
man (2x) – eenmaal verwijzend naar de dichter zelf, ‘a broken man’, en eenmaal in een verwijzing naar Yeats’ eigen toneelstuk On Baile’s Strand, over de Ierse held Cuchulain.
masterful (2x) – eenmaal in ‘masterful Heaven’ en als we daarin een metafoor voor God de Schepper ontdekken, zijn de ‘masterful images’ van de hand van de dichter zelf ook goddelijk.
rag (2x) – dicht bij elkaar in de laatste strofe en net als alle andere oude en kapotte voorwerpen essentieel voor het dubbelzinnige beeld dat de laatste regel oproept: jazeker, het hart is een ‘foul rag and bone shop’, maar het is de winkel waar de dichter het maar mee te doen heeft.
sea (2x, waarvan 1x in sea-rider) – beide in verwijzing naar het eigen, vroege werk dat Yeats bezingt.
show(s) (2x) – in beide gevallen is het van belang dat het om meer dan ‘tonen’ gaat; er zit een zekere ‘showiness’ in beide ‘shows’.
soul (2x) – sowieso een begrip met nogal wat lading; opmerkelijk is dat ‘soul’ beide keren in strofe drie optreedt: de strofe waar het hart in ontbreekt.

must (3x) – ook weer regelmatig verdeeld over het gedicht: in strofen één, drie en vijf; in één en vijf gaat het om een vergelijkbare urgentie; in strofe drie om een heilig moeten in het verleden, waarmee zijn lief meer kapot maakte dan haar lief was.
sought (3x) – nadrukkelijk bij elkaar geplaatst in de eerste twee regels; het is één groot zoeken (naar die vermaledijde circusdieren onder andere).
theme(s) (3x) – dat wat gezocht wordt, maar niet gevonden; dat wat in het verleden zo helder zichtbaar is, maar nu onvindbaar.

dream / dreams (4x) – woord roept andere werelden op die werkelijkheid lijken, voor karakters uit Yeats’ werk en leven (Maud Gonne, zijn levenslange nooit beantwoorde grote liefde).
heart (4x) – waar de dichter uiteindelijk naar terugkeert, hoe foul de ‘rag and bone shop’ ervan ook is; het hart is begin en einde van het dichterschap.
vain (4x) – krachtige bevestiging van de ijdelheid van alle streven, of het nu des dichters of des dichters held is.

old (8x) – de dichter is oud, de thema’s en ‘songs’ van vroeger zijn oud, maar belangrijker: wat overblijft (en wat aan de basis ligt) is een berg oud vuil.

Op lexicaal niveau is ook nog belangrijk te vermelden dat de vertaler met grote registerwisselingen rekening moet houden. Met name in de laatste strofe vinden we, toepasselijk genoeg, een verzameling ‘foul rag and bone shop’-woorden die bij uitstek het hogere register van de eerste vier strofen ondermijnen en het beeld van het rauwe circus waar alles begon schragen: refuse, sweepings, vijf maal old, broken, kettels, iron, bones, rags, raving, slut, till, ladder, foul, shop. Meesterlijk daarboven wordt de majestueuze kwaliteit (‘masterful images because complete’ die tot wasdom kwamen in een ‘pure mind’) van het eigen oeuvre vervat. Maar waar begonnen die ‘masterful images’? Nou, hier dus; in

A mound of refuse or the sweepings of a street,
Old kettles, old bottles, and a broken can,
Old iron, old bones, old rags, that raving slut
Who keeps the till.

Het is mooi om te zien hoe Yeats een ongetwijfeld serieus bedoelde evaluatie van zijn eigen meesterschap en zijn weemoed om hoe geweldig hij ooit was toch een ironische draai weet te geven. Dat is maar goed ook, anders was het gedicht niet meer dan een pijnlijke oefening in zelfverheerlijking geworden.

Ierland in de circustent
De cultuurspecifieke elementen in ‘The Circus Animals’ Desertion’, ten slotte, zullen de vertaler ook hoofdbrekens kosten. Met name waar het de verwijzingen naar Yeats’ eigen vroegere werken betreft. Zijn oorspronkelijke doelpubliek zal vertrouwd zijn geweest met het toneelstuk The Countess Cathleen dat Yeats in 1898–1899 schreef en waarvan de titelrol in de eerste productie door Maud Gonne werd vertolkt. Hoe belangrijk is het bovendien te weten dat ‘my dear’ in strofe drie verwijst naar diezelfde Maud Gonne? Het tragische verhaal van Oisin die per ongeluk zijn eigen zoon doodt dat in On Baile’s Strand,Yeats’ toneelstuk uit 1904, wordt verteld was iedere Ier vertrouwd. Is dat nog steeds zo? Maar, belangrijker, hoe zit dat met de Nederlander in 2015? Het gedicht is kortom ingebed in een grote rijkdom aan al dan niet autobiografisch geladen culturele aspecten, waarvan de ‘gemiddelde’ lezer van de Nederlandse vertaling anno 2015 geen weet heeft.

Dus wat te doen? Uitleggen binnen het gedicht is geen optie als je het als authentiek artefact overeind wilt laten. In een bloemlezing van vertalingen zou een enkele annotatie niet misstaan, maar de vertalers die aan deze wedstrijd meededen hadden die optie niet – of althans, geen van hen maakte gebruik van de mogelijkheid een korte uitleg van de genoemde verwijzingen op te nemen. Een van hen ‘vertaalde’ wel de Countess als ‘Gravin’, waarmee in elk geval een nadere duiding van wat deze Cathleen was werd gegeven; de winnaar vertaalde Countess weg. Hoe dan ook vallen dergelijke cultuurspecifieke elementen in een poëtische vertaling van een gedicht (of zoals James Holmes’ het noemt, in een ‘metapoem’) zelden te vertalen met dezelfde betekenisvolheid als ze in het origineel hebben. Gelukkig hoeft de vertaler aan de Nederlandse lezer anno 2015 niet uit te leggen wat een circus is – al valt te betwijfelen of de Nederlandse lezer anno 2115 geen nadere uitleg nodig heeft over ‘circusdieren’.

Juryrapport
De jury, die bestond uit Peter Liebregts (hoogleraar Engelse leterkunde, Universiteit Leiden), Onno Kosters (dichter, vertaler, docent Engelse letterkunde en vertalen, Universiteit Utrecht), en Peter de Voogd (emeritus hoogleraar Engelse letterkunde Universiteit Utrecht, juryvoorzitter), heeft de vertalingen van Yeats’ ‘The Circus Animals’ Desertion’ beoordeeld op consistentie, en vooral op de volgende twee aspecten: is de vorm (ottava rima, of beter gezegd, Byronic Stanza, zowel metrisch als qua rijmschema) gehandhaafd? En verloopt het argument goed, met behoud van de idiomatische verschuivingen in het origineel? Een keuze uit de twee beste vertalingen was moeilijk en de jury hecht er dan ook aan te benadrukken dat hier geen sprake is van winnaars of verliezers, maar van een winnaar en een ‘runner-up’. ‘Het deserteren van de circusdieren’ won het uiteindelijk van het ‘Het verraad van de circusdieren’. Het winnende gedicht behoudt de meeste van de eigenschappen van het origineel, en heeft een onnavolgbaar eind-distichon dat op het juiste woord eindigt en in strakke jamben afsluit: ‘Ik vlei me neer waar elke ladder start, / Hier in de voddenwinkel van het hart.’ Krijn Peter Hesselink zal hiervan in het verre Peru, waar hij nu op een berg nadenkt, verwittigd worden. Een zeer eervolle vermelding gaat naar de `runner-up’, Han van der Vegt. Beide vertalingen worden hieronder gepubliceerd, zodat de nieuwsgierige lezer kan zien op welke verschillende manieren beide vertalers de oneindige problemen van Yeats’ gedicht te lijf zijn gegaan.

 

De winnaar: Krijn Peter Hesselink

 

Het deserteren van de circusdieren

1
Vergeefs zocht ik een thema, wekenlang,
Dag in, dag uit. Nee, niets heb ik gevonden.
Misschien moet ik me, een gebroken man,
Tevreden stellen met mijn hart. Ooit stonden
Mijn circusdieren in het midden van
De aandacht, door geen ouderdom geschonden,
De steltenlopers, de vrouw, de wilde kat,
Het glanzend rijtuig en God weet nog zo wat.

2
’k Heb slechts mijn oude thema’s bij de hand,
Eerst Oisin, varend bij de neus genomen
Langs menig allegorisch wonderland.
Rust, strijd en blijdschap: niets dan ijdele dromen.
Het klonk als was ik toen in wrok verzand,
Door sleetse thema’s in beslag genomen.
Waarom toch zond ik Oisin eropuit?
Ik verlangde naar zijn feeërieke bruid.

Een weerwoord klonk op het toneel al snel
Over Cathleen, die gek van medelijden
Haar ziel verkocht, zich verdoemend tot de Hel,
Ware het niet dat God dit kon vermijden.
Ik dacht haar lieve ziel op hoog bevel
Met haat en fanatisme te ontwijden.
Hier kwam een zeldzaam zoete droom uit voort
Waar ik mezelf volledig in verloor.

Hoe Cuchulain de wilde zee bevocht
Toen Dwaas en Blinde stalen uit de oven,
Is een mysterie van het hart. Ik zocht
Me echter slechts door dromen te verdoven.
Ach dat een daad een man bepalen mocht
Was iets waar ’k mijn verstand door liet beroven.
Verliefd op de acteurs en het decor
Vergat ik dit: ze staan ook ergens voor.

3
Die beelden, ooit op het papier getoverd
Als zuiver geest, waaruit zijn zij verschenen?
Uit hopen afval, oud, verweerd en pover,
Gebutste ketels, flessen, blikjes, beenderen,
Oud ijzer en de slet die tierend over
De kassa waakt. Mijn ladder is verdwenen.
Ik vlei me neer waar elke ladder start,
Hier in de voddenwinkel van het hart.

 

De ‘runner-up’: Han van der Vegt

 

Het verraad van de circusdieren

1
Ik zocht een onderwerp, ik zocht vergeefs.
Ik zocht zes weken lang, iedere dag.
Misschien moet ik, nu ik gebroken leef,
genoegen nemen met mijn hart. En toch
traden tot aan mijn oude jaren steeds
mijn circusdieren voor mij aan de dag,
jongens op stelten en de bronzen wagen,
de leeuw, de vrouw, wat God maar mocht behagen.

2
Ik kan alleen op oude onderwerpen komen,
zeeruiter Oisin eerst, ooit meegetroond
drie toverlanden, zinnebeeldendromen
door, rust, vreugde en strijd en alles even loos,
de onderwerpen van een bitter hart, genomen
uit wat in oude liederen, spelen wordt vertoond.
Ik zond hem op die tocht. Maakte het wat uit?
Ik smachtte naar de boezem van zijn feeënbruid.

Daarna klom tegenwaarheid op het toneel,
‘Gravin Cathleen’, zo noemde ik het stuk;
van medelijden gek gaf zij haar ziel,
de hemel, meesterlijk, schonk die haar terug.
Ik vreesde dat mijn lief haar had verspeeld,
zo bogen fanatisme en haat haar rug;
daaruit ontstond een droom die snel genoeg
geheel mijn liefde en aandacht voor zich vroeg

De Nar, de Blinde stalen brood, toen Cuchelain
tegen de ontembare zee tekeer ging;
mysteries van het hart, maar als ik eerlijk ben,
de droom greep mij in zijn begoocheling:
de held is door de daad apart gezet
en overheerst het heden, de herinnering.
Mijn liefde gold de spelers, het versierd toneel,
en niet de zaken daar door hen verbeeld.

3
Die meesterlijke beelden, haast volmaakt,
groeiden tot zuivere geest, uit welke bron?
Een afvalberg, het vuil dat je van straat
opveegt, ketels, oud glaswerk, een kapotte ton,
oud ijzer, botten, vodden, en de slet die raast,
de kassa hoedt. En zonder ladder, op de grond
lig ik van waaraf elke ladder rijst:
het hart, die smerige uitdragerij.