Geluid zonder geluid    13-20

Het beschrijvingseffect in vertaling

Joris Delespaul

Steeds vaker duiken in stripverhalen geluidseffecten op die op dezelfde manier worden gebruikt als traditionele klanknabootsingen, maar op geen enkele manier een geluid nabootsen. Ze kunnen ook worden ingezet om een actie, een gevoel of een gebeurtenis waarmee doorgaans geen geluid geassocieerd zou worden ‘te verklaren of van dramatisch effect te voorzien’ (Kokko 2013: 41). Laten we ze daarom beschrijvingseffecten noemen. Kenmerkend aan beschrijvingseffecten is dat ze niet louter een geluid uitbeelden dat moet verwijzen naar een actie of gebeurtenis die zich op het plaatje afspeelt, maar zelf actief bijdragen tot een correcte interpretatie ervan. Vertalers hebben dan ook geen andere keuze dan beschrijvingseffecten te vertalen. In tegenstelling tot het vervangen van de brontekst in een tekstballonnetje is dat geen evidentie, omdat beschrijvingseffecten net als klanknabootsingen vaak deel uitmaken van illustraties waaraan vertalers maar weinig kunnen aanpassen. Precedenten uit Engelse vertalingen van  manga’s wijzen alvast op een aantal mogelijkheden om gelijkaardige effecten te vertalen zonder daarbij te hoeven knoeien met het oorspronkelijke illustratiewerk. Waarom worden die strategieën dan vooralsnog niet gebruikt voor beschrijvingseffecten?

Stripverhalen zijn multimodale teksten, die precies door de interactie tussen verschillende semiotische betekenisdragers of modi betekenis creëren (Kress & Van Leeuwen 2001: 21). Geschreven tekst is zo’n modus, maar ook afbeeldingen of geluiden kunnen een boodschap overbrengen. Een multimodale tekst communiceert met andere woorden niet via één enkel kanaal. De volledige betekenis kan alleen maar worden afgeleid uit de samenwerking tussen tekst, beeld, geluid en alle andere boodschappen die daartussen liggen. Klaus Kaindl (1999: 273) wijst er bijvoorbeeld op dat stripverhalen verbale boodschappen kunnen bevatten waarbij zowel de tekst zelf, als de vorm bijdragen aan de betekenis. Iedereen kent wel de geluidseffecten die menig stripverhaal opleuken: klanknabootsingen als ‘krssh’, ‘bonk’ of ‘wssh’ zijn zodanig ingeburgerd dat lezers ze onmiddellijk zullen associëren met het beoogde geluid. 

Hoe moet men in dit soort gevallen een briesje onderscheiden van een windvlaag, of een hartelijke lach van boosaardig geschater? Vaak zijn visuele aspecten zoals grootte, kleur of lettertype even belangrijk voor een correcte interpretatie van een geluidseffect als de tekstuele weergave ervan. Geluidseffecten doen daarbij de grenzen tussen woord en beeld vervagen, maar juist daardoor vormen ze voor vertalers een probleem. Door de verschillende manieren waarop ze in de illustratie geïntegreerd kunnen worden, maken geluidseffecten de facto deel uit van het visuele gedeelte van een stripverhaal, een onderdeel waarover vertalers weinig tot geen controle hebben.

Esperanto
De vergelijking met illustraties houdt daar ook niet op. Onderzoekers (cf. Kaindl 1999, 2004; Zanettin 2008) gaan ervan uit dat alle geluidseffecten in stripverhalen per definitie klanknabootsingen zijn, en dus steevast naar een geluid verwijzen. Voor hen zijn geluidseffecten – net als illustraties – een vorm van mimesis, oftewel een zintuiglijk herkenbare weergave van een element uit de werkelijkheid. Die weergave hoeft niet objectief of universeel te zijn. Verschillende talen en culturen kunnen hetzelfde geluid namelijk op een heel andere manier uitdrukken of interpreteren. Geluidseffecten zijn, om het met de woorden van Kaindl (2004: 183) te zeggen, evenmin een ‘Esperanto’ als illustraties dat zouden zijn. Nadine Celotti (2008: 38) stelt dan ook terecht dat een vertaler als doel heeft élke modus van een stripverhaal in zijn geheel te vertalen – niet enkel de tekst, maar ook de illustraties, én alles daartussenin.

In de praktijk gebeurt dit echter niet altijd: visuele boodschappen in stripverhalen worden nauwelijks vertaald. Het aanpassen en hertekenen van illustraties is namelijk een tijd- en geldrovend karwei, waarvoor naast een vertaler ook een illustrator moet worden ingeschakeld. Bovendien kunnen ook ethische en esthetische bezwaren een rol spelen. Zal het knoeien met de oorspronkelijke illustratie immers de artistieke kwaliteiten ervan niet ondermijnen? Kwesties zoals deze vormen voor vertalers een aanzienlijk probleem, dat zich ook snel uitbreidt tot het vertalen van geluidseffecten. In tegenstelling tot het gros van de verbale boodschappen in een stripverhaal, kunnen deze effecten immers niet worden vertaald zonder ook de visuele boodschap te vervormen. 

Vele doelteksten slagen er dan ook niet in alle geluidseffecten uit de brontekst naar tevredenheid weer te geven. In feite worden geluidseffecten in bepaalde doelsystemen zo vaak niet vertaald dat bepaalde klanknabootsingen uit dominante brontalen wereldwijd zijn ingeburgerd en ook gebruikt worden in originele teksten in andere talen. Carmen Valero Garcés (2008: 242) wijst er bijvoorbeeld op dat Spaanstalige lezers er niet meer van opkijken als ze Engelse klanknabootsingen als ‘sob!’ of ‘sniff!’ in hun stripverhalen tegenkomen. Goed nieuws, toch? Stel dat de Engelse klankinventaris zo verder zou uitgroeien tot een soort lingua franca voor klanknabootsingen, dan zouden geluidseffecten voor vertalers geen enkel probleem meer vormen. Voorwaarde daarbij is wel dat geluidseffecten in stripverhalen inderdaad per definitie een vorm van mimesis zijn.

Meer dan enkel geluid
Tegenwoordig wordt echter aan die voorwaarde niet steeds meer voldaan. Steeds vaker duiken in stripverhalen beschrijvingseffecten op die maar moeilijk als een vorm van mimesis te beschouwen zijn. In de stripreeks Scott Pilgrim (O’Malley 2004), bijvoorbeeld, maakt een omhelzing het ‘geluid’ ‘hug!’ (knuffel!), produceert een pruilend personage de klank ‘pout!’ (pruil!), en wordt een indringende blik vergezeld van het woord ‘glance!’ (vluchtige blik!). Beschrijvingseffecten zien er dus soms net zo uit als de traditionele geluidseffecten, maar spelen een belangrijkere rol. Ze kunnen helpen details en nuances te accentueren die in een statische afbeelding moeilijk weer te geven zijn en gidsen de lezer als een soort verteller door het verhaal. 

Daarbij is niet alleen de betekenis van belang, maar tellen de visuele kenmerken van het effect evenzeer mee. Zo kunnen de intensiteit en ‘richting’ van een actie benadrukt worden door de grootte en vorm van de tekst. De plaatsing van de geluidseffecten in afbeelding 1 maakt zo bijvoorbeeld duidelijk dat het personage rechts via een trap naar beneden slentert (‘trudge trudge’), een detail dat zonder woorden waarschijnlijk moeilijk zou zijn over te brengen. Aan de hand van dit voorbeeld wordt duidelijk dat beschrijvingseffecten een essentieel deel uitmaken van de tekst, en dus vertaald móéten worden om ervoor te zorgen dat lezers de tekst correct interpreteren.


Afbeelding 1, uit: Scott Pilgrim and the Infinite Sadness (Scott Pilgrim, #3) (O'Malley 2006 [2013]: 101)

Afbeelding 2 geeft duidelijk aan hoe beschrijvingseffecten gebruikt kunnen worden om handelingen of gebeurtenissen te beschrijven die op een andere manier en zonder gebruikmaking van een verteller moeilijk weer te geven zijn. Het ‘geluid’ ‘pause’ (pauzeer) weerklinkt om aan te geven dat het personage een videospelletje op pauze zet zodra zijn telefoon gaat, ook al maakt deze handeling in principe geen kenmerkend geluid.


Afbeelding 2, uit: Scott Pilgrim vs. The World (Scott Pilgrim, #2) (O'Malley 2005 [2012]: 128)

Zo kunnen beschrijvingseffecten ook gebruikt worden om complexe situaties samen te vatten, of zelfs te becommentariëren. In een ander deel van Scott Pilgrim stort een gebouw niet in met een traditionele klanknabootsing, maar met het beschrijvingseffect ‘suck’ (#3, p. 72). Een beetje droge humor waar een gewoon geluidseffect louter conventie en bijgevolg voor de lezer niet bepaald stimulerend zou zijn. 

Beschrijvingseffecten kunnen dus op een creatieve of zelfs humoristische manier nieuw leven blazen in een van de meest vanzelfsprekende en vastgeroeste aspecten van het stripverhaal. Het zal dan ook duidelijk zijn dat er een heleboel inhoud verloren gaat als ze niet vertaald worden. Kijken we naar wat er in vertalingen gebeurt met gewone geluidseffecten, dan lijkt dit jammer genoeg toch het lot van het beschrijvingseffect te zijn.

Klankschilderijen
Gelukkig bestaan er precedenten die laten zien dat er ook een gulden middenweg bestaat. Engelse vertalingen van Japanse  manga’s, bijvoorbeeld, brengen een aantal methodes aan het licht om beschrijvingseffecten te vertalen zonder daarbij de illustraties van de brontekst te hoeven aanpassen. Beschrijvingseffecten hebben namelijk veel van hun meest opvallende kenmerken gemeenschappelijk met het zogenaamde ideofoon, een handige vorm van klanknabootsing die alomtegenwoordig is in het Japans, en dus ook als geluidseffect voorkomt in manga’s. 

Ideofonen zijn woorden die door hun klank een zekere symbolische associatie oproepen. Ze verschillen echter van ‘onze’ klanknabootsingen door het feit dat het echte woorden zijn, die ook in woordenboeken staan. Ideofonen ‘verbeelden zintuiglijke informatie: hoe iets klinkt, hoe iets oogt, hoe iets voelt, als je het aanraakt’ en worden daarom ook wel ‘klankschilderijen’ genoemd, stelt japanoloog en psycholinguïst Gwilym Lockwood (2016) in een interview met NRC Handelsblad. Volgens zijn collega Mark Dingemanse (2012: 656) beperken die ervaringen zich bovendien niet tot het louter zintuiglijke, maar kunnen ze bijvoorbeeld ook verwijzen naar ‘kinesthetische gevoelservaringen [of] interoceptieve waarnemingen’. 

De Japanse linguïst Kimi Akita (2009) onderscheidt drie categorieën van ideofonen: behalve de fonomimetische of traditionele klanknabootsingen, zoals ‘pin-pon’ (dingdong) (Sadamoto 1995: 323), kent het Japans ook fenomimetische en psychomimetische ideofonen. Fenomimetische ideofonen verbeelden zintuiglijk waarneembare verschijningsvormen in de fysieke wereld. Zo wordt ‘zuraa’ geassocieerd met het opdienen van eten (Yamazaki 2014: 26), of ‘klinkt’ een rij mensen als ‘zoro’ (Hatori 2005: 27). Psychomimetische ideofonen drukken dan weer emoties uit, zoals ‘muka’ (geïrriteerd) (Hasada 1998: 84). Qua functie zijn er dus heel wat overeenkomsten tussen de ideofonen in manga’s en de beschrijvingseffecten in westerse strips, en gezien de groeiende invloed van manga’s op de westerse stripcultuur kan dit moeilijk toeval zijn.

Hoewel er nog vrijwel geen onderzoek bestaat naar het vertalen van beschrijvingseffecten, kan bestaand onderzoek naar de vertaling van manga’s dus zeker een beeld geven van de verschillende mogelijkheden. Zo kan een mangavertaler ervoor kiezen de Japanse ideofonen in de doeltekst gewoon te behouden, maar hun betekenissen te verklaren aan de hand van een bij- of onderschrift, doorgaans onder aan elk plaatje. In een variant op die strategie worden de vertaalde geluidseffecten, al dan niet tussen haakjes, bij hun respectieve ideofonen geschreven. Ook wordt tegenwoordig vaak gebruikgemaakt van een verklarende woordenlijst achter in het boek, bijvoorbeeld in de meest recente vertaling van Neon Genesis Evangelion (Sadamoto, 1995). 

Federico Zanettin (2013: 22) wijst erop dat behoud van de ideofonen niet altijd de dominante strategie voor mangavertaling is geweest. Oorspronkelijk werd uitvoerig ingegrepen in de visuele modus van de brontekst om de Japanse teksten te kunnen vervangen door geluidseffecten die beter pasten binnen de conventies van de doeltaal. De resultaten bleken echter vaak niet bijster geslaagd, omdat het aanbod aan bruikbare klanknabootsingen in de meeste doeltalen beduidend kleiner is dan in het Japans. Ook lezers waren vaak niet tevreden. Zij wilden juist dat hun  manga’s er ‘zo Japans mogelijk’ uitzagen, of liefst zelfs ‘nog Japanser dan het origineel’ (Jüngst 2008: 74). Uit die controverse blijkt dat de esthetische bekommernissen om geluidseffecten in vertaalde strips te vervangen wel degelijk gegrond zijn.

Daardoor valt het compromis bij meer recente mangavertalingen vaak letterlijk van de pagina af te lezen: ideofonen die tegen een effen achtergrond staan, worden vervangen, maar zodra de vertaler daartoe met de oorspronkelijke illustratie moet gaan knoeien, schakelt hij over op bijschriften. Afbeelding 3, uit de Engelse vertaling van de manga The Ancient Magus’ Bride (Yamazaki 2015), geeft een duidelijk voorbeeld van die mengvorm: het geluidseffect ‘ploof’ rechtsboven vervangt het ideofoon in de brontekst volledig, terwijl de andere ideofonen vertaald worden aan de hand van een bijschrift. Daarbij valt ook op dat het ideofoon in het plaatje onderaan wordt weergegeven door middel van een geluidseffect (‘snip’), terwijl het ideofoon in het plaatje bovenaan links wordt verduidelijkt met een beschrijvingseffect, ‘toss’ (gooi).


Afbeelding 3, uit: The Ancient Magus' Bride, #4 (Yamazaki 2015: 118)

Beschrijvingseffecten en ideofonen zijn dan ook twee handen op één spreekwoordelijke buik – al is er wel een belangrijk verschil. Ideofonen ‘verbeelden zintuiglijke informatie’ (Lockwood 2006) aan de hand van klanken die binnen een bepaalde cultuur een zekere symbolische associatie oproepen. Beschrijvingseffecten daarentegen kunnen niet nabootsen; ze kunnen enkelsemantisch betekenis oproepen. Voor de vertaler is dat om het even – de compromitterende aanpak voor het vertalen van ideofonen werkt evenzeer voor beschrijvingseffecten. Zo vormen, zelfs met beperkte middelen, voetnoten, bijschriften of glossaria, hapklare, werkbare oplossingen voor een ingewikkeld probleem. Omdat er nog niet veel Nederlandse vertalingen verschenen zijn van strips waarin beschrijvingseffecten voorkomen, zal deze hypothese voorlopig moeilijk te staven zijn.

Ratjetoe
Uit analyse van de Nederlandse vertaling van de eerste twee Scott Pilgrim-verhalen (Delespaul 2015) blijkt alvast wel dat het compromis van het vertaalde ideofoon slechts deels wordt toegepast op het beschrijvingseffect. Het resultaat is een waar ratjetoe van vertaalstrategieën. Van de 31 beschrijvingseffecten die in de twee delen opduiken, werden alleen de dertien effecten die tegen een effen achtergrond staan vertaald; de overige achttien bleven volledig onaangeroerd. Op de vertaalde beschrijvingseffecten werd doorgaans één van drie vertaalstrategieën toegepast. Vaak werd het beschrijvingseffect gewoon vertaald door een Nederlands woord, waarbij voor werkwoorden net als in het Engels gebruikgemaakt werd van de ‘naakte’ stam. Zo werd ‘brush’ vertaald als ‘poets’ en ‘skate’ als ‘schaats’. In het geval van de ‘pause’ op afbeelding 2, werd de werkwoordsvorm echter vervangen door een zelfstandig naamwoord, terwijl ‘unpause’ enkele plaatjes verder dan weer vertaald werd als een infinitief, ‘afspelen’. In enkele andere gevallen koos de vertaler ervoor om beschrijvingseffecten te vertalen als traditionele geluidseffecten. Zo werd ‘sip’ vertaald als ‘slp’, ‘thumby thumb’ als ‘thmp! thmp!’ en ‘slump’ als ‘plof!’.

Het besef dat beschrijvingseffecten niet gewoon genegeerd mogen worden, is er dus wel degelijk. Maar hoe kan het dan dat de vertaler nog steeds geen oplossing wist te bieden voor de beschrijvingseffecten die niet vervangen konden worden? Waarom blijven Engelse woorden als ‘peek’ (#1, p. 55), ‘dodge’ (p. 144) of ‘grab’ (#2, p.132) simpelweg in de doeltekst staan, zoals te zien is op afbeelding 4? Waarom niet mogelijke verwarring vermijden met behulp van voetnoten of bijschriften, bijvoorbeeld? De meest voor de hand liggende verklaring lijkt dat de vertaler simpelweg niet heeft beseft dat die mogelijkheden überhaupt op tafel lagen. Omdat het vertalen van manga’s in het Nederlandse taalgebied nooit echt ingeburgerd is geraakt, is het gebruik van die strategieën dat waarschijnlijk evenmin.


Afbeelding 4, uit: Scott Pilgrim tegen de rest van de wereld (Scott Pilgrim, #2) (O'Malley 2005 [2010]:132)

Een andere mogelijkheid is dat dergelijke strategieën minder vanzelfsprekend leken omdat ze (al te) uitdrukkelijk de aanwezigheid van een vertaler verraden, en zo de positie van de doeltekst als een volwaardige, op zichzelf staande tekst in de doelcultuur in het gedrang konden brengen (cf. House 1981). Ook al verkiezen mangalezers een glimp van vreemdheid in hun doeltekst, vertalers mogen niet zomaar aannemen dat dit ook geldt voor gelijk welk doelpubliek. Minder onverbloemde vertaalstrategieën behoren overigens voor stripvertalers vaak niet eens tot de mogelijkheden. Een keuze voor een gebrekkige, maar haalbare oplossing is dan ook zeker gerechtvaardigd.

Dat beschrijvingseffecten vertaald moeten worden, staat in geen geval ter discussie. Maar anders dan bij traditionele geluidseffecten is het verband tussen het beschrijvingseffect en datgene waarnaar het verwijst te arbitrair om te verwachten dat een lezer die de brontaal niet machtig is, zal begrijpen wat er wordt bedoeld met ‘geluiden’ als ‘trudge’ of ‘closure’. 

Omdat beschrijvingseffecten als een soort abstracte commentaarstem bijdragen aan de vertelling, of zelfs aan de humor van een stripverhaal, kan een vertaler ze niet zomaar negeren. Dat betekent dat hij, binnen de mate van het mogelijke, een manier moet vinden om hun betekenis aan de lezer duidelijk te maken. Engelse mangavertalingen reiken alvast enkele mogelijke oplossingen aan, zoals het toevoegen van voetnoten, bijschriften, of een verklarende woordenlijst. Het ziet er dan ook naar uit dat de vertaler, bij gebrek aan een illustrator die de brontekst volledig naar zijn hand kan zetten, zijn eigen aanwezigheid in de doeltekst zal moeten verraden als hij zijn opdracht met succes wil afronden.

 

Bibliografie
Akita, Kimi. 2009. A Grammar of Sound-Symbolic Words in Japanese: Theoretical Approaches to Iconic and Lexical Properties of Japanese Mimetics. Kobe: Kobe University.

Borodo, Michał. 2014. ‘Multimodality, translation and comics’, Studies in Translatology, 23:1, p. 22–41.

Celotti, Nadine. 2008 [2014]. ‘The Translator of Comics as a Semiotic Investigator’, in: Federico Zanettin (ed.), Comics in Translation. London: Routledge, p. 33–49.

Delespaul, Joris. 2014. ‘Going back for Seconds: Translating comic book dialogue, humour and sound effects’. Masterproef. Antwerpen: KU Leuven.

Dingemanse, Mark. 2012. ‘Advances in the Cross-Linguistic Study of Ideophones’, Language and Linguistics Compass, 6/10, p. 654–672.

Garcés, Carmen V. 2008 [2014]. ‘Onomatopoeia and Unarticulated Language in the Translation and Production of Comic Books’, in: Federico Zanettin (ed.), Comics in Translation. London: Routledge, p. 237–250.

Hamano, Shoko. 1998. The sound-symbolic system of Japanese. Tokyo: Kuroiso.

Hasada, Rie. 1998. ‘Sound symbolic emotion words in Japanese’, in: Angeliki Athanasiadou & Elzbieta Tabakowska (eds.), Speaking of Emotions: Conceptualisation and Expression. Berlin: De Gruyter, p. 83–126.

Hatori, Bisco. 2005. Ouran High School Host Club (Vol. 1). San Fransciso: Viz Media.

Ito, Kinko. 2005. ‘A History of Manga in the Context of Japanese Culture and Society’, Journal of Popular Culture, 38:3, p. 456–475.

Kaindl, Klaus. 1999. ‘Thump, Whizz, Poom: A framework for the study of comics under translation’, Target, 11:2, p. 263–288.

Kaindl, K. 2004. ‘Multimodality in the translation of humour in comics’, in: Eija Ventola e.a. (eds.), Perspectives on Multimodality. Amsterdam: John Benjamins, p. 173–192.

Kokko, Vilma. 2013. ‘Kpow, Chink, Splat: Translations of Sound Effects in Seven Comics’. Masterproef. Turku: University of Turku.

Kress, Gunter & Theo Van Leeuwen. 2001. Multimodal discourse: The modes and media of contemporary communication. London: Edward Arnold.

Lockwood,Gwilym. 2016. ‘Woorden met extra gevoel’. Interview door Ellen de Bruin. NRC Handelsblad, 2 april.

O’Malley, Bryan Lee. 2004. Scott Pilgrim’s Precious Little Life, Scott Pilgrim, 1; 2005. Scott Pilgrim vs. The World, Scott Pilgrim, 2; 2006. Scott Pilgrim and the Infinite Sadness, Scott Pilgrim, 3; 2007. Scott Pilgrim Gets It Together, Scott Pilgrim, 4; 2009, Scott Pilgrim vs. The Universe, Scott Pilgrim, 5; 2010. Scott Pilgrim’s Finest Hour, Scott Pilgrim, 6. Portland: Oni Press.

O’Malley, Bryan Lee. 2010. Scott Pilgrim’s geweldige leventje, Scott Pilgrim, 1; 2010. Scott Pilgrim tegen de rest van de wereld, Scott Pilgrim, 2. Vertaald door Hans Enters. Amsterdam: Oog & Blik.

Sadamoto, Yoshiyuki. 1995 [2012]. Neon Genesis Evangelion (Vol. I-III). Translated by Mari Morimoto & Lillian Olsen. San Francisco: ViZ Media.

Schlepelmann, Alexandra. 2004. ‘Kontextualisierungskonventionen im Internet Relay Chat’. Masterproef. Wien: Universität Wien.

Yamazaki, Kore. 2015. The Ancient Magus’ Bride (Vol. IV). Translated by Adrienne Beck. Los Angeles: Seven Seas Entertainment.

Zanettin, Federico. 2008 [2014]. ‘The Translation of Comics as Localization’, in: id. (ed.), Comics in Translation. London: Routledge, p. 200–219.

Lees meer over: