Week 8: Jaap de Jonge

Vertaaldag Archief

2026

2025

2024

2023

2022

2021

2020

2019

2018

2017

2016

2015

2014

2013

Harlekijntje, de opera

Een pleidooi voor zangvertalingen

Jaap de Jonge

Je zult het zien: over vijf jaar is er een opera over Donald J. Trump. Het is te hopen dat Il Narciso Trombone wordt geschreven door een moderne Verdi. Niemand die de dramatische kracht van potentatengedrag zo wist te vangen als hij. En dat in het prachtige Italiaans!

Een welluidende taal alleen is echter niet genoeg. De componist van opera’s als Macbeth en Don Carlo wist dat het libretto minstens zo belangrijk is als de stemmen die het zingen. Hij stelde hoge eisen aan zijn librettisten. Iedereen met wie hij samenwerkte moest al zijn literaire talent onvoorwaardelijk ten dienste stellen van de componist. Verdi ging ver: zo moest librettist Boito in Simon Boccanegra het woord ‘aureola’ vermijden vanwege het onaantrekkelijke ‘au’.1

 

De opera’s van Verdi werden ook in Nederlandse vertaling uitgevoerd, maar dat is lang geleden. De Nationale Opera (DNO), bijvoorbeeld, vraagt vertalers om een leesvertaling, die de lezer helpt om de betekenis van het libretto op zinsniveau te begrijpen. En de meest recente DNO-vertalingen van Verdi-opera’s als Rigoletto en La Traviata zijn al meer dan dertig jaar oud. Een nieuwe vertaling heeft duidelijk geen prioriteit.

Er lijkt dan ook geen beginnen aan: hoe vertaal je Italiaans dat tot het uiterste is opgerekt? Hoe behoud je de muzikaliteit? Is dat überhaupt mogelijk? Vroeger vond men van wel, kennelijk. Dat gebeurde zelfs via het Frans: een tekstboekje voor de Hilversumsche Draadlooze Omroep van Rigoletto (‘Groote Opera in 4 Bedrijven’) uit 1927, bijvoorbeeld, is ‘Naar het Fransch van Ed. Duprez, Door Mr. E. v. S.’ Zijn zangvertalingen, zoals ik ze noem, soms niet meer wenselijk?

 

Liever niet?

Jan de Kruijff, beheerder van Musicalifeiten, ‘de grootste kennisdatabank voor klassieke muziek,’ is er duidelijk over: ‘De tijd dat Rigoletto in diverse landstalen werd opgenomen, is gelukkig voorbij,’ schrijft hij in zijn bespreking van Verdi’s opera.

 

 

De Kruijff is niet de enige die niet van vertaalde opera’s houdt, en ook niet de eerste. Al in 1934 schrijft Cambridge-professor Edward J. Dent dat hij het in theorie eens is met mensen die operavertalingen barbaars noemen. Toch noemt deze musicoloog het ‘only commonsense’ dat opera’s in Engeland in het Engels uitgevoerd zouden moeten worden.2 De belangrijkste reden wordt ook door de hedendaagse, Amerikaanse operavertalers Mark Herman en Ronnie Apter genoemd: de meeste componisten en librettisten willen dat het publiek verstaat wat er wordt gezongen.3

 

Volgens Herman en Apter is eerbied voor opera’s in de oorspronkelijke taal vooral iets van na de Tweede Wereldoorlog. Grote zangers treden nu overal ter wereld op en dan is het praktisch om elke opera maar in een taal te hoeven zingen. Maar Herman en Apter noemen een ander bezwaar tegen operavertalingen: het gaat om tekst in samenhang met klank, ritme en soms rijm. En daar wat moois van maken valt niet mee. Maar het bij voorbaat al afwijzen, zoals De Kruijff doet? Dat lijkt me een kostbaar standpunt, gezien de grote waarde die het kan hebben te verstaan wat er gezongen wordt.

 

Opera of niet, vertalen betekent tekst in de ene taal vervangen door tekst in een andere en dat is een kwestie van keuzes maken. In het algemeen is dat lastiger naarmate een tekst meer taal- en/of cultuurspecifieke elementen bevat, zoals realia: begrippen die alleen maar in een bepaald cultuurgebied voorkomen, zoals ‘poldermodel’ en ‘roetveegpiet’ in Nederland. Geen vertaler zal weigeren teksten met dergelijke ‘onvertaalbare’ begrippen te vertalen, maar iedereen zal dat op zijn eigen manier doen.

 

Royaal compenseren

Het mag duidelijk zijn dat een zangvertaling van een opera om allerlei tekstuele kunstgrepen vraagt, alleen al om het ritme van de muziek te bewaren. Maar een goede vertaler laat er veel voor terugkomen, en dat in de taal van de luisteraars. In het geval van opera kunnen we de hindernissen bovendien als hulpmiddelen beschouwen: de orkestklanken bijvoorbeeld, die ook stemmen in een andere taal in schoonheid inbedden. Of het ritme, waarop ook de vertaalde lettergrepen kunnen dansen. Om Ronnie Apter te citeren: ‘music returns to the translator what it takes away: vocal color may impart drama to a rather ordinary word; a gorgeous musical phrase make[s] a plain line memorable.’4

 

Een ervaren vertaler maakt creatief gebruik van compensatie, bijvoorbeeld in het geval van realia: het onvermijdelijke betekenisverlies in vertaling op woord- en zinsniveau goedmaken met kleine veranderingen, om verlies van betekenis in een groter geheel tot een minimum te beperken. Bij een zangvertaling is dat essentieel, omdat ritme en melodie beperkingen opleggen aan het aantal lettergrepen en de beklemtoning van woorden en zinnen.

 

Als voorbeeld neem ik een fragment uit Rigoletto: het begin van het duet tussen Rigoletto en huurmoordenaar Sparafucile. De betekenis van de Italiaanse tekst is op te delen in vijf stukjes: Sparafucile stelt zich voor aan Rigoletto (1), die in sombere gedachten verzonken is. Rigoletto schrikt (2), en reageert afwerend (3). Sparafucile sust hem (4) en maakt in bedekte termen duidelijk welke dienst hij aanbiedt (5). Mijn vertaling bestaat eruit die betekenis met een Nederlandse tekst aan de bestaande partituur te koppelen. Voor de verantwoording van mijn keuzes verwijs ik af en toe naar onderstaande partituur; van het bewuste fragment ontbreekt alleen de c van de voorafgaande maat, waarop Si van Signor wordt gezongen – een kwart lager dan de bij gnor. Onder dat fragment staat de tekst zonder muziek, met mijn eigen vertaling en de meeste recente DNO-vertaling, van de in 1997 overleden Jenny Tuin, eronder. Het Nederlands van de eerdergenoemde zangvertaling uit 1927 – die ritmisch overigens niet helemaal past – is ernstig verouderd en laat ik buiten beschouwing.

 

 

 

S: Signor?.. (1)

R: Va (2), non ho

niente. (3)

S: Nè il chiesi… (4) a

voi presente un uom

di spada sta. (5)

 

S: Hee vriend... (1)

R: Ah (2) - zeg, wat moet je? (3)

S: Ik hoef niks… (4) maar

    weet: als ik schiet, dan

    is het altijd raak. (5)

 

S: Mijn heer…

R: Ga weg, ik heb niets.

S: Ik vraag ook niets…

   hier voor u staat een

   man die de degen weet

   te hanteren.

 

Om met de vertaling van Tuin te beginnen: die is adequaat, maar inderdaad niet uitvoerbaar. Mijn heer past wel op het ritme, maar is een beetje verouderd, zelfs in de context van het verhaal. Het mooie van vriend is de subtiele dreiging die ervan uit kan gaan voor een onbekende. Bovendien bevat het een ‘r’ die niet onderdoet voor die van Signor. Ten slotte laat Hee vriend zich goed op de melodie zingen, van c omhoog naar f, met daardoor een duidelijke nadruk op vriend. Omdat Rigoletto schrikt, is de uitroep ‘ah’ passend. Muzikaal rijmt dat met de korte, zestiende noot onder Va/Ah, gevolgd door een zestiende rust, waarin Rigoletto zich herneemt voor een meer uitgebreide reactie. Daar begin ik met compenseren. Weliswaar klinkt wat moet je uitdagender dan ik heb niets, maar daar staat tegenover dat Ah weer minder aanvallend is dan Ga weg. Gezien de context kan de vraagmelodie in wat moet je? prima van hoog naar laag, zoals bij ho niente. Maar wat moet je vraagt om vervanging van ik vraag ook niets – door ik hoef niets, bijvoorbeeld. Daarna gaat het weer meer om ritme en melodie. Het eufemistische een man van de degen wordt nu iemand die altijd raak schiet, wat de suggestie van moord evenzeer op afstand houdt. In de zangmelodie zien we een plotselinge flinke daling van het Italiaanse pre naar sente, waardoor sen nadruk krijgt. In mijn vertaling komt die op ik te liggen: als ík schiet

 

Het mag duidelijk zijn: een zangvertaling is een enorme puzzel. 

 

Wat wil het publiek?

Maar zelfs als het al lukt een mooie zangvertaling van een opera te maken, dan wordt die pas verstaan als het publiek ernaar kan luisteren. En dat heeft meer met mode en muziekgenre te maken dan met de taal. Zo schreef Lette Vos ruim tien jaar geleden in Filter: ‘Musicals, vaak met lichtere muziek, worden in Nederland standaard in vertaling opgevoerd.’ En de opmars van Nederlandse popmuziek in de eigen taal is de laatste jaren in een versnelling geraakt. Otto Wichers, zanger onder de artiestennaam Lucky Fonz III, merkte twee jaar geleden in het tijdschrift Folia niet voor niets op dat tegenwoordig ‘alles Nederlandstalig kan zijn: ruige hiphop, coole popmuziek en alternatieve muziek.’

 

In de klassieke muziek is er van zo’n ontwikkeling nog geen sprake, maar dat kan zomaar veranderen. Zo was daar twintig jaar geleden opeens Jan Rot. Zijn bewerkingen van klassieke meesterwerken, zoals de Matthäus-Passion van J. S. Bach en Winterreise van Franz Schubert, werden een groot commercieel succes. En een half jaar geleden zat Het Concertgebouw in Amsterdam stampvol bij de première van Gijsbrecht van Aemstel, de opera. Online magazine Opera Nederland was onder de indruk van de ‘voortreffelijke verstaanbaarheid’ en ‘uitstekende tekstuitbeelding’ van Gijsbrechtvertolker Frank van Aken.

 

Maar wat schrijft Eveline Karssen, boventitelregisseur bij DNO? ‘De ervaring leert ook dat zelfs als er in het Nederlands gezongen wordt, het niet goed te verstaan is. Daarom is er dan ook nog altijd een boventiteling.’5 Boventiteling lijkt me altijd een goede service aan het publiek, ook als die in de taal is waarin gezongen wordt. Maar slechte verstaanbaarheid? Nee, dat is een zwak argument tegen zangvertalingen.

 

Aan de taal ligt het niet. Wat Rot deed, moet ook mogelijk zijn met opera. Het is tijd voor Harlekijntje, dat ritmisch, melodisch én inhoudelijk een ideale vertaling is van Rigoletto. Hoe Italiaans dat ook mag klinken, het is een Italiaanse verkleinvorm van het Franse (!) rigolo, dat zoiets als komiek of grapjas betekent. De naam Rigoletto is dan ook gebaseerd op Rigoletti, ou le dernier des fous, een parodie op het stuk Le roi s’amuse van Victor Hugo.6 Rigoletto is dus niet alleen geboren vóór, maar ook áls vertaling.

Er zijn genoeg zangers die Harlekijntje zouden kunnen zingen. En zijn ze nog geen internationale ster, dan compenseren ze dat ruimschoots met hun verstaanbaarheid – ondersteund door een goed leesbare boventiteling, natuurlijk. Leve Harlekijntje! Leve Nederlandse vertalingen van grote opera’s! En over zes jaar: een uitverkochte première van NARCISTRUMP!!! bij De Nationale Opera.

 

Noten

1 Telve, Stefano. 1998. ‘Costanti lessicali e semantiche della librettistica verdiana’, in: Studi di lessicografia italiana, XV, p. 325.

2 Dent, Edward J. 1934. ‘The Translation of Operas’. Proceedings of the Musical Association, 61: 1, p. 81.

3 Herman, Mark & Ronnie Apter. 1991. 'Opera Translation'. Mildred L. Larson (red.), Translation - Theory and Practice, Tension and Interdependence, Amsterdam: John Benjamins Publishing Company, p.102.

4 Apter, R. 2022. ‘The Impossible Takes a Little Longer: Translating Opera into English’. Translation Review, 112: 1, p.120.

Informatie per e-mail van Eveline Karssen, dramaturg bij Nationale Opera & Ballet, 16 december 2025.

Phillips-Matz, Mary Jane. 1993. Verdi: A Biography. Oxford University Press, p. 273.

 

 

Jaap de Jonge is in 2024 cum laude afgestudeerd in Italië studies aan de Universiteit van Amsterdam, met een scriptie over de vertaling van ‘Bombardamento’, een gedicht van de Italiaanse futurist Marinetti. Hij verwacht binnenkort zijn vertaalmaster af te ronden. Jaap heeft zangles van Frank van Aken en treedt op als solist bij oratoriumuitvoeringen. In de jaren 2012 en 2013 zong hij afwisselend de rollen van Sparafucile én Rigoletto in een productie van Rigoletto van het Utrechtse Arti Vocaal, onder regie van Henk Poort.