Vertalen als vorm van sociaal gedrag    48-51

A.V. Sadikov
Vertaling: Arthur Langeveld

Abstract: Korte schets van de vertaalwetenschap in de Sovjetunie (zie pagina 47-48 van dit nummer), gevolgd door de vertaling van het essay ‘Vertalen als vorm van sociaal gedrag’ van A.V. Sadikov. Deze verder onbekende auteur benoemt en relativeert de verschillende eisen die aan vertalingen worden gesteld.

 

Bij het vertalen doet zich een interessante situatie voor: de theorie komt met veel pijn en moeite en in felle terminologische discussies tot stand, maar ondertussen houden tienduizenden mensen zich met het vertalen bezig en kennelijk met succes, want anders zou de maatschappij gauw ophouden de vertaalpraktijk te financieren en de vrijgekomen middelen in de ontwikkeling van de theorie investeren. De theorie van het vertalen is nog in wording, maar goede vertalingen worden al duizenden jaren gemaakt (evenals slechte). De theoretische uitgangspunten van vertalers en vertaalcritici kunnen zeer verschillend zijn en zelfs diametraal tegen­over elkaar staan (zie de opsomming van Th. Savory)1, maar als het om concrete passages in een vertaling gaat, zullen de meeste kenners het er­over eens zijn of deze goed of slecht, juist of onjuist, geslaagd of niet ge­slaagd zijn. (Vooral bij een tweede beoordeling.) Het is daarom niet toe­vallig dat men wel eens hoort voorstellen om vertalingen door een groep van experts te laten beoordelen, wier cijfers dan gemiddeld worden, on­geveer zoals dat bij de beoordeling van turners en kunstschaatsers in zijn werk gaat. Ten slotte is de vertaalwetenschap een discipline die zich ba­seert op de laatste ontwikkelingen van verschillende wetenschappen, ter­wijl vertalingen – ook de beste – dikwijls worden gemaakt door mensen die slechts over een minimum aan kennis op deze gebieden beschikken. Het heeft er alle schijn van dat vertalen inderdaad te leren is, niet door het bestuderen van de theorie, maar eerder zoals men leert praten. Im­mers, om goed te spreken en te schrijven hoeft men geen linguïst te zijn (dat kan zelfs nadelig zijn, getuige taal en stijl van veel linguïstische wer­ken).

In wezen is vertalen, net als taalgebruik – mondeling of schriftelijk – en heel veel meer, een symbolische, cultureel gereglementeerde activiteit. De voornaamste normen die deze activiteit reguleren worden door iedereen, of door bijna iedereen, intuïtief aangevoeld; zij zijn waar, niet omdat ze rationeel bewezen of ontkend kunnen worden, maar omdat ze geaccep­teerd zijn door de meerderheid van de dragers van de desbetreffende cul­tuur (of culturen – dat doet er in principe niet toe). Zij worden in de regel niet gevoeld, of beter gezegd, zij worden slechts gevoeld in het geval dat ze worden overtreden.

Aangezien een vertaling een vervanging is van de originele taaluiting, moet zij voldoen aan alle normen die voor deze laatste gelden, en nog aan enkele meer. Iedereen, hoe onervaren ook, die zich aan het vertalen zet, weet wat hij moet doen, of beter gezegd wat er van hem wordt verwacht. Zijn tekst moet begrijpelijk zijn (zelfs indien het origineel onbegrijpelijk is – de eerste beperking die de vertaling in vergelijking met het origineel wordt opgelegd); hij moet zich houden aan bepaalde taalnormen (zelfs indien de taal van het origineel vol met fouten zit – de tweede beperking); hij moet precies bevatten wat de auteur wilde zeggen (hoewel, wie be­paalt, wat de auteur wilde zeggen?), en alleen wat de auteur wilde zeg­gen en niets van zichzelf (hoewel het in werkelijkheid vaak voorkomt dat een vertaler die trouw wil zijn aan de andere eisen, niet aan deze laatste eis kan voldoen en omgekeerd). Ten slotte moet een vertaling ‘natuurlijk’ klinken – nog zo’n willekeurige eis, die wanneer hij letterlijk wordt opge­vat, absurd is: want kan het natuurlijk zijn dat een middeleeuwse En­gelsman zich bedient van onvervalst twintigste-eeuws Russisch? Maar ondertussen weten we dat ook in dit geval de vertaling meer of minder ‘natuurlijk’ kan klinken. Kortom, de eisen die aan een vertaler worden ge­steld komen neer op het volgende: hij moet al zijn kennis en kunde in zijn werk leggen en daarbij toch onzichtbaar blijven.

De paradox van het vertalen, als activiteit die moet voldoen aan de te­genstrijdige eisen die de maatschappij eraan stelt, is hiermee niet afgelopen – integendeel! Laten we Savory’s lijstje nog eens bekijken. De paren van elkaar tegensprekende eisen (je zou kunnen spreken van vertaalanto­niemen) die Savory aanhaalt, zijn niet door hemzelf bedacht. Al deze ei­sen – de ene niet minder plausibel dan de andere – vallen gemakkelijk te destilleren uit datgene wat over vertalen gezegd en geschreven wordt door die leden van de maatschappij die met vertalen van doen hebben: auteurs, lezers en luisteraars, redacteuren, critici en vertalers zelf. Maar waar het hier om gaat, is dat al die eisen even juist zijn, oftewel dat een vertaling moet voldoen aan beide leden van elk paar. Nemen wij bijvoor­beeld het paar: ‘een vertaling moet lezen als een origineel’ – ‘een vertaling moet lezen als een vertaling’. Het tweede is juist, want wie heeft nooit opmerkingen aan het adres van een vertaler gehoord als: ‘Bij Shakespeare kan zoiets niet’, of: ‘Shakespeare zou dat niet zo zeggen’ – wat wil zeggen dat de vertaler zich in zijn vertaling veel minder kan permitteren dan als hij de auteur van een origineel werk zou zijn. Maar ook het eerste is juist, waar zouden anders klachten vandaan komen dat de vertaling ‘onnatuur­lijk’ klinkt, ‘dat hij niet de kracht van het origineel heeft’, dat hij ‘is wat je maar wilt, maar geen Shakespeare’?

Of neem de uitspraak: ‘een vertaling moet lezen als een werk uit de tijd van het origineel’. Volkomen juist: in een Shakespeare-vertaling kun je niet ‘de strategie van de massa-vergelding toepassen’ of ‘de arbeidsor­ganisatie op scherp stellen’, hoewel vergelijkbare verschijnselen heel goed voor kunnen komen. ‘Een vertaling moet lezen als een werk uit de tijd van de vertaler.’ Ook juist: een vertaler schrijft voor zijn tijdgenoten, zoals Shakespeare voor de zijne schreef. Een vertaling maken in de taal uit de tijd van Shakespeare, dat wil zeggen in het Russisch van het eind van de zestiende eeuw, betekent de vertaling te laten klinken zoals in de tijd van Shakespeare Beowulf klonk.

‘Bij een vertaling zijn toevoegingen en weglatingen toegestaan’ – ‘bij een vertaling zijn toevoegingen en weglatingen niet toegestaan’. Allebei juist, je kunt het zelfs zo zeggen: een vertaler moet toevoegingen en weg­latingen toestaan, juist omdat toevoegingen en weglatingen niet zijn toe­gestaan. Neem bijvoorbeeld de regel dat bij vertalingen van gedichten het aantal versregels gelijk moet blijven. De vraag doet zich voor of de hoe­veelheid regels moet worden besnoeid of juist mag uitdijen bij een En­gelse vertaling van Russische poëzie en het omgekeerde probleem speelt bij een Russische vertaling van Engelse poëzie. Of neem het tamelijk veel voorkomende geval dat tekstfragmenten die op het eerste gezicht letter­lijk overeenkomen, in werkelijkheid tot verschillende stijlniveaus beho­ren. Of functionele correspondenties van het type frágil (Sp.) = ostorožno, steklo! (R.).2 Toegegeven moet trouwens worden dat de laatste twee stel­lingen niet correct zijn geformuleerd. Weglatingen waarvan? Van woorden? Maar in de vertaalwetenschap is het een open deur dat de woorden van verschillende talen niet dezelfde betekenis hebben en dat een verta­ling daarom in principe niet woord voor woord wordt gemaakt (hoewel soms ook weer wel, en hoewel het soms niet anders kan). Of is het soms weglating van informatie? Maar informatie kan relevant en irrelevant zijn...

Over het geheel genomen en ongeacht de bedoelingen van de auteur, kan Savory’s lijst worden beschouwd als een poging om de beperkingen op te sommen die een bepaalde cultuur een vertaling oplegt. Men kan zich heel goed een andere cultuur voorstellen die andere eisen stelt, en ook in onze eigen Europese cultuur is de situatie vroeger anders geweest; men denke bijvoorbeeld aan de vertaling van de Bijbel. Waar het ons hier om gaat is dat zulke eisen, die niet geformuleerd zijn maar wel altijd meespelen, die niet bewezen worden en ook niet bewezen kunnen wor­den, die innerlijk tegenstrijdig zijn maar desalniettemin door de meeste mensen worden geaccepteerd, – dat zulke eisen bestaan en derhalve ge­formuleerd dienen te worden als normen van een bepaalde cultuur met betrekking tot vertalingen, of als normen van de vertaling als sociaal ge­drag, of gewoon als vertaalaxioma’s.

 

Noten
1 Savory, Th. 1957. The Art of Translation. London, p. 48-49.
2 Ostorožno, steklo! letterlijk: ‘voorzichtig, glas!’, staat in Rusland standaard op ver­pakkingen met breekbare waar.

Lees meer over: