Vertaaldag  Archief

2018

2017

2016

2015

2014

2013

Het raadsel opgelost

Hilde Kugel

In december 2016 beschreef ik op deze plek de aanloop van mijn masterscriptie. Ik was verzeild geraakt in een speurtocht naar een brontekst die onvindbaar leek. Laat me de situatie zoals die toen was even in herinnering brengen.

Het was mijn voornemen om onderzoek te doen naar een vertaling van Betje Wolff en een van Anna Barbara van Meerten-Schilperoort, twee auteurs en vertaalsters uit de achttiende en negentiende eeuw. Ik was namelijk in de veronderstelling dat zij allebei een roman van Benedikte Naubert vertaald hadden, een schrijfster in wie ik tijdens mijn bachelor Duitse taal en cultuur geïnteresseerd was geraakt. Van Betje Wolff was dit in ieder geval met zekerheid te zeggen: van haar Herman von Unna en Ida, of Taferelen uit de geschiedenis der geheime gerechtshoven der XIVde en XVde eeuw (1804) weten we zeker dat het een vertaling is van Nauberts Hermann von Unna. Eine Geschichte aus den Zeiten der Vehmgerichte (1789). Op het eerste gezicht leek dezelfde duidelijkheid te bestaan bij de vertaling van Van Meerten: in de catalogus van de Koninklijke Bibliotheek en op Google Books wordt vermeld dat Laura, een voorbeeld van edele zelfopoffering; een boek inzonderheid voor jonge vrouwen en moeders. Vrij vertaald uit het Hoogduitsch door A.B. van Meerten-Schilperoort (1834) een vertaling zou zijn van een roman van Naubert. Dezelfde informatie vinden we in Michiel Buismans Populaire prozaschrijvers 1600-1815 (Buisman 1959: 297). Op deze drie plaatsen wordt Naubert dus genoemd als oorspronkelijke auteur, maar in alle gevallen ontbreekt de titel van de brontekst. Daarom ben ik bibliografieën van Nauberts werken gaan raadplegen (bijvoorbeeld die in Gallas en Runge 1993), op zoek naar sporen van de titel van de vertaling: waren er titels van Naubert die ook maar enigszins op de Nederlandse titel leken? Het antwoord was nee, en dus liep ik vast, want een vertaalvergelijking zonder brontekst is nu eenmaal onmogelijk. Dan maar een andere vertaling van Van Meerten gebruiken? Dan zou ik mijn focus op Naubert kwijtraken en bovendien moeten uitwijken naar Engels. Hoewel er weinig anders op leek te zitten, wilde ik het toch nog niet helemaal opgeven.

Anna Barbara van Meerten-Schilperoort

Betje Wolff

Dat ik op basis van de inhoud van de vertaling steeds meer twijfels kreeg, droeg daaraan bij: de thematiek en de stijl van de roman zijn namelijk nauwelijks te rijmen met Nauberts overige werk. Ze is bekend geworden door haar historische romans, waarin ze verzonnen personages en verhaallijnen verweeft met historische figuren en gedocumenteerde gebeurtenissen. Dit gebeurt bijvoorbeeld in de roman die Betje Wolff vertaald heeft: het hoofdpersonage Hermann von Unna heeft Naubert zelf bedacht, maar keizer Wenzel van Bohemen, aan wiens hof het verhaal zich grotendeels afspeelt, heeft daadwerkelijk bestaan. Laura, van Van Meerten, bevat daarentegen geen historische figuren, is geschreven met weinig oog voor historische details en zet vooral de gedachten en gevoelens van de personages op de voorgrond. In het kort: domineesdochter Laura Gross komt terecht aan het hof van een graaf en een gravin en wordt daar belast met de opvoeding van hun dochter. Ze ontmoet er heer Steinau, die verliefd op haar wordt. Laura wil die liefde wel beantwoorden, maar ontdekt dat Lucie, een vriendin van de familie, op haar beurt verliefd is geworden op Steinau. Laura ziet in hen een ideaal echtpaar en weet Steinau ervan te overtuigen niet met haarzelf maar met Lucie te trouwen (ziehier de zelfopoffering uit de titel van de vertaling). Van al deze gebeurtenissen doet Laura verslag in brieven aan haar zus Julie. Deze brieven zijn voor moderne begrippen erg langdradig en door de sentimentele stijl soms moeilijk door te komen. Bijna allemaal bestaan ze uit een opsomming van morele en pedagogische adviezen, met name voor vrouwen. ‘Gedachten en gevoelens, raadgevingen en emoties worden breed uitgemeten, uiteraard langs de meetlat van de christelijke moraal,’ schrijft Van Meerten-biograaf Jean-Philippe van der Zwaluw (2016: 237) over de vertaling (ook hij noemt Naubert overigens als auteur van de brontekst, zie idem: 350). Dit past goed in het straatje van de vertaalster, een strengreligieuze pedagoge die naast haar vertalingen veel eigen werk publiceerde, met name op het gebied van opvoeding, scholing en ‘teksten met vrouwelijke instructie’ (Gelderblom 1997: 34). Bij Naubert past het echter in het geheel niet, zij mikte bewust op een grotere doelgroep dan alleen vrouwen. Haar stijl is bovendien nauwelijks sentimenteel te noemen. Niet voor niets noemde Joseph Eichendorff haar ‘vielleicht die objectivste der dichtenden Frauen’ (Henn 2007: 546). Al met al was er dus genoeg aanleiding om niet zomaar aan te nemen dat het überhaupt om de vertaling van een, mogelijk verloren gegane, tekst van Naubert zou gaan.

Hoe ik verder moest was me lange tijd een raadsel, tot ik op een wonderlijk zinnetje in de vertaling stuitte. In een brief van Laura aan Julie in het vierde deel van de roman heeft Van Meerten een citaat in het Duits laten staan. Een vriendin van Laura heeft zich over een nichtje met liefdesverdriet ontfermd, en volgens haar treurt het meisje meer over hoe ze zich vergist heeft in de man die haar verlaten heeft dan over de man zelf. Daarop volgt het citaat waar het om gaat:

Verwandtes giebt sich ewig dem Verwandten, / Die Täuschung [vergissing, HK] sank – uns ist das Fremde fremd (Engelhard 1830: 13).

Van wie deze enigszins raadselachtige uitspraak is – mijn pogingen om hem goed te vertalen strandden tot nu toe steeds, misschien wil iemand anders zich eraan wagen – en wat er in de context van de brief precies mee wordt bedoeld, blijft onduidelijk, maar voor mijn onderzoek bleken deze versregels van cruciaal belang. Ik waagde de gok en googelde het citaat maar gewoon, in eerste instantie vooral om te achterhalen waar het vandaan kwam. Dat leverde maar één resultaat op, het citaat bleek ook voor te komen in een roman van de Duitse schrijfster Karoline Engelhard, Gesammelte Briefe von Julie (net als Van Meertens vertaling volledig gedigitaliseerd). Een briefroman waarin ook een personage met de naam Julie voorkomt, ik had al zo’n voorgevoel dat dit geen toeval kon zijn. Ik las de brief waarin het citaat voorkwam en vervolgens ook andere delen van de roman, en met stijgende verbazing stelde ik vast dat de overeenkomsten zodanig groot waren dat er geen andere conclusie mogelijk was dan dat de vertaling van Van Meerten er eentje van dit werk was, en niet van een al dan niet verdwenen tekst van Naubert. Eindelijk had ik mijn brontekst gevonden.

Titelblad  Laura, een voorbeeld van edele zelfopoffering

Titelblad Gesammelte Briefe von Julie

De belangrijkste oorzaak van de aanvankelijke verwarring over de herkomst van de tekst ligt in de titel van de vertaling, die geen enkele gelijkenis vertoont met die van de brontekst. Van Meerten heeft ervoor gekozen om niet Julie maar Laura daarin op te nemen, wat inhoudelijk gezien eigenlijk ook wel logisch is: de meeste brieven in de roman zijn van de hand van Laura, haar zus Julie is vooral degene die de brieven ontvangt en daarmee speelt zij een veel passievere rol. Van Meerten haalt daarnaast de verwijzing naar het genre weg en voegt informatie over het plot en de beoogde doelgroep toe (‘een voorbeeld van edele zelfopoffering, een boek inzonderheid voor jonge vrouwen en moeders’). Het predicaat ‘vrij vertaald uit het Hoogduitsch’ geldt dus in ieder geval voor de titel.

Uiteindelijk werden mijn vragen dus beantwoord – dat ‘gewoon’ googelen de oplossing zou zijn voor dit complexe probleem had ik vooraf niet kunnen bedenken – en kon ik eindelijk aan mijn vertaalvergelijking beginnen, maar toch blijf ik me afvragen waarom Buisman ervan uitging dat het zou gaan om een vertaling van een werk van Naubert, aangezien, geheel naar achttiende- en negentiende-eeuwse gewoonte, de auteur van de brontekst nergens in de vertaling genoemd wordt. Ik vermoed dat de Koninklijke Bibliotheek dit op haar beurt van hem heeft overgenomen. Dat een kritische omgang met dit soort informatie uit deze periode echter geen kwaad kan, is met deze casus aangetoond.

 

 

Bibliografie

Buisman, Michiel. 1959. Populaire prozaschrijvers van 1600-1815. Romans, novellen, verhalen, levensbeschrijvingen, arcadia’s, sprookjes. Amsterdam: B.M. Israël

Engelhard, Karoline. 1830. Gesammelte Briefe von Julie. Dritte verbesserte Auflage. Leipzig: Adolf Wienbrack [deel 4]

[Engelhard, Karoline. 1834]. Laura, een voorbeeld van edele zelfopoffering; een boek inzonderheid voor jonge vrouwen en moeders. Vrij vertaald uit het Hoogduitsch door A.B. van Meerten-Schilperoort. Amsterdam: Johannes van der Hey en Zoon

Gallas, Helga en Anita Runge. 1993. Romane und Erzählungen deutscher Schriftstellerinnen um 1800: eine Bibliographie. Stuttgart: Metzler

Gelderblom, Arie-Jan. 1997. ‘Schrijvende leidsvrouw en kindervriendin. Anna Barbara van Meerten-Schilperoort (1778-1853)’, in: Nederlandse Letterkunde2:1, p. 29-44

Henn, Marianne. 2007. ‘Historiographie und Märchenfiktion: Benedikte Nauberts Neue Volksmärchen der Deutschen‘, in: seminar 43:3, p. 546-553

Van der Zwaluw, Philippe. 2016. De kroon van Gouda. Veelzijdig voorloopster van de vrouwenbeweging. Anna Barbara van Meerten-Schilperoort. Leeuwarden: Elikser Uitgeverij [i.s.m. Historische Vereniging Die Goude, Gouda]

 

 

Hilde Kugel (1993) studeerde Duitse taal en cultuur in Utrecht en Münster en rondde dit jaar de onderzoeksmaster Literair Vertalen af met een onderzoek naar twee vertalingen van Betje Wolff en Anna Barbara van Meerten-Schilperoort tegen de achtergrond van het Nederlandse achttiende- en negentiende-eeuwse vertaaldiscours.

 

Reageren? info@tijdschrift-filter.nl.