Grietje in het land der vertalers    48-55

Een raadselsprookje

Barbara de Lange

Abstract: Vergelijking van de Engelse en de Nederlandse vertaling van de Afrikaanse roman Griet skryf ’n sprokie van Marita van der Vyver.

 

Neem eens twee vertalingen (bijvoorbeeld een Engelse en een Neder­landse) van een roman (bijvoorbeeld in het Afrikaans). Leg ze naast el­kaar en zoek de verschillen. Het is als twee van die zoekplaatjes die wel hetzelfde lijken maar niet precies hetzelfde zijn. Dat leek geen moeilijke opdracht voor Entertaining Angels (vert. Catherine Knox) (E) en Ik zoek een domme man (vert. Riet de Jong-Goossens) (N), respectievelijk de Engelse en de Nederlandse vertaling van Griet skryf ’n sprokie (A) van de Zuid-Afrikaanse auteur Marita van der Vyver. En het leek interessant te bekijken of de keuzes die vertalers noodgedwongen maken tot signifi­cante verschillen leiden en of daar iets algemeens uit zou zijn af te leiden in dit specifieke geval.

In deze roman vertelt Griet over haar wederwaardighe­den nadat haar huwelijk is stukgelopen, hoe ze moeizaam, al sprookjes schrijvend uit het dal klautert: van een zelfmoordpoging naar een nieu­we liefde. Deze episoden worden afgewisseld met terugblikken op haar huwelijk en jeugd, en met sprookjes waarin ze haar lotgevallen verwerkt. Dat laatste doet ze in beide betekenissen van het woord: aan het eind blijkt dat ze haar huwelijksproblemen heeft verwerkt door ze tot een sprookje te verwerken, en dat sprookje heet Griet skryf ’n sprokie. Alleen is de zelfverwijzing uit de oorspronkelijke titel in beide vertalingen totaal verloren gegaan.

Al lezende meen je al snel te kunnen constateren dat met deze vertalingen wordt bevestigd wat je allang dacht: in Groot-Brittannië bestaat een andere traditie van literair vertalen dan in Nederland. Daar wordt niet moeilijk gedaan. Daar wordt niet met veel zorg getracht een vertaling te maken die zoveel mogelijk trouw blijft aan de brontekst, een vertaling waarin al het eigene zoveel mogelijk bewaard blijft zonder het idioom en de grammatica van de doeltaal geweld aan te doen. Of, in de woorden van Sjaak Commandeur in het nummer Vertalersverdriet van het tijdschrift Armada: ‘vertaal wat er staat zoals het er staat’, dat is het eer­ste gebod voor de literaire vertaler. Maar doe dat zonder het tweede ge­bod – ‘het Nederlands moet soepel lopen’ – te schenden.

De opdracht van de Engelse uitgever lijkt te hebben ge­luid: maak een soepel lopende Engelse tekst aan de hand van Griet skryf ‘n sprokie. En de vertaalster toog aan het werk: snel, systematisch stroom­lijnend en zonder al te veel respect voor de brontekst. Liet ze het oor hangen naar de boekrecensenten of de beoogde lezers, voor wie alleen een vertaling die leest als een trein, goed is?

Natuurlijk moet een vertaling soepel lopen, daar valt weinig op af te dingen (tenzij de oorspronkelijke versie al niet soepel loopt). Maar dat wil vooral zeggen dat ze idiomatisch en grammaticaal correct moet zijn. En het geldt vanzelfsprekend ook voor het Engels, maar de Engelse vertaalster van Griet skryf ’n sprokie heeft zich daartoe kennelijk grote vrijheden veroorloofd: de verschuivingen en verande­ringen zijn zo groot dat ik me haast niet aan de indruk kon onttrekken dat er sprake was van een welbewust streven een gladde, vlotte tekst te ma­ken aan de hand van de oorspronkelijke roman, onder andere door tekst­gedeelten weg te laten of toe te voegen, door zinnen samen te voegen of te splitsen, door te verfraaien of uit te leggen. De Engelse tekst leest daardoor misschien wel als een trein, maar daarvoor is de brontekst da­nig geweld aangedaan. Die tekst lijkt verwerkt tot hapklare brokken, makkelijk leesvoer. Vertaalster noch uitgever schijnen zich iets gelegen te hebben laten liggen aan zoiets als de ‘integriteit van een tekst’.

Ra, ra, ra.
Het begint er al mee dat in de Engelse uitgave de oorspronkelijke titel niet wordt vermeld. Alleen uit het titelblad blijkt dat er een vertaler aan te pas is gekomen. Dat lijkt een vergeeflijke omissie. Maar als je verder leest en vergelijkt, denk je: het was geen vergissing, nee, het was een veeg teken. Uitgever en vertaalster hebben inderdaad de handen ineengesla­gen om van Griet een lekker lopende roman te maken.

Behalve de zelfverwijzing in de titel is er nog meer verlo­ren gegaan. De Engelse vertaalster bedient zich zodra het lastig wordt van de strategie van de weglating: ‘En nou [...] sit sy met die gebakte pere. Behalwe dat dit moeilijk sou wees selfs die spreekwoordelike pere in Louise se ongebruikte oond te probeer bak’ (A 40) is in de Engelse ver­taling geworden: ‘And now [...] she was still in limbo’ (E 43), wat bete­kent dat ze nog steeds in onzekerheid verkeert – niet helemaal hetzelfde als met de gebakken peren zitten. ‘Goue kalf, het Griet geskryf, die storie is half’ (A 166) (‘Goudenregen, het verhaal is halverwege’ – N 168) is in het Engels verdwenen. Maar twee bladzijden verder is ‘Goue fluit, die storie is amper uit’ (A 169) – ‘Gouden fluit, het verhaal is bijna uit’ (N 171) – ‘And so my story’s almost done’ (E 182) geworden. Ook voor de vele niet eenvoudig te vertalen uitdrukkingen en woordspelingen waar­in gebruik wordt gemaakt van een combinatie van Engels en Afrikaans, heeft de Nederlandse vertaalster oplossingen gezocht, al is het misschien niet altijd gelukt tot een bevredigend resultaat te komen.

Al op de eerste bladzijde blijkt de Nederlandse Griet, net als de Afrikaanse, in het heden te leven en de Engelse in het verleden: Griet zit tegenover haar therapeute Rhonda en denkt dingen, zegt din­gen, vraagt zich dingen af en dat geeft vaart aan het verhaal. In het Engels: ‘she thought’, ‘she told’, ‘she wondered’. De tegenwoordige tijd waarin het hoofdverhaal is gesteld is in de· hele Engelse vertaling ver­vangen door het imperfectum. Met als gevolg dat de vertaalster witre­gels nodig heeft om de sprookjes en terugblikken van het hoofdverhaal te onderscheiden. In de oorspronkelijke versie, die in dit opzicht nauwkeu­rig door de Nederlandse vertaling wordt gevolgd, is dat veel minder vaak nodig: de afwisseling van werkwoordstijden schept immers al ge­noeg duidelijkheid. Op pagina 196 (E) gaat de keuze voor het imperfec­tum echt wringen: ‘Tomorrow she started all over again, she told herself’. (N: ‘Morgen begint ze van voren af aan, zegt ze tegen zichzelf’.) In het origineel en de Nederlandse vertaling wordt de lezer door het contrast tussen de tegenwoordige tijd van het hoofdverhaal en de verleden tijd van de sprookjes en terugblikken uitgenodigd te geloven in de fictie dat Griet hier het ‘ware’ verhaal van haar huidige leven vertelt. Wanneer het hele verhaal uiteindelijk zelf een sprookje blijkt te zijn dat door Griet is verzonnen om over haar eveneens verzonnen moeilijkheden heen te ko­men, ben je als lezer toch even verrast. Maar door de keuze voor het im­perfectum – de vertaler moet nu eenmaal kiezen omdat het Afrikaans geen imperfectum kent – blijft in de Engelse vertaling ook de verrassing uit. Dat betekent dat eigenlijk een hele betekenislaag verloren is gegaan.

Twee vertalingen van een en dezelfde roman, de ene in de tegenwoordige tijd, de andere in de verleden tijd. Nog meer opvallen­de verschillen die je aan het denken zetten: ‘vrouwelijke list’ (N 13) moet overeenkomen met ‘female sexuality’ (E 4). De volgende: op bladzijde 15 is sprake van ‘kinderen die niets hebben om te eten’, in het Engels van ‘children going hungry’ (E 5). Verderop heeft Griets therapeute Rhonda voor haar cliënten zo’n fauteuil waarin je diep wegzakt, maar ‘Rhonda zit zelf nooit in zo’n fauteuil’ (N 15), Engels: ‘Rhonda never allowed an armchair to swallow her’ (E 6). Nog een voorbeeld: tegenover ‘vegeta­bles and fruit’ (E 9) staat een ‘berg levensmiddelen’ (N 18) en tegenover een ‘ontdekkingstocht’ (N 20) een ‘satellite voyage of discovery’ (E 11). In een van Griets vele terugblikken op haar leven zingt Griets opa Groot met een zuivere basstem met ‘oma Hannie Petrus aarzelend en vals vol­gend’ (N 46), terwijl in het Engels staat: ‘followed by Grandma Hannie’s hesitant falsetto’ (E 41). En een vriendin met huwelijksproblemen schrijft aan Griet: ‘Als dit huwelijk kapot gaat, Griet, kun je me afschrijven’ (N 87) en in het Engels: ‘If this is married bliss, Griet, then count me out’ (E 90). En ten slotte:’[...], zegt Sandra als een moeder die stiekem trots is op het kattekwaad van haar kind’ (N 194), dat in het Engels werd: ‘[...] said Sandra like an indulgent mother of a mischievous child’ (E 210).

Langzamerhand ga je je afvragen of er misschien twee verschillende originele versies bestaan. Je zou haast denken van wel, he­lemaal als bij verder bladeren blijkt dat een citaat uit een boek van Jeanet­te Winterson is gebruikt als motto voor het derde deel in de Nederlandse vertaling, terwijl op dezelfde plaats in de Engelse vertaling een citaat uit de Encyclopaedia of Magic and Superstition staat. Terug naar de brontekst: daar blijkt ook het citaat van Jeanette Winterson te staan. Navraag bij Uit­geverij Tafelberg levert niets op. Voor zover bekend zijn er geen twee ver­sies, er is wel een tweede druk geweest, maar geen herziene. Misschien hebben auteursrechtelijke overwegingen de doorslag gegeven.

Antwoord en nog meer vragen
De verschillen waren soms zo groot dat ze haast niet alleen maar voor re­kening van een vertaler konden komen, zelfs niet van een vertaler die ge­woon een vlot lopende tekst wilde maken. Uiteindelijk besloot ik de auteur zelf te schrijven en haar het probleem voor te leggen. Voor mij wa­ren er twee mogelijkheden: of de vertalingen gingen terug op twee ver­schillende uitgaven van de Afrikaanse tekst, of in Groot-Brittannië wordt bij het vertalen heel apart omgesprongen met een brontekst. De eerste mogelijkheid was al afgevallen. De tweede zou een bevestiging zijn van heersende ideeën over het verschil tussen de opvattingen over li­terair vertalen in Nederland en in het buitenland, maar daar wilde ik ze­kerheid over hebben. Wat ik nooit had verwacht was het antwoord van Marita van der Vyver. Ze schreef dat er een eenvoudige verklaring be­stond voor de verschillen tussen de beide vertalingen. Ze had namelijk nauw samengewerkt met de Engelse vertaalster en was voor veel veran­deringen zelf verantwoordelijk. De reden hiervoor was dat de Engelse vertaling als min of meer oorspronkelijke tekst moest gaan dienen voor andere vertalingen dan de Nederlandse (die uit het Afrikaans was ge­maakt). Daarom had ze in samenwerking met en met goedkeuring van de vertaalster de Engelse tekst hier en daar veranderd, ‘om die taal meer poëties te laat klink, of ter wille van ’n woordspeling, of wat ook al’.

Maar ondanks dat ‘wat ook al’ bleven er verbazingwek­kende verschuivingen over. Bijvoorbeeld: ‘Dit kon glad nie gewerk nie’ (A 116) over een slecht functionerende koelkast (‘Het was ook mogelijk geweest dat hij helemaal niet had gewerkt’ – N 118) werd: ‘At least you still have a fridge’ (E 126), mogelijk omdat dit in het Engels naar het oor­deel van de schrijfster of de vertaalster poëtischer klinkt? Of waar in het Nederlands een ‘berg levensmiddelen’ staat en in het Afrikaans ‘’n klomp kos, daar staat in het Engels ‘fruit and vegetables’. De hele zin: ‘Dit is een van de voordelen van leven zonder man, het gesnoeide bood­schappenlijstje, geen scheerschuim en chocola voor hem en geen berg le­vensmiddelen voor zijn kinderen’. Geen inhoudelijk verschil met het Afrikaans. Vanwaar die ‘fruit and vegetables’ in het Engels? In het Afri­kaans eten de kinderen kennelijk veel, in het Engels vooral gezond.

En waarom van ‘kinders wat nie kos het om te eet nie’ (A 7) ‘children going hungry’ gemaakt? Deze twee uitspraken komen welis­waar ongeveer op hetzelfde neer en je zou kunnen zeggen dat er één abs­tracte propositie aan ten grondslag ligt. Dat geldt niet voor ‘Rhonda ne­ver allowed an armchair to swallow her’ en ‘Rhonda sit nooit self in hierdie leunstoele nie’ (A 7). Dit zijn niet zomaar twee manieren van zeg­gen. In het Engels staat meer: daar wordt ook iets gezegd over Rhonda’s afwijzende houding tegenover alle leunstoelen ter wereld. Wat kan de re­den zijn voor zo’n wijziging, of voor de toevoeging ‘satellite’ bij een ‘voyage of discovery’ (A 12: ‘ontdekkingstog’)? En Sandra die in het Engels spreekt als een ‘indulgent mother of a mischievous child’ (E 210), sprak in het Afrikaans ‘soos ’n ma wat heimlik trots voel op ’n kind se kattekwaad’ (A 195). Het lastige met dit soort verschuivingen is dat ze heel begrijpelijk zijn, dat je het best ook zo zou kunnen zeggen zonder de oorspronkelijke bedoeling of het oorspronkelijke beeld aan te tasten. Alleen stond het nu eenmaal niet zo in de brontekst, en er leek niets mis met wat er stond. Waarom zou je er als vertaler, of zelfs als auteur, aan gaan tornen?

Dan kun je immers blijven herschrijven, want alles kan ook anders worden gezegd. Dat geldt voor iedere zin van een boek. Maar als je daaraan begint is er geen sprake meer van een vertaling, dan heb je een nieuwe brontekst. En misschien is dat ook de reden waarom de uitge­ver de oorspronkelijke titel niet in de Engelse uitgave heeft vermeld. Alleen had hij dan de vertaalster eigenlijk als co-auteur moeten opvoe­ren. De verklaring dat de Engelse uitgave de basis moest vormen voor alle overige vertalingen (behalve de Nederlandse) geeft toch op veel vra­gen geen antwoord, want lang niet alle wijzigingen lijken te zijn ingege­ven door het verlangen ‘die taal meer poëties te laat klink’, hooguit door ‘wat ook al’. Waarom moest bijvoorbeeld ‘Griet tel ’n punt van die gestyf­de tafeldoek op, ingedagte, en vryf haar pa se mes blink’ (A 75) ‘Griet po­lished a knife absent-mindedly on a corner of her mother’s starched ta­blecloth’ (E 80) worden? Vonden de vertaalster en de auteur misschien de freudiaanse symboliek hier bij nader inzien al te weinig subtiel? Maar kennelijk speelde subtiliteit geen rol bij de omzetting van de ‘aandster’ van p. 179 (‘avondster’ – N 179) in ‘Venus’ (E 193), wat wel dezelfde de­notatie maar niet dezelfde connotatie heeft, en een erg nadrukkelijke toe­speling op de romantiek van de avond vormt. En zou bij de overzetting van ‘’n Soort mengsel van toorkuns en tegnologie’ (A 14) (in het Nederlands ‘Een soort mengsel van toverkunst en moderne technologie’ – N 22), in ‘Magic meets technology’ (E 14) het poëtisch taalgebruik een rol hebben gespeeld? Het is een bondige formulering, dat wel, maar ook een poëtische? Terwijl in het Nederlands is aangesloten bij de standaard zegswijze ‘moderne technologie’ (wel jammer van de directere alliteratie die er in het Afrikaans stond), is het Engels sterk gestroomlijnd tot een cliché-achtige uitspraak. Weliswaar wordt er ook in de Nederlandse ver­taling weleens geschaafd – benen die in het Afrikaans geschoren worden, worden in het Nederlands onthaard (A19, N 27) – maar daar is het een uitzondering, terwijl er in de Engelse vertaling legio voorbeelden van zijn aan te wijzen. Het is niet duidelijk of al deze veranderingen ook door de auteur noodzakelijk werden geacht. Mocht dat wel zo zijn geweest, dan doet zich een nieuwe vraag voor: Waarom? Vond ze soms haar eigen boek bij nader inzien niet goed genoeg? Wie dit soort veranderingen aan­brengt zegt in feite: de oorspronkelijke tekst deugt niet. Immers als Van der Vyver in plaats van de ‘aandster’, ‘Venus’ had willen zeggen, had dat in het Afrikaans ook heel goed gekund. Als ze in plaats van ‘Om hierdie reuse-tafel tussen die wolke’ (A 17) – het gaat over de Tafelberg – het equivalent van ‘Round this giant table under the moon’ (E 17) had willen zeggen, had dat in het Afrikaans ook heel goed gekund. (‘Rond deze reu­zentafel tussen de wolken’ – N 25).

Andere zaken zijn de auteur kennelijk ontgaan. Het is al­thans moeilijk voorstelbaar dat er in de volgende voorbeelden sprake was van meer dan een vergissing: de ‘vrouwelijke list’ en de ‘female sexuality’ blijken namelijk terug te gaan op het Afrikaanse ‘vrouwelijke lis’ (A 5); en oma Hannie’s ‘hesitant falsetto’ lijkt een verlezing van haar ‘huiwerig en valsig’ (A 38) gezang. Ook in het Nederlands komen wel fouten voor, zoals’ Als dit huwelijk kapot gaat, Griet, kun je me afschrij­ven’, terwijl in het Afrikaans net als in het Engels stond: ‘If this is mar­ried bliss, Griet, then count me out’ (A 85).

Hier zien we meteen hoe het Engels in het Afrikaans is doorgedrongen. Het Afrikaans, en met name het Afrikaans van de yup­pen in Kaapstad (zie de artikelen van Etienne Britz en Robert Dorsman in dit nummer) heeft meer Engels geabsorbeerd dan het Nederlands. Nóg meer? Jawel, nog veel meer. Niet alleen worden er veel Engelse spreek­woorden, zegswijzen en termen rechtstreeks overgenomen (‘shrink’, ‘lo­ver’, ‘shock’, ‘outfit’, ‘con-artist’), maar ook schuwt men het anglicisme niet. Hoewel je in het Nederlands weleens iemand, zij het tongue in cheek, kunt horen zeggen dat iets zijn kopje thee niet is, komen letterlijk uit het Engels vertaalde uitdrukkingen in het Afrikaans frequenter voor. Zo ver­telt Griet haar therapeute dat ze in wanhoop haar hoofd in de oven heeft gelegd om er een eind aan te maken, een zelfmoordpoging die werd verij­deld doordat ze tot haar grote schrik een kakkerlak in de oven zag. Stel dat iemand haar zo, half bewusteloos van schrik, had aangetroffen, zegt ze, ‘Ek sou nooit die einde daarvan hoor nie’ (A 7). En in het Engels staat dan ook: ‘I’d never hear the last of it’, wat zoveel betekent als: het zou me mijn leven lang worden nagedragen.

Een andere verandering viel duidelijk onder de categorie ‘wat ook al’: op een feestje danst Griet op muziek van The Doors met een getrouwde vriend die onverwacht avances begint te maken. ‘Hy het ge­lag, seker vir die geskokte uitdrukking op haar gesig, en haar gevra om met hom te dans. You know that it would be untrue... het Jim Morrison in de sitkamer gesing, if I were to say to you... Gelukkig was die musiek...’(A 54). Dat werd in het Engels: ‘Then he laughed too, probably at the shoc­ked expression on her face, and asked her to dance. “Light My Fire”, Jim Morrison sang in the living room, sounding far too cool to be set alight. Luckily the music was...’ (E 58). Dit was een van de voorbeelden die ik de schrijfster had voorgelegd, en het antwoord luidde heel eenvoudig dat de ‘kopieregfooi’ voor de songtekst te hoog was voor de uitgever. Ook het citaat van Jeanette Winterson hoort in de categorie ‘wat ook al’: zij schijnt principieel te weigeren iemand toestemming te geven uit haar werk te citeren. (Hoe de Nederlandse uitgever dat heeft opgelost laat zich slechts raden: door geen slapende honden wakker te maken?)

Merknamen heeft de Engelse vertaalster met rust gela­ten. Misschien zijn die inderdaad in Engeland net zo bekend als in Zuid-Afrika. In de Nederlandse vertaling is dat anders gedaan. De ver­taalster heeft kennelijk voor een niet-principiële benadering gekozen: merken zijn soms blijven staan (zoals Blue-Mountain-koffie, waarbij je uit de context en het feit dat ook hier caffeïnevrije koffie een blauwe ver­pakking heeft, kunt afleiden wat er bedoeld wordt), en soms, als de con­text helemaal geen uitkomst bood, vervangen door de naam van het be­wuste artikel (Lil-lets werden tampons) of een enkele keer door een in Nederland zo bekend merk dat het bijna spreekwoordelijk is geworden (servetten worden niet in een sopje van Jik maar van Biotex gelegd). Ver­der zijn krantenberichten vertaald, maar liedteksten, de ‘Struggle’, de ‘dark lady’ van Shakespeare en de ‘lady with the lamp’ zijn blijven staan, net als enkele regels uit een sonnet van Shakespeare. Zo nodig is in de No­ten van de vertaler achter in het boek een verklaring of vertaling opgeno­men.

Conclusie
Griet skryf ’n sprokie verscheen in 1992 in hardcover. De paperback kwam uit in 1994, hetzelfde jaar als de Engelse en de Nederlandse vertaling. Toch is in de laatste Afrikaanse uitgave niets veranderd ten opzichte van de eerste druk. Kennelijk vonden auteur noch uitgever het nodig om in de Engelse vertaling aangebrachte veranderingen in het Afrikaans over te nemen: de ‘aandster’ is geen Venus geworden, nog steeds ‘vryf [Griet] haar pa se mes blink’, de ‘reuse-tafel’ bevindt zich nog steeds ‘tussen die wolke’ en niet onder de maan, enzovoort. Hoe noodzakelijk waren die veranderingen dan? Er is geen reden te bedenken waarom dit in het Engels per se anders had gemoeten. Niet omwille van poëtisch taalge­bruik, niet omwille van een woordspeling. Maar waarom wordt de inte­griteit van een tekst aangetast, terwijl die op zichzelf deugt? Uit een soort voorzichtigheid? Uit vrees dat het een, de avondster, voor een groot publiek misschien niet duidelijk genoeg is, en het ander, het op­wrijven van vaders mes, juist te nadrukkelijk?

De enige conclusie die met zekerheid getrokken kan wor­den, is dat met de Engelse versie in wezen een nieuwe brontekst is ont­staan. Maar daarmee is weinig gezegd. Het raadsel blijft. 

Lees meer over: