Grote emoties door een kleurenfilter    21-28

La casa van Paco Roca

Bieke Willem

Het thema van geheugen en herinnering loopt als een rode draad door het werk van de Spaanse stripauteur Paco Roca. In zijn beeldroman Arrugas (Rimpels), waarmee hij in 2008 de Nationale Stripprijs won, onderzocht hij met humor en tederheid het falende geheugen van een groepje bejaarden. Voor het in 2013 verschenen Los surcos del azar (Sporen van het toeval. De Spaanse bevrijders van Parijs) groef hij diep in het collectieve geheugen omtrent de Spaanse burgeroorlog en de bevrijding van Parijs tijdens de Tweede Wereldoorlog. En in La casa (2016), dat in juni 2017 onder dezelfde titel in het Nederlands verscheen bij Soul Food Comics, verwerkte hij zijn eigen herinneringen aan zijn kindertijd. In dit artikel bekijk ik van naderbij hoe die herinneringen in La casa verweven zijn met grote gevoelens van verlies en verdriet om het onomkeerbare van de tijd. Allereerst sta ik even stil bij het feit dat de strip zowel voor de auteur als voor de Nederlandse uitgevers een emotioneel project was met een nostalgische functie. Daarna wordt onderzocht hoe Paco Roca en zijn vertalers omgingen met die emotionele beladenheid en een evenwicht zochten tussen universele gevoelens en lokale verankering. Daarbij wordt niet enkel gekeken naar de tekst, maar ook naar hoe die interageert met het beeld. Immers, zoals Zanettin (2008: 12) aangeeft, ‘in the translation of comics interlingual interpretation (“translation proper”) happens within the context of visual interpretation’. 

Stilstaan en terugkijken
Welke kleur heeft nostalgie? Volgens de experimentele psycholoog Florian Stefanescu-Goanga, die aan het begin van de twintigste eeuw het psychologische effect van kleuren onderzocht, is dat paars. Hij omschreef de werking van paars als ‘nostalgisch [sehnsüchtig], treurig, zeer melancholisch beladen’ (30). Het is niet verwonderlijk dat die kleur in La casa overheerst. De beeldroman is doortrokken van heimwee naar geluksmomenten in het verleden en illustreert zo perfect het type van de nostalgische graphic novel dat Baetens en Frey (2015: 240) omschreven als intieme en poëtische ‘verhalen van verzameling en memorabilia’. De hoofdpersonages van het verhaal, José, Vicente en Carla, twee broers en een zus, komen na het overlijden van hun vader samen in zijn vakantiehuisje om het op te kalefateren voor de verkoop. Het huis, en elk voorwerp dat ze daar tegenkomen, roept herinneringen op aan hun kindertijd. ‘In de dagen hier kon ik voor het eerst even stilstaan en terugkijken’ (48) zegt José, de middelste zoon en romanschrijver, die wel wat op Paco Roca zelf lijkt. Dat proces van stilstaan en nostalgisch terugkijken is droevig, maar blijkt vooral ook heilzaam te zijn.

In verschillende interviews1 liet de stripauteur weten dat hij het maken van La casa als een vorm van therapie zag. Hij verwerkte er de dood van zijn eigen vader mee, die samen met de auteur te zien is op een zwart-witfoto aan het einde van het boek. Het vakantiehuisje bestaat echt en dook al eerder op in Andanzas de un hombre en pijama, de verzameling van autobiografische strips die hij voor El País Semanal maakte. Dat autobiografische aspect versterkt de emotionele beladenheid van La casa. Met een sticker op de cover die duidelijk maakt dat het boek ‘een ode aan zijn vader’ is, koos de Nederlandse uitgeverij ervoor om dat in de verf te zetten. Niet alleen omdat de slogan van Soul Food Comics ‘Strips die je raken’ is. De Nederlandse uitgave van La casa was op zichzelf een emotionele onderneming. Het was het afscheidsproject van wijlen Guus van Sonsbeek, de oprichter van de uitgeverij, die het boek postuum opdroeg aan zijn zoon. Een zwart-witfoto van het gezin Van Sonsbeek op de rug van de pagina waar Paco Roca met zijn vader poseert, maakt het gebaar compleet.

Aangezien Van Sonsbeek als enige op de redactie het Spaans machtig was, moest het boek uit het Duits worden vertaald.Lindy Jense deed dat op basis van de vertaling van André Höchemer, de vaste vertaler van Paco Roca in het Duits. Zoals hieronder zal worden aangetoond, beïnvloedde die omweg af en toe de typische manier waarmee de Spaanse stripauteur omging met de emotionele beladenheid van zijn thema. De strip blinkt namelijk uit in het verkleinen van de emoties die gepaard gaan met het verlies van een geliefd familielid. Het verdriet wordt niet uitgeschreeuwd, maar alles wordt in het werk gesteld om een stille en serene sfeer te creëren. 

Pasteltinten en witruimtes
Die sereniteit is allereerst zichtbaar in het kleurgebruik. Net als in zijn strips voor El País Semanal ligt op alle beelden een soort kleurenfilter. Het paars is niet schreeuwerig, maar komt in verschillende doffe tinten voor, van aubergine, neigend naar sepia, tot een blauwig paars voor de avondscènes en lichtroze voor de meer optimistische lentedagen. Naast paars komen ook bruinachtig geel, groen en blauw voor, allemaal in een afgezwakte pastelversie, als van oude kleurenfoto’s die te lang in de zon hebben gelegen. De kleurovergangen laten heden en verleden subtiel in elkaar overlopen of markeren juist een abrupte terugkeer naar het heden (bijv. op afbeelding 1 en 2). De vertaling zelf had uiteraard geen enkele invloed op het kleurgebruik. Maar de Nederlandse uitgave voegde wel nog een tactiele component toe aan dat spel tussen heden en verleden. In plaats van het glossy papier van de Spaanse versie koos Soul Food Comics voor een dikker, korreliger papier dat aan oude boeken of fotoalbums doet denken, wat het nostalgische karakter nog wat meer in de verf zet. 


Afbeelding 1 en 2, p. 28 en p. 29 uit besproken boek

La casa straalt ook rust uit doordat de tekstballonnen niet volgepropt zijn. Dit is wel van belang voor de vertaling, want het geeft de vertalers meer speelruimte. Naar het voorbeeld van de Duitse vertaling heeft Jense toch geprobeerd om op een zuinige manier met de ruimte in de tekstballonnen om te gaan. ‘¿Sabes con qué cubría mi padre los racimos de uva para que no se los comieran los pájaros?’ (15) (Weet je waarmee mijn vader de druiventrossen bedekte zodat de vogels ze niet zouden opeten?) verandert dus terecht in het minder omslachtige ‘Weet je waarmee pa de vogels van de wijndruiven weghield?’ (2017: 13). Jense nam het woord ‘wijndruiven’ over van de Duitse vertaling, maar maakte haar zin nog korter en eenvoudiger dan ‘Weisst du, womit mein Vater die Weintrauben vor den Vögeln geschützt hat?’

Korte spreektalige uitdrukkingen zoals ‘anda’, ‘vaya’ en ‘venga’, moeten eraan geloven, maar soms ook voegwoorden, zoals ‘pero’ en ‘aunque’. Op p. 97, in drie kleine panelen die van boven naar beneden gelezen moeten worden, discussiëren de kinderen bijvoorbeeld over het nut van het verlengen van hun vaders leven. In het middelste paneel zegt Carla, de jongste: ‘Jullie hebben gelijk. Hij had zo niet verder willen leven.’ In het paneel onmiddellijk daaronder vervolgt ze: ‘Als Elena iets ouder was geweest, had ze nog herinneringen aan haar opa gehad,’ een vertaling van Höchemers ‘Wäre Elena nur etwas älter und könnte sich an ihren Opa erinnern’. In de Duitse en Nederlandse vertaling lijken Carla’s uitspraken losse opsommingen van voor- en nadelen. Bovendien is het niet meteen duidelijk wie wat zegt, want de personages zijn pas zichtbaar in het derde paneel. In ‘Él no hubiera querido seguir viviendo así. Pero ojalá Elena hubiera sido más mayor para poder recordar a su abuelo’ verleent het voegwoord ‘pero’ (maar) de continuïteit die noodzakelijk is om ook de vorige tekstballonnen met Carla te verbinden. 

Op p. 29 heeft het streven naar bondigheid ook een effect op hoe de emoties in de strip worden voorgesteld: ‘... me avergüenza reconocerlo, pero no sé mucho de sus orígenes’ betekent zoiets als ‘jammer genoeg moet ik toegeven dat ik weinig weet van waar hij vandaan komt’. In Jenses Nederlandse tekst is te lezen: ‘... ik schaam me diep dat ik zo weinig van zijn verleden weet’. Het ‘diepe schamen’ (in het Duits: ‘ich schäme mich richtig’, ‘ik schaam me echt’) is veel sterker dan hoe het in de oorspronkelijke Spaanse tekst wordt voorgesteld, en bovendien past het niet goed in het ontspannen gesprek dat José met zijn vriendin Silvia voert terwijl hij de planten water geeft en de bladeren bijeenharkt. Het lichtgele plaatje zou een rustpunt moeten vormen ten opzichte van de donkerpaarse pagina ervoor, waar José vraagt: ‘Papa ... waarom ben je opgehouden met vechten?’ (28). Dit is het enige moment in de strip dat wat drama bevat, vooral omdat José zijn vraag hardop stelt in het donker, waar hij even voordien de geest van zijn vader aan een barbecue zag metselen (afbeelding 1). In plaats van op de volgende pagina een luchtiger contrast te creëren, houdt de Nederlandse tekst het dramatische moment dus onnodig nog even vast.

Zorgvuldig gecomponeerd treurlied
Door plaatsgebrek wordt de tekst soms anders over de ballonnen verdeeld. Dit gebeurt bijvoorbeeld zonder problemen ook op p. 29. Maar op p. 37 (afbeeldingen 3 en 4), waar buurman Manolo over zijn vriendschap met de vader vertelt, tast een herschikking van de tekst de volgorde aan waarin de panelen moeten worden gelezen. De pagina bestaat uit vier grote vierkante kaders, per twee onder elkaar gegroepeerd, en daarnaast een strook van drie kleinere kaders onder elkaar. In het Spaanse La casa moeten eerst de vier grote kaders worden gelezen, zoals gebruikelijk van links naar rechts en van boven naar onder. Daarna komen de drie kleinere kaders aan de beurt. In navolging van de Duitse vertaling springt de Nederlandse tekst van het tweede grote naar het eerste kleine, en daarna weer terug naar het onderste grote kader. Aangezien bij het ‘lezen’ van een strip het kijken altijd op de eerste plaats komt en de lay-out van de pagina dus van primordiaal belang is (Peeters 1998: 39), schept die herschikking verwarring. Op het eerste gezicht lijken de tekeningen in de grote kaders en die in de kleine namelijk twee aparte gehelen te vormen: de grote kaders tonen Manolo; de eerste twee kleine kaders zoomen in op een tak en daarna op het gezicht van José. Dit vergt wat meer inspanning van de lezer, maar uiteindelijk gaat het zo ook. De zin over hoe de vader zo vaak pronkte met de krantenknipsels over zijn middelste zoon, de romanschrijver, komt nog altijd in het voorlaatste paneel en wordt dus begeleid door het ‘tsjak’-geluid van de tak die Manolo net op dat moment snoeit. Het nieuws raakt José, die eerder nog dacht dat zijn vader de krantenknipsels enkel gebruikte om de vogels van zijn druiven weg te houden. Zijn verbazing is te zien in het laatste paneel. De gevoelens van de personages worden dus nog altijd overtuigend overgebracht.


Afbeelding 3 en 4

Maar als gevolg van de herschikking komt de Nederlandse tekst niet meer overeen met de lichaamshouding van Manolo. In de eerste drie grote panelen waarin hij aan het woord is, staat hij met zijn gezicht naar de boom die hij aan het snoeien is, en met zijn rug naar José (en de lezer). In het Spaans draait hij zich om wanneer hij een vraag stelt (‘¿Tú eres el que escribe, no?’). In het Nederlands had hij die vraag al gesteld toen hij nog met zijn gezicht naar de boom stond, wat veel minder logisch is, en waar Josés tegenvraag bovendien veel minder goed op aansluit (– ‘ook over jullie schepte hij op, vooral over jou. Jij bent toch de schrijver? – ‘over mij?’). 

Behalve de onlogische overgang in de tijd die de tekstherschikking met zich meebrengt, wordt ook de perfecte symmetrie die deze pagina samen met de vorige vormt verstoord. Dat is jammer, want de evenwichtige lay-out, die nog eens versterkt wordt door het oblongformaat, speelt een grote rol in het creëren van het verstilde uiterlijk van de strip. La casais immers te vergelijken met een uiterst zorgvuldig gecomponeerd treurlied dat troost moet bieden. Regelmatig terugkerende motieven, die verwijzen naar het verstrijken of het herhalen van de tijd (stromend water, jaarringen, seizoengroenten), vervullen de functie van het refrein. De uitgebalanceerde schikking van de panelen op het blad, met ongeveer altijd dezelfde afstand ertussen, geeft het ‘adagio’-tempo aan. Het veranderen van de leesrichting wijzigt het ritme en ontwricht kortstondig het evenwicht. Jense had dit kunnen vermijden door op deze pagina af te wijken van de Duitse vertaling.

Stereotypering
Andere kleine ingrepen van de vertaalster hebben dan wel weer een positief effect op de karakterisering van de personages. José beschrijft zijn vader als ‘niet zo’n volhouder’ (39) (‘mi padre no era muy constante con las cosas’; in het Duits: ‘eigentlich war mein Vater sonst nicht so ausdauernd’). In het Spaans volgt daarna een expliciet ingeleid voorbeeld: ‘Por ejemplo, cuando el césped empezó a dar problemas lo cubrió con cemento’ (41). Jense laat het onnodige ‘bijvoorbeeld’, dat wel nog in de Duitse vertaling aanwezig is, weg en maakt de zin sterker én grappiger door er ‘simpelweg’ aan toe te voegen: ‘toen het gazon ging kwakkelen, stortte hij er simpelweg beton overheen’ (39). Daarmee is het karakter van de vader meteen geschetst. 

Volgens recensent Gert Meesters zijn ‘de karakters van de personages wat te stereotiep’. Het is natuurlijk zo dat Paco Roca op relatief weinig pagina’s en met weinig tekst een beeld tracht te schetsen van hoe drie hoofdpersonages, en een zevental nevenpersonages, zich voelen, denken en in het leven staan. Daarom deed hij beroep op sprekende voorbeelden, zoals die hierboven. ‘Universeel’ is hier misschien een beter passend adjectief dan ‘stereotiep’. Wel is het zo dat het kernachtige van de Nederlandse vertaling soms zo ver werd doorgedreven dat de karakters net iets te weinig diepgang krijgen. Wanneer Silvia bijvoorbeeld klaagt dat de haardroger niet meer werkt, antwoordt José: ‘La tecnología es siempre imprevisible’ (21) (technologie is altijd onvoorspelbaar). Jense vertaalt Höchemers ironische ‘Ach, die liebe Technik’ als: ‘Dat is mij te technisch’ (19), een explicietere manier om te kennen te geven dat José, de romanschrijver, geen talent heeft voor techniek. Aangezien dat nog eens wordt benadrukt op de volgende pagina, waarop hij een heroïsch gevecht levert met de tuinslang, was dat niet echt nodig geweest. Een wezenlijk verschil levert die explicitering nu ook niet op, maar de ironie gaat wel verloren.

Melk van Doña Linda: over grapjes en rijmpjes
De hierboven aangehaalde voorbeelden tonen aan dat Paco Roca’s strip niet alleen drijft op treurnis maar ook vol milde humor zit. Hier en daar maakt de auteur ook grapjes die, zoals gebruikelijk in het comicgenre, op het laatste plaatje van de pagina komen. Woordspelingen stellen vertalers altijd voor een hele uitdaging. Op een bepaald moment in La casaverbaast Cristóbal, Carla’s vriend, zich erover dat José en Silvia, ondanks hun vele diepvriesmaaltijden, toch slank blijven: ‘¿Cómo puede ser que ellos, comiendo sólo esas mierdas, estén delgados y yo, que me cuido, no me quite esta barriga?’ (81) (Hoe is het mogelijk dat zij [...] slank zijn en ik, die mezelf verzorg, niet van deze buik af geraak?). Carla merkt gekscherend op: ‘Estar todo el día tirado en el sofá no es cuidarse’ (de hele dag op de sofa liggen is niet hetzelfde als je verzorgen), waarop Cristóbal zich dan in het laatste paneel maar richt tot zijn schoonbroer Vicente, en verklaart: ‘me cuido de no estar expuesto a los accidentes de la ciudad’. In het Duits slaagde Höchemer erin om het grapje te behouden door het driemaal herhaalde werkwoord ‘cuidarse’ telkens als ‘achten auf’ te vertalen (tweemaal ‘auf die Gesundheit achten’ en in Cristóbals laatste zin: ‘ich achte eben darauf, dass mir draussen kein Unfall passiert’). In het Nederlands worden de eerste twee vertaald als ‘op de gezondheid letten’ en in de laatste zin van Cristóbal als ‘zorgen voor’: ‘... ik zorg er gewoon voor dat ik buiten geen ongeluk krijg’ (79). Jense ging dus aan het grappige effect voorbij. Ze had in de eerste twee zinnen kunnen kiezen voor ‘zich verzorgen’, maar dan nog was het onmogelijk geweest om dat werkwoord ook volledig te behouden in Cristóbals repliek. In het Nederlands is het grapje, dat al wat flauw was, dus noodgedwongen nog flauwer.

Het is daar wel nog duidelijk dat Cristóbal de intentie had om een grapje te maken. Dat is niet meer zo in de Nederlandse vertaling van het gesprek waarin José Silvia vertelt dat hij in het vakantiehuis voor het eerst eens kan stilstaan en terugkijken. Aan het begin van p. 48 vraagt Silvia hem of dit dan betekent dat hij het vanaf nu wat rustiger aan zal doen. In het laatste plaatje zegt ze: ‘Bueno, tampoco te relajes mucho justo ahora, eh. Los domingos hay mucho tráfico’ (Zeg, doe het nu ook maar niet té rustig aan hé. Op zondag is er veel verkeer). In het Duits werden ‘bueno’ en ‘eh’ vervangen door ‘komm’ en ‘mal’: ‘Komm, entspann dich mal nicht allzu sehr. Sonntag ist immer viel Verkehr’ (48). Jenses vertaling hiervan (‘Rust maar niet te lang uit. Op zondag is het verkeer best druk’, 48) is echter zo vlak dat de lezer niet doorheeft dat Silvia hier spottend terugverwijst naar wat ze eerder zei over uitrusten.

Nog moeilijker dan de woordspelingen en grapjes was wellicht het vertalen van het rijmpje waarmee José als kind een prijs won: ‘Leche cervera alegra la vida entera’ (17). Letterlijk betekent het: ‘melk van Cervera vrolijkt het hele leven op’, of: ‘melk van Cervera is plezier voor het leven’. Dat zijn geen erg catchy reclameslogans, want, zoals Josés vader beweert, ‘alle grote firma’s hebben rijmende slogans’ (16). Jense verving het door: ‘Ieder kind een winnaar met melk van Doña Linda’ (15), een vertaling van ‘Milch von Doña Linda mögen alle Kinder’. Het woord ‘winnaar’ moet dan rijmen op ‘Doña Linda’, want de vader geeft het als voorbeeld van een goed rijmend vers: ‘verwerk een pakkend rijm in je tekst en je hebt de jury in je zak’. In het Duits rijmt het, want ‘Kinder’ wordt als ‘kinda’ uitgesproken, maar in het Nederlands is de poging minder geslaagd. Door in het volgende plaatje het woord ‘Reim’ (‘pareado’ in het Spaans) te vertalen door ‘gedicht’ leidt Jense de aandacht van het onhandige resultaat af. En gelukkig redt hier ook een grapje de situatie: ‘Gelukkig was de jury net zo snel tevreden als ik’ (16) werkt in zowel het Spaans als het Duits en het Nederlands.

Waarom melk van Doña Linda en niet van Cervera? ‘Cerveramelk is goed voor elk’ had ook gekund. Waarom baseerde Jense zich niet op de oorspronkelijke Spaanse tekst om dit vertalersraadsel op te lossen? Wellicht volgde ze Höchemer omdat het Valenciaanse zuivelmerk, dat nu niet meer bestaat in Spanje, ook voor de Nederlandse en Vlaamse lezers te onherkenbaar was. ‘Campina’ was dan misschien niet Spaans genoeg. ‘Doña Linda’ moest waarschijnlijk een zekere couleur locale aan het verhaal verlenen. Want La casa gaat niet alleen over universele gevoelens, maar is ook diep verankerd in een Spaanse context. Het vakantiehuisje belichaamt de Spaanse middenklasse die zich in het zweet werkte om zich dan eind jaren zeventig, met behulp van ‘amateurbouwvakkers en goedkope materialen’ (61), een tweede huis te kunnen veroorloven. Het behoud van de Spaanse titel is mogelijkerwijs een lichte wenk om toch ook met dat lokale verleden rekening te houden. Al was het voor de vertaalster vooral een manier om een vakantiegevoel bij de Nederlandse lezer op te wekken.3 De vertaling van ‘jubilados’ (‘Rentnern’ in het Duits) als ‘pensionado’s’ (70), Nederlandse gepensioneerden die hun oude dag in Spanje doorbrengen, past wellicht ook binnen dat idee.

Ook al bevat La casa weinig tekst, toch is het vertalen ervan een uitdaging. Het fragiele evenwicht tussen humor en tristesse, grote emoties en sereniteit, universele gevoelens en lokale verankering, én tussen woord en beeld kan gemakkelijk verstoord worden. Duitse woorden en zinsconstructies zijn over het algemeen langer dan in het Spaans.Höchemer deed dus zijn uiterste best om de beperkte ruimte binnen de tekstballonnen zo zuinig mogelijk te benutten. Jense nam dat streven naar bondigheid over. Hierdoor sneuvelden vooral partikels die de conversaties vloeiend maken, waardoor de personages, en hun manier van spreken, af en toe te vlak zijn. Soms lijken ze in het ijle te spreken, zoals wanneer ‘Qué buena noche hace’ (28) vertaald wordt door ‘Ein schöner Abend’ / ‘Een mooie avond’ (26), of wanneer, zoals in één van hierboven al geciteerde voorbeelden, voegwoorden zoals ‘pero’ worden weggelaten. Op sommige momenten had Jense het Spaanse origineel bij haar vertaalwerk kunnen betrekken. Al was het maar om de leesrichting op p. 37 te controleren, of om de grapjes overtuigender te laten klinken. Beeldromans of graphic novels zoals die van Paco Roca worden nu algemeen als ‘serieuze’ culturele producten aangemerkt. Het zou het genre ten goede komen als ook de vertaling ervan serieus werd genomen. Het kortstondige evenwichtsverlies dat de vertalersingrepen veroorzaken, tast evenwel niet de globale indruk aan die achterblijft na het lezen van La casa: een warm gevoel dat je aanzet om telkens opnieuw terug te keren naar dat huis. 

 

Noten
1 Bijvoorbeeld in een interview met El País: https://elpais.com/cultura/2015/11/30/actualidad/1448908973_011049.html
2 E-mail van Sigge Stegeman van Soul Foud Comics, 26 oktober 2018.
3 E-mail van Lindy Jense, 28 oktober 2018.
4 Höchemer 2013.
 

Bronvermelding
Baetens, Jan & Hugo Frey. 2015. ‘Nostalgia and the Return of History’, in: idem, The Graphic Novel. An Introduction. New York: Cambridge University Press, p. 217–245.

Höchemer, André. 2013. ‘Von Señores und Senioren – die Übersetzung von „Kopf in den Wolken”’, Diario de un Alemol. 10 september. http://www.diariodeunalemol.com/2013/09/10/von-senores-und-senioren-%E2%80%93-die-ubersetzung-von-%E2%80%9Ekopf-in-den-wolken%E2%80%9C/

Meesters, Gert. 2017. ‘La casa’, De Poort: Stripnieuws. 26 juli. https://depoort.com/nl/nieuws/la-casa-1

Peeters, Benoît. 1998. Case, Planche, Récit: Lire La Bande Dessinée. Tournai: Casterman.

Roca, Paco. 2014. Andanzas de un hombre en pijama. Bilbao: Astiberri.

Roca, Paco. 2016. La casa. Bilbao: Astiberri.

Roca, Paco. 2016. La casa. Aus dem Spanischen von André Höchemer. Berlin: Reprodukt.

Roca, Paco. 2017. La casa. Vertaald door Lindy Jense. Arnhem: Soul Food Comics.

Stefanescu-Goanga, Florian. 1911. Experimentelle Untersuchungen Zur Gefuhlsbetonung Der Farben. Leipzig: Wilhelm Engelman.

Zanettin, Federico. 2008. Comics In Translation. Manchester: St. Jerome.

Lees meer over: