Vertaaldag  Archief

2020

2019

2018

2017

2016

2015

2014

2013

Wat doet de Dapperstraat in ‘De Dapperstraat’?

Bert de Waart

De Dapperstraat
Natuur is voor tevredenen of legen.
En dan: wat is natuur nog in dit land?
Een stukje bos, ter grootte van een krant,
Een heuvel met wat villaatjes ertegen.

Geef mij de grauwe, stedelijke wegen,
De’ in kaden vastgeklonken waterkant,
De wolken, nooit zo schoon dan als ze, omrand
Door zolderramen, langs de lucht bewegen.

Alles is veel voor wie niet veel verwacht.
Het leven houdt zijn wonderen verborgen
Tot het ze, opeens, toont in hun hogen staat.

Dit heb ik bij mijzelven overdacht,
Verregend, op een miezerigen morgen,
Domweg gelukkig, in de Dapperstraat. (Bloem 1991: 206)

Dit is de Dapperstraat in Amsterdam-Oost, niet die in Tilburg of Deventer. Bloem heeft ‘De Dapperstraat’ op 12 november 1945 in het gastenboek van caféhouder Eylders geschreven: de vroegst bekende publicatie (Sötemann 1972: 70). Het gedicht is daarna in 1947 verschenen in de bundel Quiet though sad, en tijdens het werken aan die bundel woonde Bloem in Amsterdam, eind 1946 zelfs op vijf minuten lopen bij de Dapperstraat vandaan in het Witsenhuis, Oosterpark 82 (Sötemann 1972: 51-52).

Goed, die Dapperstraat dus. De slotregel van het gedicht hoort tot ons nationaal erfgoed,1 en daarbij is ook alom bekend wat voor straat het is. En anders is er wel het zeer informatieve Wikipedia-artikel over de Dapperbuurt:

De Dapperbuurt is ontstaan aan het eind van de negentiende eeuw. […] Vanaf 1876 werden de […] straten in rap tempo volgebouwd met revolutiebouw. De kwaliteit was vaak matig; al in 1899 stortte een blok woningen aan de Pieter Nieuwlandstraat/hoek Dapperstraat in elkaar. Hoewel een paar straten een voornaam aanzien hadden was de Dapperbuurt vooral een arbeidersbuurt […]. De Tweede Wereldoorlog bracht aan de buurt zware schade toe. […] Na de oorlog waren veel straten er slecht aan toe.

dat ook uitlegt dat elke associatie met dapperheid onterecht is, want de Dapperstraat is genoemd naar Olfert Dapper (1636-1689), schrijver van De Beschrijvinge van Amsterdam.

Maar wat dóét die straat in dat gedicht? Moet je weten wat voor straat de Dapperstraat is om ‘De Dapperstraat’ te kunnen begrijpen? Dat lijkt mij niet: je hoort al in r. 5 over ‘grauwe, stedelijke wegen’. Zou Bloem zich in 1947 zorgen gemaakt hebben of poëzielezers in den lande wel voldoende kennis hadden van deze bepaalde straat om het gedicht ten volle te kunnen genieten? Dat lijkt mij ook niet. Maar die prachtige alliteratie, die ongetwijfeld veel heeft gedaan om de slotregel zijn iconische status te verschaffen? Was een regel als Domweg gelukkig, in een donkre straat net zo makkelijk in het collectief geheugen doorgedrongen? Dat geloof ik dan ook weer niet. Dat je de dichter in de slotstrofe in een met name genoemde straat ziet lopen maakt het gedicht toch wat concreter, wat plastischer. De Dapperstraat geeft merkwaardig genoeg couleur locale aan het gedicht, ook voor een lezer die de Amsterdamse Dapperstraat nooit, zelfs niet op een foto, gezien heeft.

 

J.C. Bloem en 46 anderen
Niet ondanks, maar juist door zijn sjofelheid – tenminste in 1945 – is de Dapperstraat in ‘De Dapperstraat’ dus een uniek element uit de Nederlandse cultuur, een reale – en het vertalen van realia heeft doorgaans nogal wat voeten in de aarde.

Ik ken 46 vertalingen: zeven in het Duits, 34 in het Engels, twee in het Russisch, en in het Hongaars, Spaans en Tsjechisch elk één. Die aantallen zijn sterk vertekend doordat ‘De Dapperstraat’ tweemaal het onderwerp was van een vertaalwedstrijd. In het najaar van 2008 die om de David Reid Poetry Translation Prize (voortaan DRPTP) waarvoor 29 vertalingen werden ingezonden, bijna allemaal van (beroeps)vertalers die vaker naar de DRPTP gedongen hebben. Daarna, in 2015, maakte een vertaling van ‘De Dapperstraat’ deel uit van Nederland vertaalt (verder NV 2015); ik ken van de 108 inzendingen alleen de vijf die de jury selecteerde.2

46 vertalingen! Daar zijn klunzige bij: ‘bij mijzelven (overdacht)’ in r. 12 is bijvoorbeeld in het Engels to myself,  en niet ‘(all) by myself’, ‘schoon’ in r. 7 is niet ‘clean’, ‘de lucht’ in r. 8 is niet ‘the air’, maar the sky, en ‘villaatjes’ in r. 4 en ‘villages’ zijn valse vrienden. En ook mooie, vindingrijke, met bijvoorbeeld slimme oplossingen voor ‘land – ter grootte van een krant’ in r. 2-3, en voor ‘Domweg gelukkig’ in r. 14. Maar ik wil weten hoe dat cultuurgoed, die vreugdeloze Dapperstraat, de tocht naar andere culturen overleeft. Een riskante tocht, want het gedicht zelf geeft geen aanwijzing wat voor straat het is, en in sommige vertalingen zelfs niet dát het een straat is. Daar moet een vertaler dus wat aan doen – of hij moet ervoor kiezen dit element niet mee te nemen: je kunt nu eenmaal niet alles vertalen.

In veel talen gelukkig (gevel in de Dapperstraat)

Dapperstraat - A Dapper utca - la calle de Dapper – Dapper Street – Дапперстраат
39 vertalers nemen de naam Dapperstraat min of meer letterlijk over. De Tsjechische vertaling van Olga Krijtová (Havlíková 2007: 147) en de beide Russische (Bal-Petsjerskaja 2009; Bloem 2013) hebben ‘Dapperstraat’, respectievelijk Дапперстраат, en ik vraag mij af of hun lezers begrijpen dat het hier om een straatnaam gaat. De Hongaarse en de Spaanse vertaling nemen alleen ‘Dapper’ over, en vertalen ‘straat’, zodat dat element in elk geval duidelijk is: ‘A Dapper utca’ (Tóth 2007: 25); ‘la calle de Dapper’ (Bloem 1970: 103).

Zes van de zeven Duitse vertalingen, en achttien van de 34 Engelse hebben ‘Dapperstraat’, en tien andere Engelse vertalingen ‘Dapper Street’. Dat laatste is niet te missen, maar de Duits- en Engelstalige lezers zullen ook wel niet al te veel moeite hebben om het Nederlandse woord als straatnaam te herkennen.

Dat zijn 36 vertalingen, waarbij de lezers kunnen denken: Kijk eens aan, de ik-figuur – of laten we maar gewoon zeggen: de dichter – kreeg die revelatie in een met name genoemde straat. Is daar misschien iets bijzonders mee? Jaap Hoepelman geeft een toelichting bij zijn ‘Dapperstraat’:

‘Schlichtweg glücklich’ ist der Anfang der letzten Zeile seines Sonetts ‘De Dapperstraat’. Dazu muss man wissen, das de Dapperstraat im Osten Amsterdams die traurigste, herunter-gekommenste Häuserschlucht war, die man sich nur vorstellen kann. (Hoepelman 2018)

Plucky Street – Heldengracht – ‘the street of the brave’- this market street- the street of may - Stanley Crescent – a city street
Behalve met een toelichting kun je de informatie die in je doelcultuur ontbreekt ook geven door de naam Dapperstraat te vertalen, of te vervangen door een equivalent in die doelcultuur. Acht vertalers, zeven in het Engels en één in het Duits, doen dat. Drie van hen maken er iets van als ‘dappere straat’ of ‘straat van de dapperen’. Je kunt dat een interpretatie noemen; een Nederlandse lezer die niet van Olfert Dapper weet of wenst te weten mag die straatnaam die extra betekenis geven, dus een vertaler mag dat ook. Maar je doet, vind ik, het gedicht wel onrecht als je dat plotselinge geluksgevoel het gevolg laat zijn van een toevallige straatnaam. Alsof de dichter zegt: ‘Een straatnaam kan het verschil maken.’ Had het dan ook ‘Hevig gelukkig in de Hartenstraat’ kunnen zijn (je weet wel, Valentijn en zo), of ‘Zomaar gelukkig op het Zonneplein’? Wie de voorkeur geeft aan ‘grauwe, stedelijke wegen’, kan ‘Domweg gelukkig in de Dapperstraat’ zijn, en daarvoor moet die straat zo’n grauwe stadsstraat zijn, en met een d beginnen. Daarom vind ik de Engelse vertaling van de DRPTP-deelnemer Dave Skinner, ‘Plucky Street’, ‘dappere straat’, en de Duitse van Ludo Simons, ‘Heldengracht’, niet goed, en die van de DRPTP-deelneemster Melissa Godecharle ook niet. Zij noemt haar inzending ‘The “Dapperstraat” (the street of the brave)’, met aanhalingstekens en een vertaling tussen haakjes.

In 2014 plaatste Hisgen van der Weel op de blog van het Direct Dutch Institute een vertaling, die ze in haar3 inleiding inbedt in haar eigen biografie:

For those who are not familiar with Amsterdam, you should know that De Dapperstraat is a street in Amsterdam near the Muiderpoort. Each February and March for the last seven years I have gone to the Dapperstraat because it houses the Reinwardt Academy for Museology and because I teach creative writing there. After my workshops I usually loaf about De Dapperstraat before going home. There is a very lively market there. I am sure that Bloem, the poet, refers to this crowded market in his last line. (Van der Weel 2014)

Net als Godecharle, Skinner en Simons brengt ook Van der Weel een contrast aan tussen de grauwe straten die des dichters voorkeur hebben, en iets opbeurends in r. 14, in haar geval de levendige drukte van de Dappermarkt. Van die levendige drukte zal in 1945 niet direct sprake geweest zijn, dus je zou Van der Weels interpretatie moderniserend kunnen noemen, en ook dat mag (alles mag), zeker als je je interpretatie zo nadrukkelijk als persoonlijk voorstelt, en daar kan ieder dan het zijne van denken. Het aardige is dan wel weer dat Van der Weel ook moderniserend vertaalt: ‘in hun hogen staat – in de Dapperstraat’ > ‘to sweep you off your feet […] in this market street’.

Ik heb nog vier DRPTP-inzendingen over. De vertaling van Lieselotte De Snijder, ‘the street of may’, begrijp ik niet (‘de straat waar alles mag’?), maar het klinkt gezellig, en Ruud Maltha’s ‘Stanley Crescent’ is geen equivalent: als je dat googlet kom je onontkoombaar op een aantal makelaarssites die louter panden en etages in het hoogste prijssegment aanbieden, en de begeleidende foto’s tonen lommerrijke, Aerden- of Bezuidenhoutachtige wijken. Paul Vincents vertaling is heel algemeen: ‘in a city street’ – dat kan, maar het voegt eigenlijk niets toe aan de ‘grauwe, stedelijke wegen’.

J.C. Bloem

East End Roads
Dat kan beter. Gerard Forde vertaalde ‘Dapperstraat’ met ‘East End roads’. De Londense wijk East End is historisch en demografisch het perfecte equivalent van de Amsterdamse Dapperbuurt: ook een negentiende-eeuwse armenwijk, en ook zeer bekend, namelijk door de BBC-serie Eastenders.

Hoe het dit Nederlands cultuurgoed is vergaan in vertaling, wilde ik weten, namelijk de armzaligheid van deze straat in dit gedicht. Ik begon met 46 vertalingen, en ik heb twee succesrijke transfers gevonden: één in een toelichting,één in een doeltreffend equivalent. Een vertaling die het van een toelichting moet hebben, dat is wel een beetje sneu. Gerard Fordes5 vertaling is bovendien de moeite waard: perfect van (binnen)rijm en metrum, met fraai Engels idioom  (‘thicket,’, ‘ashen’, ‘lofty’, strayed’, ‘sodden’ voor resp. ‘bosje’, ‘asgrauw’, ‘verheven’, ‘zwierf’, ‘doornat’). Alleen ‘Beside myself with joy’ is wel erg uitbundig voor ‘Domweg gelukkig’.

East End roads
Leave nature to the vacant and the vain.
And yet, what's left of nature in this land?
A thicket barely larger than my hand,                               
A lonely hill, a solitary plain.

I'd rather have the city’s ashen streets,              
The dockyards rusting by the waterside,
The clouds unmatched in beauty as they glide
By attic windows in resplendent fleets.

The meagrest hopes are royally repaid.
Life keeps its splendours safely locked away
Till all at once its lofty prize unfolds.                                 

These images came to me while I strayed,
With sodden feet this cold and rainy day,
Beside myself with joy in East End roads.

 Translation: © Gerard Forde, 2008

Het Engelse woord voor Dapperstraat is East End road, zoals Delfzijl Nederlands is voor Vessoul.

 

Noten
1 Dat van Nederland dus; ik zou weleens willen weten hoe bekend het gedicht en de straat in Vlaanderen zijn, en wat Vlaamse poëzielezers zich erbij voorstellen.
2  Afgezien van die wedstrijden had het gedicht een overzichtelijke vertaalgeschiedenis, vanaf 1951, toen de vertaling van James Brockway in het Engelse tijdschrift Poetry verscheen (zie Brockway 1977) tot en met een Duitse vertaling op de blog Olla Vogala van Jaap Hoepelman uit 2018.
3 Een oplettende Facebookbezoeker meldt dat Hisgen van der Weel in feite het duo Ruud Hisgen en Adriaan van der Weel is.
4 Sommige vertalingen ken ik alleen in latere (internet-)publicaties, terwijl de oorspronkelijke bronnen mogelijk een toelichting geven; dat betreft de eerste publicatie van Brockways vertaling in Poetry (zie Brockway 1977), de boekuitgave van Lászlo Tóths Csipke és tulipán (Tóth 2007) en de papieren versie van het tijdschrift Zvesda met Niny Tarchan- Moeeravi’s vertaling (Bloem 2013). Christian Golusda’s vertaling voor NV 2015 is ook opgenomen in Amsterdam. Eine Stadt in Geschichten (Schiferli 2016), een boekje bestemd voor Duitse toeristen met bestemming Amsterdam, en wordt daar misschien begeleid door een toelichting.
Filter-redacteur Harm-Jan van Dam merkte terecht op dat er misschien wel iets over deze vertaler te vinden zou zijn, en vond zelf dat Forde curator, schrijver, uitgever en vertaler is, in de jaren ’90 vier jaar in Rotterdam woonde en toen een jaar bij Boijmans werkte. Daarna heeft hij blijkbaar het contact met Nederland en het Nederlands niet verbroken, want hij heeft nog viermaal meegedongen naar de DRPTP: in november 2007 met een vertaling van het ‘Egdiuslied’, in het voorjaar van 2008 met een van Gerrit Achterbergs ‘De dichter is een koe’, in het najaar van 2008 dus met die van ‘De Dapperstraat’, en in het najaar van 2010 werd zijn vertaling van ‘Moederken’ van Guido Gezelle zelfs ex equo met die van Erik Honders winnaar (al was de jury over geen enkele vertaling echt te spreken). Verder heb ik geen sporen van de vertaler Gerard Forde, noch van zijn vertalingen gevonden. In de vertalingendatabase van het Letterenfonds komt hij niet voor.

 

Bibliografie
Bal-Petsjerskaja, Zinaida. 2009. ‘Vier Nederlandse gedichten in Russische vertaling’, Tijdschrift voor Slavische Literatuur, nr. 53 (sept.-okt. 2009). http://www.slavischeliteratuur.nl/tslarchief/tsl53/53n.html.

Bloem, J.C. 1970. Antología de -  Versión de Henriette Colin. Espluges de Llobergat (Barcelona): Plaza & Janes, S.A. Editores.

Bloem, J.C. 1991. Verzamelde gedichten. 10e dr. Amsterdam: Athenaeum – Polak & Van Gennep.

DRPTP 2008: http://subtexttranslations.com/drptp/bloem/bloem.html.

Bloem, Jacobus Cornelis. 2013. ‘Stichi (‘Gedichten’)’. vertaald door Niny Tarchan-Mooeravi, Zvesda, nr. 6. https://magazines.gorky.media/zvezda/2013/6 /stihi-2073.html.

Brockway, James. 1977. ‘Met Jacques Bloem in the corner’, Bzzletin, jg. 6, nr. 48 (1977-1978), p. 42–43. https://www.dbnl.org/tekst/_bzz001197701_01/_bzz001197701_01_0089.php?q=#hl1

Havlíková, Veronika (sestavila). 2007. V Nizozemsku už nechci žit. Antologie moderní Nizozemské poezie. Praha: Mladá Fronta.

Hoepelman, Jakob. 2018. https://jakobhoepelman.blogspot.com/2018/02/de-dapperstraat.html.

Schiferli, Victor (ed.). 2016. Amsterdam. Eine Stadt in Geschichten. München:dtv.

Schmidt, Annie M.G. 2017. Ein Teich voll mit Tinte. Aus dem Niederländiscen von Christian Golusda. Frankfurt a. M.: Moritz Verlag.

Sötemann, A.L. 1972. Over de dichter J.C. Bloem, in: Jaarboek van de Maatschappij de Nederlandse Letterkunde, p. 15 – 73. https://www.dbnl.org/tekst/_jaa003197201_01/_jaa003197201_01_0002.php.

Tóth, László (samenstelling en vertaling). 2007. Csipke és tulipán. Budapest: Alterra. Uitgave in pdf door Mikes International, , 2007: http://www.federatio.org/mi_bibl/TothZLaszlo_CsipkeTulipan.pdf.

Weel, Hisgen van der. 2014. Direct Dutch Institute. https://www.directdutch.com/2014/06/word-of-the-day-gelukkig-happy/.

 

Reageren? info@tijdschrift-filter.nl.