Week 24: Diete Oudesluijs

Vertaaldag Archief

2026

2025

2024

2023

2022

2021

2020

2019

2018

2017

2016

2015

2014

2013

Het vertalen van de Mauthausencyclus

Diete Oudesluijs

Bij de liederen van de Mauthausencyclus – de beroemde compositie van Mikis Theodorakis (1925-2021) – hield eind jaren zestig bij ons vooral de stem van Liesbeth List (1941-2020) de aandacht vast. De vertaling van Lennaert Nijgh (1945-2002) namen we eigenlijk gewoon voor lief; gezien de grote bewondering hier te lande voor tekstschrijver Nijgh luisterden we welwillend en met een half oor. Af en toe lichtte er een passend woord op. Bij een herdenkingsbijeenkomst luisterde ik onlangs wel beter naar twee van die liederen – het tweede en het vierde lied, 'Andonis'/'Antonis' en 'Als je terug zult komen'. Nijgh viel daarbij voor mij van zijn voetstuk, om niet te zeggen door de mand. Wel een mooie accordeonbegeleiding, maar helaas.

De bijzondere stemmen van Maria Farantouri in het Grieks en Lena Granhagen in het Zweeds zijn alom bekend. En ook de Duitse teksten van Gisela Steineckert, vertolkt door vrienden van mij, de Quichotes uit Chemnitz, die Theodorakis ook persoonlijk hebben gekend. Hun versie sprak direct tot hart en hoofd. Maar wat viel de Nederlandse tekst tegen. Het leverde een ongemakkelijk gevoel op. En ook de interpretatie, die mogelijk was uitgelokt door de in het Nederlands vertaalde tekst. Die leek me bij nader inzien erg vrij en bezijden het origineel. Je krijgt de indruk dat noch Nijgh noch de zangeres veel van Mauthausen wist of had willen weten, op wat stereotypes na. Engelse of Franse vertalingen, die Nijgh als voorbeeld zou hebben kunnen nemen, hebben we niet gevonden.


Ik beroep me graag op de woorden van G.L. Durlacher zoals geciteerd in het voorwoord van Arnon Grunberg bij Durlachers Strepen aan de hemel en andere oorlogsherinneringen (2021).

De enige stelregel die ik heb is: het moet zo nauwkeurig mogelijk zijn, er mogen geen fictionele elementen gebruikt worden […]. Als er nu te literair over de oorlog geschreven wordt, zullen mensen straks een onzuiver beeld van de oorlog hebben. Een onwaar beeld.

Als vertalers van liedjes zijn we – mijn partner en ik – voorstander van een zo nauwkeurig mogelijke benadering, zeker als het gaat om de beschrijving van waar gebeurde gruwelen. Het gaat in de Mauthausencyclus niet zozeer om de historische gebeurtenissen maar om de vormgegeven herinnering daaraan. Je kunt die naar een andere taal smokkelen, bij voorkeur die van jezelf, om de sfeer voor de luisteraars op te kunnen roepen. Je kunt een voor de originele taal typische situatie naar eigen land proberen over te brengen. Maar er zomaar je eigen denkbeelden en fantasie op los te laten zonder je ook maar voor te stellen wat Mauthausen precies is geweest … schrijf dan zelf een eigen lied. Ook Theodorakis zong wel eens een vertaald gedicht, de lachende jongen ('The laughing boy'/'το γελαστό παιδί') van de Ier Brendan Behan, maar dat sluit aan bij het origineel, al kiest hij een andere, Griekse hoofdpersoon om het aan op te dragen.

De 'Mauthausencyclus' ('The Ballad of Mauthausen', of de 'Mauthausen Trilogy') van vier liederen is rond 1965 ontstaan. In dat jaar publiceerde tekstdichter Iakovos Kambanellis (1921-2011) zijn boek over Mauthausen. Hij was een Grieks dichter en schrijver en had van 1943 tot 1945 in het concentratiekamp Mauthausen in Oostenrijk ‘gezeten’ en het overleefd. In 1965 werden zijn vier gedichten voor het eerst gezongen. De geliefde in twee daarvan is een Joodse vrouw uit Litouwen – in het eerste, het Hooglied, vraagt hij de meisjes van Auschwitz, Dachau, Mauthausen en Bergen-Belsen naar haar. De compositie is van de Griekse componist Mikis Theodorakis, die zelf ook gevangen had gezeten. In 1967, het jaar van de staatsgreep van de kolonels in Griekenland, was de première in Londen. Theodorakis was op dat moment door de junta gevangen gezet. Hij zou worden verbannen naar de Peloponnesus maar kon in 1970 naar Frankrijk gaan.

Ik wil hier op twee van de vier liederen c.q. gedichten ingaan. Het derde lied, 'Andonis' is bij Nijgh 'Antonis' geworden. De steile, brede trap der tranen van Mauthausen is velen bekend, en ook dat gevangenen – joden en partizanen – er op hun rug stenen uit de steengroeve beneden naar boven moesten dragen. En dat heel wat mannen op die trap om het leven zijn gekomen. Andonis hoorde de stem van een kameraad, een jood, die om hulp smeekte om boven te kunnen komen. Als hij op de trap in elkaar zakt kleurt zijn bloed de stenen rood: hulp is een hoon, erbarmen een vloek. In de vertaling van Nijgh wil het slachtoffer hulp om te vluchten, hij wil leven, maar valt in de mijn (de steengroeve). 

Maar hier in de diepte van de mijn 
mag niemand om menselijkheid vragen
want medelijden wordt hier pijn
zwaarder dan steen om te dragen. 

Maar het gaat niet om de ‘diepte van de mijn’ en dat medelijden pijn wordt die zwaarder is dan steen is fantasie van Nijgh. Andonis krijgt bevel om ook de steen van de jood op zijn rug te dragen, hij antwoordt trots dat hij twee of zelfs drie stenen kan dragen – en daagt de SS- uit om man tegen man te komen vechten. Bij Nijgh doet Andonis dat kennelijk uit zichzelf, hij zegt dat hij de last draagt van degenen die val¬len – en als de SS-er een man zou zijn zou hij de last mee komen dragen. Dat is toch wel heel iets anders.

Het vierde lied knoopt aan bij het eerste, het 'Hooglied', waarin de gevangene naar zijn geliefde vraagt, die in Auschwitz geweest moet zijn, ze had een nummer op haar arm. Er zijn meisjes van Auschwitz in de herfst van 1944 naar Bergen-Belsen gestuurd, ook Anne en Margot Frank. Andere vrouwen kwamen naar Mauthausen, soms via Dachau. Zo luidt het letterlijk: 

Hoe mooi is mijn geliefde
met haar doordeweekse jurk
met een kammetje in haar haar
Niemand wist dat zij zo mooi is.

Maar Nijgh vertaalt dat heel anders. Niet de gevangene is aan het woord, maar het meisje:

O mijn liefde, die zoeter dan honing is
zoals een bloem het zonlicht het liefste is
zo lief is hij mij, die mijn koning is. 

Onbegrijpelijk, vind ik, zowel qua wisseling van geslacht als qua strekking. En dan staat er eigenlijk dit: 

Als de oorlog voorbij is, meisje met de bange ogen
meisje met de ijskoude handen
als de oorlog voorbij is
vergeet mij niet. 
Vreugde der wereld, kom naar de poort
laten wij elkaar kussen midden op de weg
laten wij elkaar omhelzen op het plein,
laten wij elkaar liefhebben in de steengroeve
in de gaskamers
op de trap, bij de mitrailleur,
Liefde in de middag
op alle plaatsen des doods
tot de schaduw des doods verdwijnt.

De gevangene spreekt zijn meisje aan, dat naar hem toe moet komen bij de poort, om elkaar in het kamp lief te hebben op de plaatsen waar is geleden. Maar Nijgh maakt er werkelijk een heel ander lied van. Dat doet wulps aan en doelt meer op de lichamelijke liefde, die in de stad, op pleinen, in straten – dus meestal buiten het kamp – wordt bedreven. Er komen nog wel mijnen voor, maar er wordt er gedanst in de kampen en geslapen op het slagveld. En ook hier lijkt het meisje aan het woord, dat kennelijk niet in een kamp heeft gezeten: 

Als je terug zult komen, 
O, liefste, als je terug zult komen, kus me
o, liefste, zal ik bij je komen, draag me
als deze oorlog ooit nog eindigt, o, mijn liefste, 
Mijn liefste, laat ons dan beminnen
en in de stad elkaar omhelzen
op alle pleinen, in de straten
Laat ons beminnen in de mijnen
en laat ons dansen door de kampen
laat ons gaan slapen op het slagveld
Laat heel de wereld dan ons bed zijn
laat ons beminnen in het zonlicht
totdat de doden zijn verdwenen. 

Aldus Nijgh. Maar niet de doden moeten verdwijnen, wat moet verdwijnen is de schaduw des doods. Die heeft ongetwijfeld nog lang, vaak een leven lang, op oud-gevangenen gelegen, soms ook op hun gezinnen en nakomelingen. 
Het schokkende van de versie van Kambanellis – dat de liefde wordt bedreven in het kamp zelf, tot aan de gaskamers toe – heeft plaatsgemaakt voor een mildere, in ieder geval minder schokkende versie. Buitengewoon jammer is dat. Al zal ik de stem van Liesbeth nog steeds willen horen, met mijn kritische gevoelens in de vliegtuigmodus. En: mogelijk is Nijghs tekst bij BUMA/Stemra gedeponeerd met toestemming van de oorspronkelijke auteur. En dan mag je niet zomaar een afwijkende tekst opnemen, al wordt er kennelijk wel vaker een eigen tekst gezongen.

Noot
Voor het - wat denigrerende - commentaar op de vertaling van Lennaert Nijgh dank ik Leo Ross, Mauthausensongs, die ook vertalingen uit het Grieks levert. En ik dank Ton Naaijkens voor de inspiratie om toch eens echt naar die vertalingen te kijken, terwijl hij zelf – dacht ik – de stem van List veel belangrijker vond dan kritiek op “haar” tekst; daar kan ik inkomen. Huub Bartman levert in Literair Nederland ten dele een eigen vertaling en plaatst de bezongen gebeurtenissen in een ook hedendaagse context.