Vertaaldag  Archief

2019

2018

2017

2016

2015

2014

2013

De Nederlandse lezer aan het westelijk front

De eerste Nederlandse vertaling van Im Westen nichts Neues (1929)

Hanneke Roodbeen

S. Fischer Verlag had geen belangstelling voor het manuscript van Im Westen nichts Neues. Erich Maria Remarque was voor hen slechts de zoveelste die zijn oorlogservaringen op papier had gezet. Uiteindelijk verscheen het werk eerst als krantenfeuilleton in de Vossische Zeitung en wel met zoveel succes dat het op 31 januari 1929 alsnog door Propylaën Verlag in boekvorm werd uitgebracht. De relatief laat op papier gezette oorlogservaringen van Erich Maria Remarque – hij schreef het manuscript pas in de herfst van 1927 – waren een onverwacht succes bij het Duitse publiek. In het eerste jaar na verschijning werd er al een miljoen exemplaren verkocht.

De eerste vertaling verscheen in Nederland. Uitgever Bommeljé sr. van uitgeverij Erven J. Bijleveld had Im Westen nichts Neues al als feuilleton opgemerkt en wist wat hem te doen stond. De overtuigde pacifist Bommeljé en zijn compagnon Willem Jan Lubbers besloten de Nederlandse vertaling uit te brengen. Annie Salomons werd gevraagd als vertaalster. Zij werd door Bommeljé onder grote druk gezet om snel te werken met aanvankelijk waarschijnlijk alleen de krantenknipsels als brontekst. Het resultaat van haar inspanning was dat de Nederlandse vertaling al op 18 april 1929 verscheen. Van het westelijk front geen nieuws werd een van de eerste grote bestsellers in Nederland. Tussen 1929 en 1987 verschenen vierentwintig drukken. Voor de 25druk in 1994 maakte Ronald Jonkers een nieuwe vertaling. Volgens uitgeverij Bijleveld is Van het westelijk front geen nieuws daarmee het langst onafgebroken leverbare boek van Nederland.

Het was een buitengewoon boek dat Annie Salomons werd toevertrouwd. Niet alleen de tijdgenoten van Remarque, ook lezers van vandaag raken diep onder de indruk van wat er wordt verteld en met name van hoe dat wordt verteld. De toon van Im Westen nichts Neues wordt voor een belangrijk deel bepaald door de soldatentaal van hoofdpersoon Paul Bäumer en de mensen om hem heen. Deze taal is rauw en verhult de verschrikkingen niet met omzichtige bewoordingen. Ook is het een sterke ‘gewoontetaal’ van een groep onderling, bijna een jargon, met veel vanzelfsprekendheden. Zo wordt er zonder verdere toelichting gesproken over een ‘Kuchenbulle’ (7) en een ‘Gulaschkanone’ (7), maar ook ‘Wir müssen nach vorn zum Schanzen’ (42). Tot slot wordt de taal bepaald door de afwezigheid van overdrijving. Er wordt niets verhuld, maar er worden bijvoorbeeld ook geen uitroeptekens geplaatst. De combinatie van een nietsverhullende en tegelijkertijd gewenning en gewoonte uitdrukkende taal is een belangrijke oorzaak van de verschrikking die de lezer ervaart bij het lezen. Wat er wordt gezegd speelt natuurlijk ook een rol, maar hoe het wordt gezegd laat de lezer in het bijzonder ervaren wat oorlog betekent voor de menselijke geest.

In de vertaling van Annie Salomons gebeuren echter een aantal opmerkelijke dingen met deze toon. Aan de hand van voorbeelden uit twee fragmenten uit het boek, de openingsscène en een beschieting tijdens en na het uitzetten van prikkeldraad in niemandsland, wordt dat duidelijk zichtbaar.

Er is in de vertaling een neiging tot het verduidelijken en normaliseren van omgangs- en soldatentaal. Zo worden in het eerste fragment ‘Kuchenbulle’, ‘Gulaschkanone’ en ‘Bouillonkeller’ (8) vertaald met alledaagsere woorden als ‘kok’, ‘knul van de keukenwagen’, ‘keukenwagen’ en ‘soepterrine’ (7-8). Ook het tweede fragment wordt consequent verduidelijkt:

Hinter uns schlägt es ein. (48)
Achter ons slaat een granaat in de grond. (33)

Splitter surren. Man hört sie noch aufklatschen, wenn der Lärm der Einschläge längst wieder verstummt ist. (48)
Granaatscherven snorren voorbij. Je hoort de scherven in de grond slaan, als het lawaai van het barsten van de granaat al lang verstomd is. (33)

Jetzt schleicht der Schwaden über den Boden (54)
Nu sluipt de vergiftige damp over de grond (37)

da zerre ich röchelnd ebenfalls die Maske weg (55)
nu trek ik, rochelend van benauwdheid, ook mijn masker af (38)

Annie Salomons legt steeds net iets duidelijker uit wat er gebeurt of wat iets is. Zo wordt consequent toegelicht dat het om granaten gaat, iets wat in de soldatentaal van de hoofdfiguren een dagelijkse vanzelfsprekendheid is. Als bij een gasaanval sprake is van een ‘Schwaden’ wordt verduidelijkt dat deze giftig is en na afloop van de aanval ‘rochelt’ de hoofdfiguur niet alleen, maar wordt er toegelicht dat dit ‘van benauwdheid’ is.

Still uit de film All Quiet on the Western Front

Het absolute pareltje is het moment in de openingsscène als Kat, de legerkameraad van Paul Bäumer, wordt voorgesteld: 

Stanislaus Katczinsky, das Haupt unserer Gruppe, zäh, schlau, gerissen, vierzig Jahre alt, mit einem Gesicht aus Erde, mit blauen Augen, hängenden Schultern und einer wunderbaren Witterung für dicke Luft, gutes Essen und schöne Druckposten. (8)
Stanislaus Katczinsky, het hoofd van onze groep, taai, slim, uitgeslapen, veertig jaar oud, met een grauw gezicht, blauwe ogen, afhangende schouders en een wonderbaarlijke flair om zich ergens tussenuit te draaien, om goed eten op de kop te tikken en om zich corveetjes te laten opdragen, waarbij je de lijn kunt trekken. (8)

Dit is niet alleen een bijzonder duidelijke weergave van de kwaliteiten van Kat, maar de omschrijving heeft ook een toon gekregen die voor de hedendaagse lezer haast jeugdboekachtig aandoet. Het doet denken aan de populaire jeugdboeken van bijvoorbeeld Cissy van Marxveldt en W.G. van de Hulst, hoewel deze stijl ook in boeken voor volwassenen in die tijd niet ongebruikelijk was. Zo ook in het eigen werk van Annie Salomons. In Herinneringen uit den ouden tijd (1957) schrijft ze bijvoorbeeld over Louis Couperus ‘En als hij op het nabroodje van “Oefening kweekt kennis” als dessert flensjes kreeg, juichte hij als een kind, dat zijn uitverkoren verjaardagsetentje krijgt voorgezet.’ (44) Gezien de tijd en de achtergrond van de vertaalster is de schrijfstijl dus niet opmerkelijk, het contrast met de stijl van Remarque is dat wel.

De Nederlandse vertaling neigt daarnaast naar verzachting. Regelmatig gaan de verzachtingen samen met ‘jeugdboekachtige’ vertaalkeuzes die het rauwe van Remarque naar de achtergrond laten verdwijnen. Een aantal voorbeelden uit het tweede fragment: 

Sanfte Haut (48)
juffershondje (33)

Langsam kommt er zu sich. (49)
Zoetjes aan komt hij bij (34)

‘Vorbei, Kleiner!’ (49)
‘Het is weer afgelopen, kereltje!’ (34)

Ich reiße die Gaskapsel heran. (53)
Ik haal mijn gasmasker voor de dag (37)

Ich kenne die furchtbaren Bilder aus dem Lazarett: Gaskranke, die in tagelangem Würgen die verbrannten Lungen stückweise auskotzen. (54)
Ik ken de afschuwelijke aanblik in het hospitaal van mensen, die gas binnen hebben gekregen en die dagenlang in dodelijke benauwdheid hun verbrande longen bij stukjes en beetjes uitbraken. (37)

De voorbeelden spreken eigenlijk voor zich. ‘Heranreißen’ wordt vertaald met het gemoedelijke ‘voor de dag halen’ en ‘Würgen’ (letterlijk ‘kokhalzen’) wordt ‘in dodelijke benauwdheid’. De gruwel wordt in die vertaling niet weggepoetst, maar het is minder hard en minder concreet dan het beeld van een ‘kokhalzende’ soldaat. Het ‘juffershondje’ en het ‘het is weer afgelopen, kereltje’ zijn goede voorbeelden van wat eerder als een jongensboekachtige toon is omschreven. Het gemoedelijke van ‘voor de dag halen’ past ook bij deze toon.

Het gevolg van de verschuivingen is significant. Zowel de karakteristieke soldatentaal als de nietsverhullende, rauwe maar toch ook niet-emotionele verteltrant verdwijnen deels. Dat heeft niet alleen gevolgen voor de stijl, maar ook voor de inhoud. Im Westen nichts Neues ‘verburgerlijkt’ in deze vertaling, zowel het militaire als het ongepolijste raken op de achtergrond. Van het nietsontziende, soms bijna apathische soldatenbewustzijn schuift het boek iets op richting een ‘jeugdboek’, hoewel er nog genoeg gruwelijkheden in staan om het geen jeugdboek te laten zijn.

Het waarom van deze verschuivingen blijft een vraag. Was het een bewuste keuze of is het patroon onbewust ontstaan? Het laatste is niet onwaarschijnlijk. De neiging om te verduidelijken is begrijpelijk bij een boek dat zo sterk bepaald wordt door de gewoontetaal van soldaten. Het is immers een taal die de vertaalster en ook de meeste lezers niet spreken, maar zich tijdens het lezen eigen moeten maken. Mogelijk was dat voor Nederlandse lezers moeilijker dan voor Duitse omdat zij geen vier jaar oorlog en (dagelijkse) confrontatie met teruggekeerde soldaten hadden meegemaakt. Tegelijk past de toon die Annie Salomons kiest wel bij een verteltrant die in de Nederlandse (jeugd)literatuur van begin twintigste eeuw geliefd was. Misschien had Salomons niet de intentie om de toon te veranderen. Het kan (onbewust) zijn ingegeven door het taallandschap waarin zij was groot geworden en waaraan zij met haar vertaling een bijdrage leverde.

Het effect is hoe dan ook wel dat de Nederlandse lezer in 1929 een heel ander westelijk front bezocht dan de Duitse lezer. De nieuwe vertaling van Ronald Jonkers uit 1994 heb ik nog niet bestudeerd, maar vermoedelijk brengt die de lezer weer naar een ander front.

 

Erich Maria Remarque

 

Bibliografie

Blankemeijer, Rolf. 2008. ‘The Publication of Im Westen nichts Neues in The Netherlands and the Illustrations by Arie Zonneveld’, in: Erich Maria Remarque Jahrbuch XVIII. Osnabrück, p. 13-32.

Bijleveld 150: Honderdvijftig jaar boekhandel & uitgeverij Erven J. Bijleveld op Janskerkhof nr. 7. Utrecht: Erven J. Bijleveld, 20115.

Remarque, Erich Maria. 1979. Im Westen nichts Neues. Frankfurt/Berlin/Wien.

Remarque, Erich Maria. z.j. Van het westelijk front geen nieuws. Vertaald door Annie Salomons. uitgegeven in een trilogie met De weg terug en Drie kameraden. Een samenwerking van H.J.W. Bechts Uitgeversmaatschappij, Erven J. Bijleveld en Van Holkema & Warendorf. Het jaar van uitgave is niet vermeld. Afgaand op de vertaalgeschiedenis is het de 20druk van 1964 of de 22druk van 1974.

Remarque, Erich Maria. 2008. Van het westelijk front geen nieuws. Vertaald door Ronald Jonkers. Utrecht 2008. [Informatie over de auteur en de receptiegeschiedenis achter in het boek (geen paginanummers).].

Salomons, Annie. 1957. Herinneringen uit den ouden tijd. Den Haag: Bert Bakker/ Daamen.

 

Hanneke Roodbeen (1996) studeerde Duits en Geschiedenis aan de Universiteit Utrecht en de Ludwig Maximilians-Universität München. Nu volgt ze de master Vertalen (literair) en de onderzoeksmaster Geschiedenis aan de Universiteit Utrecht en is ze student-assistent bij de vakgroep Duits en bij Prof. Frits van Oostrom.

Reageren? info@tijdschrift-filter.nl.