Vertaaldag  Archief

2019

2018

2017

2016

2015

2014

2013

L’ordre du jour van Éric Vuillard vertalen

Liesbeth van  Nes

We zitten aan tafel bij de Britse premier Chamberlain, het is maart 1938, en zijn voornaamste gast is Ribbentrop, de Duitse minister van Buitenlandse Zaken. Ze zitten niet bij elkaar uit hoofde van hun functie. Als politici, of vijanden. Nee, ze zijn op dat moment huurder en verhuurder. Ribbentrop is er niet officieel te gast, terwijl hij toch een officieel personage is, en hij praat over ditjes en datjes. Over de kwaliteiten van een Amerikaanse tennisser. Zijn lob, zijn backhand. Hij leutert. De Britten luisteren beleefd. Een van de aanwezige politici is Sir Alexander Cadogan van Buitenlandse Zaken, voor wie een briefje wordt afgegeven. Cadogan leest het, fronst zijn wenkbrauwen en schuift het door naar Chamberlain. Die leest het, verbleekt. Ribbentrop lijkt niets te merken en babbelt door over het voetenwerk van de tennisser. Chamberlain zit op hete kolen, Ribbentrop leutert verder. Chamberlain geeft met een wenk te kennen dat er werk op hem wacht, maar Ribbentrop treedt alle conventies van de welvoeglijkheid met voeten en weidt uit over de service van de man die aan de lopende band aces slaat.

Ribbentrop verlaat Downing Street 10 in 1938

Deze lunch is een typisch voorbeeld van het soort gebeurtenissen waarvoor Éric Vuillard (1968) belangstelling koestert. Zijn boeken zijn geen romans, maar presenteren zich nadrukkelijk als 'verhaal'. Daarom was het nogal een verrassing dat L’ordre du jour de Prix Goncourt 2017 kreeg toegekend, een van de grootste Franse literaire prijzen. Maar Vuillards boeken zijn wel degelijk literatuur, hoe historisch zijn onderwerpen ook zijn. Hij laat zien hoe subjectief ‘de geschiedenis’ is, omdat alles vanuit een bepaalde invalshoek is geschreven. Omdat alles een kwestie van perspectief is. In zijn boeken staat ‘perspectief’ op de voorgrond. Hij wil deze lunch bijvoorbeeld weer aankleden met gevoelens, met onderhuidse signalen, met gespreksonderwerpen, om erachter te komen wat er is gebeurd. Hoe Ribbentrop zich daar heeft gedragen.

Ribbentrop had natuurlijk geen oogkleppen op. Hij wist donders goed dat er in dat briefje stond dat Duitsland Oostenrijk was binnengevallen, maar hij had er een duivels plezier in de Engelse beleefdheid op de proef te stellen. Vuillard intussen heeft er plezier in Ribbentrop neer te zetten als iemand die achteloos als een boer een exquise lunch wegschrokt. Chamberlain liet opdienen:

 « En hors-d’œuvre, on avait servi des charentais en glace […]. Le plat principal était une poularde de Louhans à la Lucien Tendret. […] corniottes de fromage blanc accompagnées de limonade, […] une tarte au shion [… le dessert…,] des fraises des bois cardinalisées, comme Escoffier savait les faire. »

charentais en glace

Een beetje vertaler weet zich nu in luilekkerland, want dit is grasduinen. De 'charentais' blijken een soort meloenen te zijn, Louis Tendret en Escoffier publiceerden recepten, dat is ook vrij gauw duidelijk. In Louhans blijken ze kippen te fokken. Maar gekardinaliseerde bosaardbeitjes, dat is raadselachtig. Het woordenboek geeft voor ‘cardinaliser’: tot kardinaal maken, blozen (rood worden als een kardinaal) en ook een culinaire betekenis: een kreeft of garnalen in court bouillon rood laten worden. Aardbeitjes flamberen dan misschien? Het zijn immers geen peertjes die knalrood kunnen stoven. Ik wist het niet, zocht nog naar totaal andere betekenissen van dat cardinaliser, in het argot, in oude woordenboeken. En vond ten slotte deze site: http://www.faimdelyon.com/lesmenusdelegendeparlamaisonmumm/ en daarop staat een menu met drie van de vier gerechten die bij Chamberlain op tafel kwamen. Met één slag is duidelijk hoe Vuillard te werk is gegaan. Hij kiest geen gerechten met bijzondere ingrediënten of met een symbolische waarde. Hij plukt de hele zaak zo van internet. De vertaling werd toen:

Als voorafje […] meloen in ijs. De hoofdschotel was een mesthoentje uit Louhans, volgens het
recept van Lucien Tendret […] het toetje […] fraises de bois cardinalisées, zoals Escoffier ze maakte.

Het derde gerecht heb ik nu achterwege gelaten, omdat het niet op bovengenoemde site staat. De ‘fraises de bois’ liet ik in het Frans staan, in de eerste plaats omdat gerechten dat wel verdragen en ook omdat ‘cardinalisées’ nu eenmaal onvertaalbaar is. Met een beetje goede wil kun je nu zien dat Escoffier ze in de vorm van een kardinaalsmuts heeft opgediend:


fraises de bois cardinalisées

Maar als je dat zonder plaatje moet vertalen ziet niemand het voor zich. Veel belangrijker is dat de lezer met het intikken van ‘fraises de bois cardinalisées’ kan zien waar Vuillard zijn materiaal vandaan haalt. En hoe zijn geest werkt. Want dit is niet zomaar een site, het is een site van Mumm-champagne. Een merk champagne dat in de jaren dertig in Duitsland aan de man werd gebracht door... de heer Ribbentrop. Vuillard heeft dus materiaal over Ribbentrop verzameld, kwam op Mumm en ook op deze site. Het menu kon hij niet direct gebruiken, dat kon pas toen hij had besloten de lunch in Downing Street op te nemen in zijn boek.

Vuillard schuift dit beeld als een soort decorstuk het verhaal binnen. Hij vult het niet nader in, het dient als versiering en verder niet. Hij doet dat vaker. Zo is er de passage waarin jaren later, na de processen van Neurenberg, tien oorlogsmisdadigers worden opgehangen. De eerste die aan de galg bengelt, is Ribbentrop. Als laatste is Seyss-Inquart aan de beurt en hij volgt ‘wankelend de ouvreuse’. De ouvreuse? De vrouw die, vroeger bij de film en nu alleen nog bij de opera, je kaartje pakt en je vervolgens wijst waar je mag gaan zitten? Die staat hier toch niet bij het schavot? Ik heb verschrikkelijk mijn best gedaan om die ouvreuse kwijt te raken, om van het beeld van de bioscoop af te komen, dat ik hier geheel misplaatst vond, ik heb gezocht in en om de dood, ik heb Magere Hein of zijn zeis proberen aan te zien voor de ‘ouvreuse’, en die zeis heb ik ook daadwerkelijk in de vertaling gezet.

Maar ik ben ervan teruggekomen. Ik was 14 Juillet aan het vertalen, ook van Vuillard. Tijdens de bestorming van de Bastille op 14 juli 1789 vallen er heel wat doden. Over een van hen schrijft Vuillard dat er achter hem iemand staat. Ze heeft er altijd al gestaan, het hoofd gebogen, maar nu kijkt ze op en vraagt hem haar te volgen. Het is een placière, een ouderwets woord voor ouvreuse, en ze is het beeld van de dood, een vriendelijke dood, die rustig wacht. Ze staat ons hele leven achter ons. En als het dan zover is, mag je meekomen: ‘Rij acht, stoel zes.’

Liesbeth van Nes in Groningen 2019

Wat ik hiervan als vertaler heb geleerd, is dat het lang niet altijd goed is om de Nederlandse lezer ter wille te zijn. In dit laatste voorbeeld had Magere Hein heel goed kunnen worden ingevuld, iedereen had het gesnapt. De zeis misstaat hier totaal niet. Maar wat de lezer had gemist, is de dood zoals hij Vuillard voor ogen staat, de dood die ons wijst waar we kunnen gaan zitten, wat onze plaats is. Dat is zijn beeld ervan, en zo moet ik het dus ook vertalen.

 

Éric Vuillard, De orde van de dag (L’ordre du jour). Vertaald door Liesbeth van Nes. Amsterdam: Meulenhoff, 2018.

 

Liesbeth van Nes (1954) is vertaalster Frans en Duits, onder meer van Alfred Jarry, Laurent Binet, Hermann Hesse, Robert Seethaler. Met Jarry genomineerd voor de Filter Vertaalprijs 2017. Genomineerd voor de Elly Jafféprijs 2018. Docente aan de VertalersVakschool Amsterdam en Antwerpen. Deze column is een bekorte versie van de lezing die Liesbeth van Nes in de Vertalersgelukstoernee geeft. Op maandag 17 juni wordt zij geïnterviewd over De orde van de dag bij De Leesclub van Alles in Utrecht.

 

Reageren? info@tijdschrift-filter.nl.