Juryrapport Filter Vertaalprijs 2026    

Jury Filter Vertaalprijs 2026

Hoe filter je uit een indrukwekkend aanbod van 264 vertalingen – het worden er elk jaar maar meer – net die ene vertaling die die titel ‘meest bijzondere vertaling van het jaar’ ook terecht verdient? Je kunt daar wel criteria voor opstellen, maar het gevoel dat je na toepassing daarvan en in de wetenschap dat al die vertalers met de grootste zorg te werk zijn gegaan 263 vertalingen onrecht aandoet, de een al meer dan de ander, dat gevoel zal je niet snel verlaten. Dat geldt nog meer voor de enkele genomineerden van de shortlist, want dan moet je al helemaal de apothekersweegschaal bovenhalen. Je kunt als jury wel een gerechtvaardigde winnaar aanduiden, maar of die beslissing ook rechtvaardig is, blijft toch wel de vraag. 

Een vertaler moet altijd beslissen, moet een vertaaloplossing bedenken, zelfs dan nog wanneer die voor een ogenschijnlijk onoplosbaar vertaalprobleem staat. Want er mag geen lege plek in de tekst staan met het excuus: ‘Sorry, ik ben er niet uitgekomen’. En zoals een vertaler in die situatie voor een oplossing kiest die er net zo goed anders had kunnen uitzien, zo moet ook de jury van een vertaalprijs beslissen dat de prijs naar die ene, zonder twijfel bijzondere, vertaling gaat, terwijl er misschien wel redenen zijn om hem ook aan een andere toe te kennen. Het is, kortom, maar goed dat we als jury mogen volstaan met het meedelen van de criteria en er niet coram publico over in discussie hoeven te gaan (die zeker eindeloos zou uitvallen).

Criteria dus. Het criterium dat voor een eerste selectie zorgt is vast en zeker: valt de vertaling op door bijzondere, misschien zelfs vernieuwende lexicale of syntactische keuzes, met name, maar zeker niet alleen, op zulke plaatsen waar een eenvoudige of vanzelfsprekende keuze niet voor de hand ligt? En vervolgens: zorgt het geheel van die keuzes voor een goedlopende Nederlandse tekst die niet afgevlakt wordt maar levendig blijft, maar ook waarin die bijzonderheid niet alle aandacht opeist en het lezen misschien wel weer bemoeilijkt? Een derde, maar toegegeven, moeilijker te hanteren criterium is de vraag of de vertaling door haar taalgebruik met recht en rede een taalkunstwerk genoemd mag worden, bijvoorbeeld doordat ze tendens en intentie van de oorspronkelijke tekst versterkt.

In de nominatierapporten vinden we de neerslag van deze criteria.

 

De juryleden vinden de vertaling Nachtwoud van Djuna Barnes door Erik Bindervoet ‘indrukwekkend’. Hij heeft Barnes’ duizelingwekkende, bedwelmende roman zo soepel vertaald dat de dwaler door het Nachtwoud meermaals terugkeert om zich nogmaals te laven aan de melodieuze, poëtische zinnen vol schitterende taalvondsten. De exuberante, vaak heel originele woordkeuze van Bindervoet en zijn (door vertaling geïnspireerde, vaak grappige) variatie op idiomatische uitdrukkingen maken het een buitengewoon knappe vertaling. Denk aan: ‘Je ramt de lever uit een gans om er pâté van te maken, je beukt op de spieren van iemands cardia om een filosoof van hem te maken.’

 

Ook Jan Willem Bos stond met zijn vertaling van Cartarescu’s Theodoros voor een talige en stilistische uitdaging, die hij met epische allure is aangegaan. Voor dit pseudohistorische verhaal over een Roemeen die keizer van Ethiopië wordt, moest hij zich verdiepen in obscure realia, archaïsmen en andere exotische woorden en die verwerken in zinnen van olympische lengte. En wel zo dat de lezer de weg niet zou kwijtraken in de vele zijsporen. Theodoros is een kunstwerk, waarbinnen elke zin op zich ook een kunstwerk is. Jan Willem Bos heeft met zijn vertaling een nieuw en overtuigend kunstwerk geschapen.

 

Idem dito voor Jaroslav Hašeks De lotgevallen van de brave soldaat Švejk tijdens de Wereldoorlog, een groots satirisch meesterwerk. Met zijn praatjes, zijn anekdotes, zijn gezwets houdt de ‘eenvoudige’ soldaat Švejk het politiek-militair-economisch bestel een spiegel voor en stelt hij de onbenulligheid en barbaarsheid ervan aan de kaak. De overal aanwezige satirische ondertoon, de vele verschillende tekstsoorten, de veeltaligheid, de politieke en literaire verwijzingen leveren een ongemeen complex meesterwerk op. Kees Mercks is er als vertaler in geslaagd om al die elementen in een satirisch meesterwerk van het Nederlands te verenigen; bijna duizend bladzijden satire zonder ook maar één wanklank.

 

Nevermore van Cécile Wajsbrot is – onder andere – een roman over de onmogelijkheid van het vertalen; Josephine Rijnaarts bewijst in haar vertaling juist dat vertalen géén onmogelijke kunst is. Op weergaloze wijze geeft ze de bespiegelende sfeer van de tekst weer en maakt ze in de talloze nuances van de mogelijke interpretaties van een enkele zin het vertaalproces inzichtelijk. Dat alles in een prachtig mijmerend en muzikaal Nederlands dat de lezer doet vergeten dat het hier in feite gaat om de Nederlandse vertaling van een Franse roman over de vertaling van een Engels boek – een ongeëvenaarde, bijzonder knappe dubbelslag.

 

Razend van Ariana Harwicz gaat over Lisa, een vrouw die veroordeeld wordt voor partnergeweld. Ze heeft geen greep meer op de werkelijkheid en belandt in een razernij, waarin ze haar huis in brand steekt en haar kinderen ontvoert. De titel ‘Razend’ weerspiegelt die razernij in het taalgebruik. Ook de lezer kan razend worden van de bizarre, lugubere en pessimistische gedachten in Lisa’s hoofd. De vertaling uit het Spaans van Eugenie Schoolderman is dicht op de huid van Lisa; trefzeker, verontrustend, bizar, hallucinerend en beklemmend. Schoolderman weet de rauwe en nietsontziende beeldtaal overtuigend overeind te houden in het Nederlands.

 

De hoofdpersoon uit het al genoemde Nevermore, een literair vertaler, vergelijkt een vertaalopdracht met een wild dier dat ze moet temmen. Deze vijf vertalers hebben hun wilde dier virtuoos en vakkundig getemd. De genomineerde romans zijn stuk voor stuk bijzonder – én bijzonder moeilijk, maar de vertalers hebben ieder op hun eigen manier de diverse grote vertaalproblemen op overtuigende wijze weten te bedwingen. Ze hebben de Nederlandstalige literatuur verrijkt met vele uiteenlopende, unieke stemmen.
De jury van de Filter Vertaalprijs 2026 heeft de complexiteit van de brontekst laten meewegen in haar oordeel. De prijs gaat naar de vertaler die die complexiteit met zichtbaar plezier te lijf is gegaan; die ondanks de grote omvang van de tekst nergens in routine vervalt; die het klaarspeelt om met woorden het ene vuurwerk na het andere te creëren; die ons laat smullen van formuleringen als: ‘preigroen en pomeransoranje’, ‘een knapzak vol leeftocht’, ‘suïcidale bevlogenheid’, ‘spies en spindel’ en ‘de zompen van het vlees’.
De Filter Vertaalprijs 2026 van € 10.000, ter beschikking gesteld door de GAU, gaat naar Jan Willem Bos voor zijn vertaling van Theodoros.

 

Utrecht, International Translation Day, 30 september 2026

 

De jury van de Filter Vertaalprijs 2026 bestond uit Noraly Beyer, Henri Bloemen, Dieuwertje Mertens, Els de Roon Hertoge & Paula Stevens.