Over Kritiek van de zuivere rede van Immanuel Kant    74-77

Theo Verbeek

Zonder de Kritik der reinen Vernunft (1781) zou Immanuel Kant (1724–1804) zeker bij het grote publiek thans volledig vergeten zijn. Het is de Kritik die de filosofie van Kant ‘klassiek’ gemaakt heeft. Niettemin roept zijn werk grote problemen op. Aangezien dit een tijdschrift voor vertalers en over vertalingen is, moet ik de neiging om op het werk van Kant zelf in te gaan onderdrukken en me beperken tot de kwaliteit van de voorliggende vertaling. Daarvoor gebruik ik drie ijkpunten: 1) de vertaling van de technische termen; 2) de weergave van Kants idioom; 3) de kwaliteit van het Nederlands. 

Wat de vertaling van de technische termen betreft hebben de vertalers in het algemeen voor de verstandigste oplossing gekozen: ze blijven zo dicht mogelijk bij het origineel. Dus Apperzeption wordt ‘apperceptie’, Verstandesbegriff wordt ‘verstandsbegrip’, Urteilskraft wordt ‘oordeelsvermogen’, etc. Het geeft de tekst weliswaar een soms wat barbaars aanzien, maar men kan zich troosten met de gedachte dat de Duitse lezer dezelfde gewaarwording heeft. Lelijk en strikt genomen onjuist is de vertaling van Elementarlehre als ‘basisleer’ (dat zou de nog altijd lelijke maar in elk geval niet onjuiste term zijn als het om, bijvoorbeeld, de Elementen van Euclides ging, terwijl het hier eerder om ‘element’ in de zin van ‘bouwsteen’ of ‘grondstof’ gaat). En soms zijn er problemen met woorden die bij Kant weliswaar een technisch gebruik hebben, maar die ook in de omgangstaal voorkomen. Zo wordt Witz vertaald met ‘scherpzinnigheid’ (p. 71), terwijl het volgens Kant gaat om ‘das Vermögen zum Besonderen das Allgemeine anzudenken’ (Anthropologie, I, p. 44), dus ongeveer wat men in het Engels wit zou noemen en in het Frans esprit. Toegegeven: het begrip speelt in de gegeven context geen echt belangrijke rol. Dat kan men niet zeggen van het vaak voorkomende Naturwissenschaft (bijvoorbeeld p. 73). Dit wordt vertaald als ‘natuurwetenschap’ – een term die bij ons verschillende wetenschappen omvat, terwijl het voor Kant bijna altijd gaat om fysica en mechanica, een enkele keer om chemie, maar nooit om biologie of fysiologie. Ik zou geen bezwaar hebben tegen ‘natuurkunde’, want dat is wat het meestal betekent. Sitten kan men weliswaar vertalen als ‘zeden’ maar bij ons heeft dat een andere connotatie dan in het Duits – een betere vertaling zou ‘moraal’ of ‘moraliteit’ zijn. Vernunftschluss wordt vertaald als ‘syllogisme’ ondanks het door Kant zelf gemaakte voorbehoud (p. 341-342). Maar de Vernunftschlüsse (ook wel Vernunfturteile) waarom het gaat hebben meestal niet de vorm van een syllogisme – het zijn conclusies die op een specifiek principe van de rede gebaseerd zijn (bijvoorbeeld, dat ik, als ik met een gebeurtenis geconfronteerd word, ervan uitga dat die een oorzaak heeft). Gemüt wordt vertaald met ‘geest’ (bijvoorbeeld p. 122) terwijl ‘bewustzijn’ (mind) toch echt beter zou zijn. Op zulke punten zijn de vertalers filosofisch naïef.

Met betrekking tot Kants idioom (en het Duitse idioom in het algemeen) is er geen reden tot voldoening. De vertalers merken op dat Kant ‘omslachtig en onhandig formuleert’, dat ‘zijn zinnen vaak lang en grammaticaal ondoorzichtig zijn’, en dat hij zichzelf ‘onnodig herhaalt’ (p. 41). Allemaal min of meer waar – Kant kan een acute migraine veroorzaken. Maar het is nu eenmaal zijn stijl en een vertaler zou tenminste zijn best kunnen doen om die waar mogelijk te handhaven. Deze vertalers maken de keuze om lange periodes in een aantal hoofdzinnen op te delen. Dat geeft de tekst niet alleen een dreunend staccato, maar leidt soms ook tot accentverschuivingen die zinstorend zijn. Hier een kenmerkend voorbeeld:

Der Metaphysik, einer ganz isolierten spekulativen Vernunfterkenntnis, die sich gänzlich über Erfahrungsbelehrung erhebt, und zwar durch bloße Begriffe (nicht wie Mathematik durch Anwendung derselben auf die Anschauung), wo also Vernunft selbst ihr Schüler sein soll, ist das Schicksal bisher noch so günstig nicht gewesen, daß sie den sicheren Gang einer Wissenschaft einzuschlagen vermocht hätte; ob sie gleich älter ist, als alle übrige, und bleiben würde, wenngleich die übrigen insgesamt in dem Schlunde einer alles vertilgenden Barbarei verschlungen werden sollten. 

In de vertaling worden dit twee hoofdzinnen. In de tweede zin wordt bovendien de bijzin voorop geplaatst: 

De metafysica is volledig op zichzelf staande redekennis, die zich volkomen boven kennis uit ervaring verheft en zich alleen op begrippen baseert (zonder die op de aanschouwing toe te passen, zoals de wiskunde), zodat daar de rede zijn eigen leerling moet zijn. Ofschoon ze ouder is dan alle andere wetenschappen en zelfs behouden zou blijven als alle overige wetenschappen in de afgrond van een alles verdelgende barbarij zouden verzinken, is haar het lot tot dusver niet zo gunstig gezind geweest, dat ze de zekere weg van een wetenschap kon inslaan. (p. 75)

Wat in het origineel als bij de lezer bekend werd verondersteld, wordt nu als een soort definitie door Kant geponeerd. Bovendien gaat het verband dat er volgens Kant bestaat, tussen het feit dat de metafysica niets met ervaring heeft uit te staan en het feit dat ze niet vooruit komt, verloren. ‘Zich baseren op begrippen’ is niet hetzelfde als ‘door middel van (durch) begrippen’; (sich erheben en durch Begriffe worden bovendien in de vertaling uit elkaar gerukt). Ob sie gleich is ‘hoe zeer ze ook’, eerder dan ‘ofschoon’. En dat de metafysica ‘behouden zou blijven’ behoeft op zijn minst een toelichting: niet metafysica als discipline blijft ‘behouden’ maar de behoefte aan ‘metafysica’ (en daarmee allerlei speculaties die men ‘metafysica’ kan noemen). Het voorbeeld suggereert ook dat de vertalers niet op de hoogte zijn van het feit dat in het Duits, anders dan in het Nederlands, een relatieve bijzin altijd voorafgegaan wordt door een komma, ook als de bijzin bepalend is. Het Nederlands laat de komma tussen ‘speculatieve redekennis’ (waarom niet ‘speculatieve kennis van de rede’) en ‘die zich volkomen boven kennis uit ervaring verheft’ (waarom niet ‘die boven alle ervaring uitgaat’, of nog letterlijker ‘die uitgaat boven alles wat de ervaring ons leert’?) gewoon weg. Het is verder storend dat de vertalers het bepalend lidwoord doorgaans gewoon van het Duits overnemen, ook waar wij dit in het Nederlands (dat op dat punt veel meer lijkt op het Engels) zouden weglaten. Zo luidt de titel van deel 2 ‘De transcendentale logica’; van de eerste sectie daarvan ‘De logica in het algemeen’ (en als men toch het bepalend lidwoord wil handhaven, dan zou ‘over de logica in het algemeen’ beter zijn); van afdeling I ‘de transcendentale analytica’, etc. En ten slotte kennen ze slecht Duits. Een müssiger Philosoph is geen ‘luie filosoof’ (p. 351), maar een onpraktische filosoof – het feit dat het hier over Plato gaat, had ten minste een bel kunnen doen rinkelen. Op dezelfde bladzijde wordt gesproken over Plato’s Staat als een Beispiel von erträumter Vollkommenheit – ‘gedroomde perfectie’ zeggen de vertalers. Maar erträumt is ‘door de droom voortgebracht’, ‘wat alleen in de droom kan bestaan’, en ‘gedroomd’ is dus op zijn minst vlak. De aanhef van de opdrachtbrief aan von Zedlitz (p. 58; p. 70) moet natuurlijk niet ‘geachte heer’ zijn, maar zoiets als ‘Hoogedelgestrenge’ (Gnädiger Herr). En de ondertekening is niet ‘gehoorzame dienaar van Uwe Excellentie’ (wat ik nog nooit onder een brief heb aangetroffen) maar ‘van Uwe Excellentie de gehoorzame dienaar’ (wat in de achttiende eeuw min of meer courant is). Enzovoorts! Afgezien van dit laatste voorbeeld, dat eerder een anachronisme is, moet men zeggen dat de vertalers doorgaans klakkeloos het woord gekozen hebben dat qua klank het dichtst in de buurt van het Duits komt. 

Dat maakt dat ook de kwaliteit van het Nederlands – in filosofische teksten toch al vaak problematisch – vaak belabberd is. Toegegeven, het Duits is ook niet altijd ideaal, maar het minste dat men van een vertaling mag verwachten is dat ze niet moeilijker is dan het origineel. Deze vertaling is dat meer dan eens: ‘Dat succes dankt de logica aan de beperking die haar het recht geeft’ (p. 72) voor: Daß es der Logik so gut gelungen ist, diesen Vorteil hat sie bloß ihrer Eingeschränktheit zu verdanken – ‘haar beperktheid’ (in dit geval gevolgd door een komma) zou de zaak een stuk duidelijker gemaakt hebben (en dan treur ik allang niet meer om wat er verloren gaat door het feit dat de woordvolgorde wordt omgedraaid). ‘Het gaat hier om een kenmerk aan de hand waarvan we met zekerheid zuivere kennis van empirische kunnen onderscheiden’ (p. 95) is een wel zeer platte vertaling van Es kommt hier auf ein Merkmal an, woran wir sicher ein reines Erkenntnis von empirischen unterscheiden können – dus eerder ‘het komt er op aan dat men een criterium heeft’. ‘De ruimte stelt helemaal geen eigenschap van deze of gene dingen op zichzelf voor, en stelt die dingen ook niet in hun onderlinge verhouding voor, d.w.z. ze vormt geen bepaling die tot de objecten zelf behoort’ (p. 125) is als vertaling van Der Raum stellet gar keine Eigenschaft irgendeiniger Dinge an sich, oder sie in in ihrem verhältnis auf einander vor, d.i. keine Bestimmung derselben, die an Gegenständen selbst haftete noch fraai noch erg duidelijk – beter ware het geweest om te zeggen: ‘de ruimte is niet de voorstelling van een eigenschap van de dingen zelf of van hun onderlinge verhouding, dat wil zeggen, het is er geen bepaling (eigenschap) van (derselben – dat is, van die dingen), die inherent zou zijn (haftete) aan de objecten’. En ‘deze of gene dingen’ voor irgendeinige Dinge (‘weet-ik-veel-wat-voor-dingen’) is natuurlijk idioot. Zeker, ook het Duits is in dit geval moeilijk – Raum is zowel voorstelling of begrip (stellet vor) als eigenschap (Bestimmung) – maar het kan niet de taak van de vertaler zijn om het de lezer extra moeilijk te maken. 

Sommigen zullen dit kleinigheden vinden en menen dat de lezer die bereid is zijn best te doen er evengoed wel uitkomt. Maar het zijn geen kleinigheden (nog afgezien van het feit dat een grote hoeveelheid kleinigheden evenveel massa heeft als een handjevol blunders). En de lezer komt er niet uit (tenzij hij voortdurend teruggaat naar het origineel – dat wil zeggen, tenzij hij de vertaling niet nodig heeft). Een gemiste kans dus.

Lees meer over: