Juryrapport Filter Vertaalprijs voor kinder- en jeugdboeken 2026    

Jury Filter Vertaalprijs voor kinder- en jeugdboeken 2026

Wanneer je moet bepalen welk boek een literaire prijs verdient, dringen de fruitclichés zich regelmatig aan je op. Want kiezen tussen, om maar wat te noemen, historische non-fictie, een poëtische bespiegeling op het leven of een postapocalyptische roman heeft inderdaad wel iets van appels met peren vergelijken. Wie daarentegen de beste vertaler moet kiezen uit een lijst met vertaalde boeken uit wel twintig verschillende talen, variërend van een prentenboek met een woord of vijftien tot het vijfhonderd bladzijden tellende nieuwste deel uit een fantasyreeks, kan voor een passende metafoor gerust de hele fruit- en groentekraam aanspreken. De leeftijd van het beoogde doelpubliek, vormkwesties als de aanwezigheid van rijm, humor en eventuele beperkingen door de illustraties, het loopt allemaal ongelooflijk ver uiteen, waardoor de moeilijkheid van de vertaalopdracht zich ook niet altijd even makkelijk laat bepalen. Hoewel er veel lolligs verschijnt, kwamen wij als jury op relatief ‘serieuze’ boeken uit voor onze shortlist, die de respectievelijke vertalers voor al even serieuze uitdagingen hebben gesteld.

Op de lijst stonden dit jaar ook weer de nodige hervertalingen van klassieke jeugdboeken: Peter Pan, De kleine prinses en (bewerkte) Sprookjes van Grimm, maar ook minder canonieke – zij het niet minder gevleugelde – titels als Rodari’s De vliegende taart en De vliegende klas van Erich Kästner. De bronteksten hebben de tand des tijds doorstaan, maar ondertussen is de afstand tussen brontekst en doelpubliek almaar groter geworden. De hervertaler moet een heuse meerkamp aan prestaties leveren: zorgen dat de tekst begrijpelijk en invoelbaar is voor jonge lezers van nu zonder de talige en historische context uit het oog te verliezen en dan ook nog zo dat de redenen dát een boek als klassieker geldt – bijvoorbeeld de humor, spanning of bijzondere stijl – overeind blijven.

 

Wat ons betreft is niemand er het afgelopen vertaaljaar zo wonderwel in geslaagd om zo’n klassieke kindertekst overeind te houden als Annelies De hertogh bij haar vertaling van Kästner, een ontwapenend boek over een groepje kostschooljongens dat in een Oostenrijks stadje in 1933 vetes uitvecht, het kersttoneel voorbereidt en verlangt naar huis. In een van de meest uitdagende én grappige passages repeteren de jongens het toneelstuk op rijm dat een van hen heeft geschreven:

 

Petrus: De hemel is alleen te zien voor doden.

 

Johnny: Mag ik misschien wat foto’s van u maken?

 

Petrus: Fotograferen is hier streng verboden.

We zijn hier niet gediend van dat soort zaken.

 

De hertogh vindt precies de juiste balans tussen inhoud, geloofwaardigheid en de bloedserieuze lichtheid die Kästner typeert.

 

Het laatste jaar van de Britse dichter Matt Goodfellow, vertaald door Willem Jan Kok, volgt het turbulente laatste basisschooljaar van Nate, die al zijn frustratie, angst en verdriet van zich af schrijft – in dichtvorm. Die opzet maakt het boek tot een flinke vertaalklus: naast de authentieke stem van een opgroeiende Britse jongen moest Kok ook talloze verzen omzetten, vrij en op rijm, die het kloppend hart van het verhaal vormen. Kok tackelde deze dubbele opgave met veel creativiteit en gevoel:

 

Tall thin
like to win

on-point hair
long-distance stare

love football laughs
not down with maths

read everythin
make words sing

write don’t fight
not a coward though right?

 

werd bijvoorbeeld:

 

Dun lang

winnen is kicken

 

bos met haar

verre blikken

 

voetbalhumor

pret op het plein

 

rekensommen

minder fijn

 

lees schrijf

laat woorden zingen

 

moet geen ruzie

tenzij ze me dwingen!

 

De poëtische fragmenten zijn ritmisch en energiek, en waar stilistische keuzes van de auteur moesten sneuvelen, bedacht Kok overtuigende gelijkwaardige alternatieven. Het resultaat is een krachtige vertaling die de lezer volledig meeneemt en dit belangrijke jeugdboek ook in het Nederlands laat schitteren.

 

Warm en sfeervol, maar vooral ook zo ráák: Lies Lavrijsen vertaalde Alma – De storm steekt op van Timothée de Fombelle op een meesterlijke manier. De Nederlandse zinnen zijn bloemrijk en speels, soms poëtisch, maar nergens gekunsteld. De lezer raakt gaandeweg steeds meer bekend met het Franse slavenschip waarop het verhaal zich grotendeels afspeelt – ook met het ‘grootmarszeil’, de ‘bramsteng’ en andere uitdagende terminologie. Voor de mooie Franse frasen van De Fombelle koos Lavrijsen steeds een passende én sprekende vertaling in het Nederlands. Zo wordt in de spannende slotachtervolging verteld hoe de kapitein het wild dansende schip aanspoort als een paard: ‘Il lui a mis un mors au dents.’ Letterlijk betekent dat ‘hij klemde het een bit tussen de tanden’, waarmee hij het schip dus opjaagt. Lavrijsen kiest ook voor een uitdrukking uit de paardenwereld: ‘Hij legde de zweep erover’. Voor de jonge Nederlandse lezer een natuurlijke vertaling, en slechts een enkel voorbeeld uit een dikke pil aan geslaagde keuzes.

 

Een tuintje op je buik van de Duitse Katharina von der Gathen gaat niet alleen over de dood, maar juist ook over het leven. Esther Ottens heeft in haar vertaling de nuchtere en tegelijkertijd gevoelige toon van de auteur zeer fraai getroffen. Zo lezen we in de brontaal: ‘Manche haben Angst, dass es unheimlich ist, einen toten Menschen zu sehen. Er könnte sich ja vielleicht doch noch bewegen oder ganz plötzlich die Augen öffnen. Das kann aber nicht passieren. Wer tot ist, ist tot.’ Bij Van Otten wordt dit: ‘Sommige mensen zijn bang dat doden griezelig zijn om te zien. Misschien bewegen ze toch nog of doen ze opeens hun ogen open. Maar dat kan niet gebeuren. Dood is dood.’ Een vertaling die de jury raakte en bijblijft.

 

Hoewel Annemarie Vlaming als de trouwe vertaler van Saša Stanišić al goed bekend was met zijn werk, is zij een relatieve nieuwkomer in kinderboekenland, maar zij vindt hierin uitstekend haar weg. Wolf is bij uitstek een boek waarin het taalgebruik van de jonge personages een doorslaggevende rol speelt, een boek over groepsdynamiek en de manier waarop taalgebruik kan bepalen wie populair is en wie een buitenbeentje. Vlaming is zorgvuldig te werk gegaan in de vertaling van die dynamiek, waardoor de lezer uit het taalgebruik van de jongeren goed kan aflezen welke positie zij innemen in de sociale pikorde van de groep. Zo zegt Jurg, het grootste buitenbeentje van het verhaal, in de brontekst ‘Alles Paletti’, een heel oncoole uitdrukking voor die leeftijd, waarop de vertaler al even oncool kiest voor: ‘Alles kits!’ Ook andere taalkundige uitdagingen, zoals de vele woordgrapjes van hoofdpersonage Kemi, zijn op een creatieve manier opgelost, waardoor het boek leest als een trein.

 

Zoals gezegd: we vergelijken hier gedroogde pruimen met rabarber of zelfs begrafeniscake met scheepsbeschuit. Toch menen wij dat één vertaler afgelopen jaar iets zo unieks en zo waardevols heeft gedaan, namelijk jonge mensen op een wervelende, ontroerende manier laten kennismaken met poëzie, dat de Filter Vertaalprijs voor kinder- en jeugdliteratuur ter waarde van € 10.000, ter beschikking gesteld door de CPNB en de GAU gezamenlijk, moet gaan naar Willem Jan Kok voor Het laatste jaar.

 

Utrecht, International Translation Day, 30 september 2026

 

De jury van de Filter Vertaalprijs voor kinder- & jeugdboeken 2026 bestond uit Najiba Abdellaoui, Suzanne van der Beek, Henrieke Herber, Jiska de Ligt & Lette Vos.