Vertalers en hun manieren van levend zijn     44-49

Désirée Schyns

Je kon een speld horen vallen in de Gentse cinema Sphinx, waar Le chant des forêts van Vincent Munier werd vertoond in een bomvolle zaal. We hoorden het vreemde, klikkende, raspende geluid van een van de grootste hoenderachtigen ter wereld, het Auerhoen, dat in West-Europa met uitsterven wordt bedreigd. In de film wachten de grootvader, diens zoon (filmmaker Munier) en de kleinzoon geduldig in een met takken en bladeren afgedekte schuilhut om de vogel te spotten, te horen, te filmen. Het is raadselachtig wat daar wordt geklikt, onbegrijpelijk, geen tolk kan ook maar de geringste hulp bieden, maar daar gaat het niet om, de grootvader in de film beschrijft dat het aanschouwen van het Auerhoen een van de gelukkigste momenten in zijn leven was. Hij gunt zijn kleinzoon ook zo’n moment: het Auerhoen zien en horen. Nu het dier ook in Frankrijk uitgestorven is, moeten ze daarvoor naar Noorwegen reizen.

In zijn boek Manières d’être vivant, Manieren van levend zijn in de vertaling van Ilse Barendregt, gaat de Franse filosoof Baptiste Morizot nog een stap verder. Waar de film Le chant des forêts de kíȷ́kers vooral deelgenoot wil maken van de rouw om ecologisch verlies en van de vreugde om het raadselachtige bosleven te ontdekken en met respect te behandelen, wil Morizot ons er met zijn filosofische benadering toe aanzetten het gedrag van de levenden om ons heen te vertálen. Er is veel te vertalen, beweert hij, je moet er oog voor hebben. Hij staat niet alleen. In het themanummer van Filter ‘Groen vertalen’ (31:3) werd de grondlegger van de dendrochronologie Andrew Ellicott Douglas geciteerd die het verhaal van bomen wil vertalen.

Net als andere wetenschappers, kunstenaars, schrijvers en vertalers zoals Miek Zwamborn, Vinciane Despret, Andrew Ellicott Douglas, Valérie Trouet, die vinden dat je niet namens de natuur kunt spreken, is Morizot van mening dat de mens een van de vele levende wezens is die allemaal op gelijke voet staan met elkaar. Volgens hem zijn wij deel van een weefsel van ‘het levende’: mensen en andere levende wezens, zoals dieren, bomen, planten en micro-organismen, die onderling samenhangen en van elkaar afhankelijk zijn. Hij ontwikkelt filosofische inzichten over het weefsel van ‘het levende’ en baseert die inzichten op veldonderzoek, op ontmoetingen met andere levende wezens, op het lezen en interpreteren van sporen. Vervolgens ontwikkelt hij nieuwe concepten om zijn waarnemingen op een beeldende wijze over te brengen en te pleiten voor een andere relatie met de levende wereld. Hij gebruikt door Ilse Barendregt vertaalde woorden als: ‘intersoortelijke diplomatie’, ‘kosmohoffelijkheid’ en ‘afgestemde blijken van respect’.

Lees verder in de papieren Filter